Leesimpressies

  • Alain de Botton: Ode aan de arbeid

  • Nr. 30 - 2010
  • Het heeft wel iets recalcitrants om tijdens de vakantiepiek een boek over de zin van arbeid te lezen. Vakantie en werk zijn tegenpolen. Bij het uitwisseling van bestemmingen hoor je nooit mensen zeggen: wij gaan dit jaar de lopende band van de koekjesfabriek nabij Verviers bezoeken, acceptabel geprijsd en helemaal niet toeristisch. Alain de Botton, de Engelse filosoof, deed dat wel en schreef er een boek over. Het is een typische De Botton geworden, een tikkeltje hoogdravend maar onderhoudend om te lezen. In zijn vorige boek De architectuur van het gelukoverheerste de hoogdravendheid. Toch heb ik ook daarvan wel iets opgestoken. Zo beweert De Botton dat er eigenlijk geen lelijke gebouwen bestaan. Wel staan er veel gebouwen op het verkeerde moment op de foute plek. Soms zelfs met de verkeerde afmetingen. Nu richt hij zijn pijlen op de arbeid. De Nederlandse titel Ode aan de arbeid suggereert een lofzang. Dat strookt niet met de inhoud. De titel van het origineel The pleasures and sorrows of work is met meer zorg gekozen. Buiten de liefde is er niets dat zoveel zin kan geven aan het bestaan als werk.

    Alain de Botton kreeg inspiratie voor zijn boek toen hij bij toeval stuitte op een groepje mensen in regenjacks op een verlaten pier in Gravesend. Het zijn spotters van vrachtschepen die met fanatisme de gegevens noteren van wat voorbij vaart. Zij kennen de lengte tussen voor- en achtersteven, weten alles van tonnages, van bestemmingen en welk type motor verantwoordelijk is voor de voortstuwing. Het is een merkwaardige hobby. De spotters hebben oog voor wat van waar naar waar gaat. Het is iets waar de meeste mensen achteloos aan voorbijgaan. Weinigen staan stil bij de herkomst van producten in de winkel en welke tussenstations onderweg zijn aangedaan? De fascinatie voor het logistieke proces vormt de drijfveer van het boek. En maakt daar ook het sterkste deel vanuit.


    ’s Morgens vroeg stopt de vrachtwagen aan de achterzijde van een aluminium barak in een buitenwijk van Bristol, waar de tonijn tweeënvijftig uur nadat hij uit de pikdonkere, zilte diepten van de Indische Oceaan was getild in de schappen wordt gelegd


    Over de wereld is een oneindige rij, meestal onzichtbare, lijnen getrokken waardoor goederen van A naar B komen. De aard van veel producten vraagt om haast. De strijd tegen het bederf dient gewonnen te worden. “In de paden van een gemiddelde supermarkt liggen twintigduizend artikelen, waarvan vierduizend koel worden bewaard en eens in de drie dagen moeten worden ververst, terwijl de overige zestienduizend binnen twee weken aanvulling vereisen.” Consumenten schroeven hun eisen op. Er is te veel ongeduld om het juiste seizoen voor groente of fruit van de gewenste voorkeur af te wachten. Rond de jaarwisseling komen de aardbeien uit Israël, in februari uit Marokko, in het voorjaar uit Spanje, vanaf het begin van de zomer uit Nederland en vervolgens uit Engeland en tussen september en kerstmis van achter San Diego.

    Een bijzonder logistiek proces is de stroomvoorziening. In enkele dagen legt de schrijver een wandeling af onder de hoogspanningsmasten die naar Londen voeren. Het is een reis waar de stroom zelf 0,00058 seconde over doet. Het is een wereld met een heel eigen esthetiek. Gelukkig staan er ter plekke vooral masten van het elegante type L6. Dat is allemaal na te lezen in het wereldwijde overzicht zoals te vinden in de zakencyclopedie van hoogspanningsmasten uitgebracht door een Zuid-Koreaanse uitgeverij.

    Naast aandacht voor logistiek probeert De Botton tot het wezen van arbeid door te dringen. Dat gebeurt via een aantal willekeurige portretten. Hij volgt een poosje een loopbaanbegeleider, bezoekt een uitvindersbeurs en woont een training voor jonge accountants bij. Een eigenaardig hoofdstuk is gewijd aan een onbekende schilder, die na de dood van zijn vriendin, het leven liggend vervolgt onder een boom om de verschillende tinten groen te vangen. De invloed op de eik van de wisselingen van seizoenen en weer blijft bewaard.

    De Botton probeert de essentie van wat arbeid voor de mens betekent te verhelderen. Dat lukt niet echt. Het komt maar niet tot een interessante gedachtewisseling met zijn gesprekspartners. Nauwelijks doen zij hun mond open of de gedachten van De Botton waaieren alle kanten op. Zijn eigen fantasie laat weinig ruimte voor de indrukken van anderen. Als een soort wonderkind had de schrijver al vroeg enkele spraakmakende boeken op zijn naam. Hij manifesteerde zich als een wijsneus, eerder kaal dan volwassen. Dat pad vervolgt hij gestaag. Elk boek als de recycling van een vrijgesteld leven. Toevallige uitnodigingen resulteren in een hoofdstuk. Een doordachte aanpak lijkt ver weg. Je verblijft een paar dagen op Heathrow en hup daar is weer een boekje, Een week op de luchthaven. In zijn laatste paar boeken nemen de illustraties een prominente plek in. In Ode aan de arbeid staan meer dan 100 foto’s. Er valt net zo veel te kijken als te lezen. Nog even en Alain de Botton is die schrijver van koffietafelboeken.