Leesimpressies

  • Abram de Swaan: Bakens in niemandsland

  • Nr. 19 - 2007
  • Er zijn niet zoveel sociologen die met hun publicaties een bereik buiten de kring van vakgenoten weten te realiseren. De Swaan behoort tot die uitzonderingen. Dat zal mede te herleiden zijn naar zijn brede belangstelling. In zijn werk klinkt een sterke internationale oriëntatie door. Hij schreef over de verzorgingsstaat in een context van internationale vergelijking en over de talenstelsels in de wereld. Dit jaar ging hij met emeritaat als hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Onlangs verscheen een bundel opstellen over massaal geweld. Opnieuw een publicatie met een mondiale invalshoek. Een onthutsende notie uit het boek is dat in de twintigste eeuw door geweld vijf keer zo veel burgerslachtoffers vielen als militairen.


    In het hoofdstuk “Moord en de staat” maakt De Swaan de balans op van geweld in de twintigste eeuw. Daar bestaan ranglijsten van. Koploper is de Sovjet-Unie met 62 miljoen doden van 1917 tot 1987. Daarna volgen Communistisch China, Nazi-Duitsland en het Nationalistische China van Chang Kai-shek. Steeds gaat het in dit overzicht niet om militairen maar om weerloze burgers met 170 miljoen als grove schatting van het totaal. De plek op de ranglijst is onder meer afhankelijk van de omvang van de populatie en van het tijdsbestek dat als graadmeter fungeert. Corrigeert men de cijfers voor die twee factoren dan ontstaat een cijfer voor het aantal slachtoffers per 1000 inwoners per jaar. Cambodja tijdens het bewind van de Rode Khmer komt op die manier als het meest gewelddadig uit de bus. In zijn analyse concludeert De Swaan dat democratieën ook vuile handen maken maar dat het toch vooral dictaturen zijn, zowel van linkse als rechtse signatuur, die voor de ergste gruweldaden zorgen. Grofweg zijn er twee verklaringen beschikbaar over het voorkomen van extreem geweld. Er is een rationele die het moorden beschouwt als het summum van een bureaucratisch geperfectioneerde machine en een irrationele waarin de daders als ontspoorde wilden worden beschouwd bij afwezigheid van een solide staatsapparaat. De Swaan is van mening dat het meestal om een combinatie van deze twee gaat. Hoe een geordende staat tot dergelijke huiveringwekkende daden kan komen, heeft volgens De Swaan te maken met processen van identificatie en desidentificatie. In de loop van de geschiedenis zijn de kringen waarmee mensen zich verbonden voelen of juist niet verbonden voelen uitgebreid. Verbondenheid kwam in de kern neer op verwantschap of nabuurschap. In de huidige grootschalige variant komt (des)identificatie tot stand via natie, klasse, ras of religie. Groepen waarmee de machtigen desidentificatie ervaren, vormen de potentiële slachtoffers van geweld. Voordat het zover komt, dient aan nog een vereiste voldaan te worden. Dat noemt De Swaan sociale compartimentalisering. Massaal geweld speelt zich bij voorkeur in het verborgene af. Het gebeurt vooral op afgeschermde plekken door speciaal gerekruteerde eenheden zonder dat een breed publiek er kennis van kan nemen. Het is daarom dat een democratische rechtsstaat met vrijheid van meningsuiting en een vrije pers de kans op het voorkomen van excessen verkleint. De meeste mensen hebben immers een afkeer van massaal geweld tegen onschuldige medeburgers. De Swaan past deze gedachtegang toe op het conflict in Rwanda tussen Hutu en Tutsi. Het is wrang dat de tegenstelling tussen die twee groepen, de desidentificatie, grotendeels kunstmatig is. Taal, cultuur en ras vertonen gemeenschappelijke trekken. De tegenstelling is aangewakkerd door binnenlandse desintegratie en buitenlandse bedreiging. Een diepere oorzaak voor het conflict is een gebrek aan die ene onmisbare productiefactor te weten landbouwgrond. Rwanda behoort tot de dichtstbevolkte gebieden ter wereld.

    Een interessant hoofdstuk wijdt de Swaan aan Ayaan Hirsi Ali, hoewel de link met massaal geweld hier uit beeld is. Hij voelt voor haar bewondering als persoon om niet te zeggen als vrouw. Toch is hij het met haar op wezenlijke punten oneens. In zijn ogen richt Hirsi Ali haar pijlen op de verkeerde manier op het verkeerde doel. Hirsi Ali is een afvallige die de islam op de korrel neemt. Zij ziet in die religie de oorzaak voor de onderdrukking van de vrouw. Zij roept de moslima’s op om in verzet te komen maar doet dat zodanig dat ze bij haar doelgroep vooral ergernis wekt. Ze maakt het hen onmogelijk om haar kant te kiezen zonder de eigen gelederen te verloochenen. Zij ontbeert in haar kritiek beleefdheid en gevoel voor humor. Dat maakt het onmogelijk voor hen die aangevallen worden om zonder gezichtsverlies van opvatting te veranderen. Bovendien vindt De Swaan dat zij beter het patriarchaat dan het geloof tot mikpunt van haar kritiek kan uitroepen. De geschiedenis leert dat je elke opvatting uit de koran kan afleiden inclusief het tegendeel. De ware boosdoener is de scheve verhouding tussen mannen en vrouwen. De manier om dat te veranderen is het onderwijs. Wereldwijd worden op dat punt enorme inhaalslagen gemaakt. Zo is in de afgelopen 40 jaar het analfabetisme gehalveerd. Er is een opvallend statistisch verband dat vrouwen minder kinderen krijgen naarmate hun opleidingsniveau hoger ligt. Die omstandigheid brengt een andere levensvervulling voor vrouwen binnen de mogelijkheden. Een aanval op de islam houdt de strijd tussen de geslachten, het echte verschil, buiten schot.

    De Swaan heeft een lezenswaardig boek afgeleverd. Hij verstaat de kunst van het vaardig formuleren al steekt af en toe het vakjargon de kop op. Dan zijn er zinnen die doorbuigen van gewichtigheid. Een enkel voorbeeld. “Compartimentalisering is het sociale arrangement en het psychische defensiemechanisme par excellence in een dysciviliserende samenleving.”

    Het werk van De Swaan past in de traditie van de Amsterdamse sociologische school met als prominente voorgangers Norbert Elias en Johan Goudsblom. Van de laatste zijn mij altijd bijgebleven zijn criteria waaraan sociologiebeoefening behoort te voldoen. Zijn boek Balans van de sociologie was gebouwd op de criteria: precisie, systematiek, reikwijdte en relevantie. Naar de normen van Goudsblom heeft De Swaan aan de verwachtingen beantwoord. Misschien nog het minst aan systematiek. Het boek is een optelsom van verschillende essays bedoeld voor verschillende lezersgroepen. Het werk bevat hier en daar doublures en niet ieder hoofdstuk heeft evenveel verwantschap met het hoofdthema massaal geweld. Relevant is het geschrevene echter in hoge mate.