Leesimpressies

  • A Den Doolaard: Orient Express

  • Nr. 15 - 2019
  • Tijdens een verblijf in Macedonië wilde ik weten wie aldaar de reputatie bezit van een vooraanstaand schrijver. Een eerste bron vormt de taxichauffeur. In elk Balkan land kan hij je vertellen hoeveel landgenoten er als speler in de NBA actief zijn. Basketbal is er een geliefde sport. Ook als het om politiek gaat, is advies direct leverbaar. Peoples are good, politicians no good. Literatuur zit meestal niet in hun portefeuille. Doe je elders navraag dan valt vroeg of laat de naam van A. den Doolaard. Deze Nederlander heeft veel van zijn werk gesitueerd in de Balkan. Den Doolaard, die leefde van 1901 tot 1994, leidde een zwervend bestaan waarin hij een omvangrijk oeuvre bijeen schreef. In de oorlog was hij actief voor Radio Oranje. Politiek engagement zat hem in het bloed. Het is mijn indruk dat hij hier weinig meer gelezen wordt. Zijn naam valt nauwelijks. In de jaren negentig van de vorige eeuw kende zijn werk een opleving tijdens de gewelddadigheden op de Balkan. Wie iets wilde begrijpen van dat gebied, kon bij Den Doolaard terecht. Hij schreef over temperamentvolle mannen met een trots karakter omringd door beeldschone vrouwen. Zijn voorkeur ging uit naar de eenvoud van het boerenbestaan. Den Doolaard was geen stadsmens. Tussen het reizen door, trok hij zich terug in Hoenderloo.

    Enkele van zijn beroemde boeken hebben Macedonië als decor. Bij het meer van Ohrid, thuisbasis van de roman De bruiloft der zeven zigeuners is een monument aan Den Doolaard gewijd. In Oriënt-Express staat de strijd om de onafhankelijkheid van Macedonië centraal. Het verhaal bestaat in de context van IMRO, de Intern-Macedonische Revolutionaire Organisatie die bestond van 1893 tot 1935. Aan de hand van twee generaties van een boerenfamilie wordt de strijd beschreven.
    De lezer maakt kennis met de drie broers Drangov. Het zijn Damian, Kosta en Kroem. Damian is de vojvoda, de aanvoerder van de verzetsbeweging. De Turken, die getalsmatig veruit in de meerderheid zijn, vormen de vijand. Damian is getrouwd met Milja. Samen hebben zij een dochter en een tweede kind is onderweg. Damian hoopt vurig op een zoon. Zonder dat hij ooit zijn tweede kind zal zien, overigens weer een dochter, pleegt hij in een uitzichtloze situatie zelfmoord. De achterliggende gedachte is dat de moslims de lijken van zelfmoordenaars ongeschonden zullen laten. Korte tijd later sneuvelt Kroem. De derde broer hakt het hoofd van Kroem af om te voorkomen dat hem de ogen uitgestoken zullen worden. Het is een eigenaardig staaltje ethiek dat hier gedoceerd wordt. Vanaf dat moment komt de dochter, die net als haar moeder Milja heet, in het verhaal op de voorgrond te staan.

    Het was beter de hand aan zich zelf te slaan dan doodgemarteld te worden door de Turken, die de gevallenen en ook de gewonden schonden in hun mannelijkheid, maar die een geheimzinnige vrees schenen te hebben voor de zelfmoordenaars, waarvan zij de lijken aan de aasvogels overlieten


    Dochter Milja krijgt als volwassen vrouw een verhouding met een oudere man die op dat moment als aanvoerder van de onafhankelijkheidsstrijd fungeert. Ook hij zal zijn rol met zijn leven betalen. De dood is een permanente metgezel van de strijders. Als de Turken zich hebben teruggetrokken, dienen de Serviërs zich aan als de nieuwe vijand. De animo onder de boerenbevolking neemt af. Andere motieven dan onafhankelijkheid zoals macht en geld komen op de voorgrond te staan. Kosta, de enige overlevende van de broers Drangov, keert de IMRO de rug toe. Hij kiest voor een eenvoudig bestaan als boer. Hij wordt voor de strijders pas weer interessant als men voor de zoveelste keer een aanslag wil beramen op de Oriënt-Express waarvan het spoor vlak langs zijn boerderij loopt. Met zo’n spectaculaire actie kan Europa niet langer onverschillig blijven voor het lot van Macedonië. De naïviteit onder de strijders is groot.
    Het verhaal is ruim bedeeld met stereotyperingen die vaak gepresenteerd worden in een taalgebruik dat nu achterhaald aandoet. De hoofdrolspelers uiten zich graag in volkse wijsheden. “Een vrouw hoort bij het weefgetouw, een man bij het geweer.” “Als God naar de ezels luisterde, dan waren er geen pakzadels.” “Wat de moeder spint, dat weeft de dochter.”
    “Beter een jaar hongersnood, dan honderd jaar slavernij.”
    En dan zijn er uitdrukkingen als ‘het sjoppen van de hoeven in het slik’ of ‘overal een gekriewel van binnen voelen’. Den Doolaard brengt heroïsch verslag uit van gebeurtenissen die vooral een grote vergeefsheid illustreren. Zijn sympathie voor de boerenbevolking heeft weinig oog voor een gemis aan zelfreflectie. Het is wel erg oog om oog en tand om tand. Autoritair leiderschap met een vleugje eerwraak leest nu als valse romantiek. Wellicht heeft het boek zijn waarde als historisch document maar de boodschap voor nu lijkt een beperkte. De vraag blijft over of je het een schrijver mag aanrekenen dat zijn werk gedateerd aandoet. De roman stamt uit 1934. Het is rechtvaardiger om te oordelen of het werk op het moment van verschijnen actuele relevantie bezat. Daar durf ik geen uitspraak over te doen. Ik vind Elsschot actueler dan zijn iets jongere tijdgenoot Vestdijk maar mag je dat Vestdijk aanrekenen? Je kunt het een schrijver niet kwalijk nemen dat de tijdgeest na zijn publicatie een andere richting is ingeslagen waardoor zijn werk aan aantrekkingskracht inboet. De ene schrijver oogst meewind, de andere niet.