Leesimpressies

  • Adam Johnson: Gestolen leven

  • Nr. 17 - 2016
  • Soms verschijnen er op de televisie beelden uit Noord-Korea. We zien een mensenmenigte uitzinnig in eenvormigheid. Men paradeert, men knipmest of men is door smart overmand bij het nieuws dat de Grote leider een griepje onder de leden heeft. Ik speur de randen van het scherm of er zich in de marge een inwoner bevindt die moeite heeft zijn lachen te bedwingen bij zo’n overdaad aan mallotigheid. Tevergeefs. Lachen lijkt geen onderdeel te zijn van de volksaard. Af en toe krijgen we journaalbeelden te zien van de Noord-Koreaanse televisie. De toon is verbeten en zet zich af tegen Zuid-Korea of tegen de Verenigde Staten. Daar is het niet pluis. Nu China, Rusland en Cuba het communisme op een lager pitje hebben gezet, blijft Noord-Korea trouw in de leer. Het is een land waar we weinig van weten. Romans en films, die ons inzicht bieden, zijn er nauwelijks. Daar heeft Adam Johnson verandering in gebracht. Hij is een Amerikaan met Indiaans bloed die creative writing doceert aan Stanford. Hij werkte jaren aan een roman die de Pulitzerprijs voor fictie zou ontvangen. Hij bezocht zelfs het land dat hem fascineert.

    De roman Gestolen leven, in het origineel The orphan’s master son, bestaat uit twee delen. Het eerste deel vertelt het levensverhaal van hoofdpersoon Pak Jun-do, in het tweede deel staan de bekentenissen van commandant Ga centraal. Het gaat echter om dezelfde persoon. Pak Jun-do neemt op een gegeven moment de identiteit aan van commandant Ga die een belangrijke rivaal is van leider Kim Jong-il. Pak Jun-do verwerft daarbij ook de echtgenote van commandant Ga. Het is de normale procedure dat als iemand komt te overlijden de achterblijver van overheidswege een nieuwe partner krijgt toegewezen. Langs die weg verkrijgt Pak Jun-do de vrouw voor wie hij een obsessieve liefde koestert, de beroemde zangeres en actrice Sun-moon. Voor dat moment is de lezer al heel wat te weten gekomen over wat Pak Jun-do in zijn leven heeft meegemaakt. En dat is niet niks voor een gewone jongen wiens vader een kamp leidt voor weeskinderen. Pak Jun-do beslist over wat er van hen terecht komt, hij beschikt over het lot van de weeskinderen. Het leger vormt uiteindelijk de meest voor de hand liggende loopbaan voor weeskinderen. Jun-do is capabel en intelligent en krijgt interessante opties voorgeschoteld. Hij begint op zijn veertiende als tunnelsoldaat. Hij blinkt uit in het voeren van gevechten in het donker, in het tunnelstelsel dat onder de gedemilitariseerde zone doorloopt tot bijna helemaal naar Seoul. Hij wordt ingezet bij het kidnappen van Japanners en bij het afluisteren op zee als lid van de bemanning van een vissersboot speurend naar vijandige signalen. Hij wordt zelfs uitverkoren om deel uit te maken van een diplomatieke missie naar Texas.

    Zijn hele leven had hij zonder voorafgaande waarschuwing en zonder klussen opgedragen gekregen. Het had nooit enige zin gehad om vragen te stellen of te speculeren over het waarom- dat veranderde niets aan het werk dat moest worden gedaan


    Op zee maakt Pak Jun-do mee dat een bemanningslid deserteert. Dat kan ernstige repercussies hebben voor de rest van de bemanning. Het is nodig om een goed verhaal op te dissen om zelf straf te ontlopen. Voor de geloofwaardigheid gaat de bemanning zover dat Pak Jun-do een beet van een haai dient op te lopen. Dat moet hun onschuld legitimeren. Het is een terugkerend element in het boek. Het verhaal is belangrijk. Noord-Korea blijkt een paranoiacratie te zijn. Daarin verschilt het land van Amerika. “Als een man en zijn verhaal met elkaar in conflict zijn, is het de man die moet veranderen.” In Noord-Korea prevaleert het verhaal, in Amerika de persoon.
    Het tweede deel is minder overtuigend. Dat deel is meestemmig en niet altijd is duidelijk wie er aan het woord is. Pak Jun-do gaat volledig op in zijn rol van commandant Ga. De commandant is niet de eerste de beste. Hij draagt de zwarte band en blinkt uit in de nationale vechtsport, heeft het leger van homoseksuelen gezuiverd en is de echtgenoot van de beroemdste actrice van het land. Speelt de Geliefde Leider, Kim Jong-il, in het eerste deel vooral een onzichtbare rol op de achtergrond, in het tweede deel treedt hij op de voorgrond. Dat is op zichzelf wel logisch omdat commandant Ga en Sun-moon in zijn directe omgeving opereren. De Geliefde Leider is een homo universalis. Hij schrijft opera’s voor Sun-moon. “Een groot leider, diplomaat, strateeg, tacticus, atleet, filmmaker, auteur en dichter – dat allemaal, en jawel, Kim Jong-il was ook een vriend.” Adam Johnson geeft niet alleen een stem aan verschillende personages maar geeft ook op gezette tijden de letterlijke teksten weer die de hele dag uit de luidsprekers komen. De propaganda is onontkoombaar. Johnson beschrijft nauwgezet de gebeurtenissen maar af en toe zou je als lezer wat meer inzicht willen krijgen in het hoe en waarom. De roman bevat meer close-ups dan context. Dat neemt niet weg dat de lezer aan het eind van de bijna 500 bladzijden wel meer zicht heeft gekregen op de dagelijkse gang van zaken in Noord-Korea. Dat wil zeggen als de lezer niet voortijdig is afgehaakt door de vele uitbarstingen van geweld waarmee het regiem de machtsuitoefening gepaard laat gaan.