Leesimpressies

  • Alexander Solzjenitsyn: Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj

  • Nr. 1 - 2008
  • Twee keer kruiste Solzjenitsyn vorig jaar mijn pad. De eerste keer was toen David Remnick in Reporter (zie weblog week 06, 2007) een hoofdstuk aan hem wijdde. Hij maakte zich toen op om vanuit de rust van Vermont terug te keren naar zijn vaderland. Een paar maanden later stelde ik me de vraag: leeft Solzjenitsyn eigenlijk nog? De media bedienen het publiek op hun wenken. Per direct verscheen het bericht in de krant dat Poetin aan Solzjenitsyn de Russische staatsprijs had uitgereikt vanwege de grote verdiensten voor zijn land. Het was een bevestigend antwoord op de vraag maar niet uit volle borst. De 88-jarige Solzjenitsyn was te verzwakt om de prijs zelf in ontvangst te nemen. Zijn echtgenote nam de honneurs waar. Het was wel een mooi beeld. De voormalige luis in de pels van de macht krijgt uit handen van de hoogste gezagdrager van zijn land een royaal eerbetoon. Saillant is dat het curriculum vitae van Poetin melding maakt van een verleden bij de KGB.

    Het boek speelt in 1951 en is geschreven in 1962. Ivan Denisovitsj Sjoechov heeft er acht van de tien jaar strafkamp opzitten als we een dag getuige zijn van zijn leven in de Goelag Archipel. De dag begint met het reveille via een slag met de hamer op een spoorrail. De vorst staat op de ruiten. Tot het eerste appel, zo’n anderhalf uur later, is er sprake van een betrekkelijke rust. Daarna volgen de verschrikkingen in de barre kou elkaar snel op. Juist deze dag voelt Ivan Denisovitsj zich beroerd. Pijn in de leden en koortsig. Een verblijf in het kamphospitaaltje is geen optie. De weinige plaatsen zijn bezet en dan kun je dus niet ziek zijn. Ivan Denisovitsj kan gewoon met de colonne mee voor het verrichten van dwangarbeid. Metselwerk is deze dag de opdracht.

    Het leven in het kamp is een grote overlevingstocht. Probeer een extra homp brood of pluk tabak in de wacht te slepen. Als dat lukt is het leven iets minder ondraaglijk maar ontstaat wel de zorg om het veroverde af te schermen van de kampgenoten. Het eigen ik gaat voor. Mensen zijn gereduceerd tot een nummer. Ivan Denisovitsj draagt nummer 854, maakt deel uit van ploeg 104 en hoort thuis in barak 9. De kampbewoners vormen een wisselende belangengemeenschap van vrienden en vijanden. De leiders van een ploeg, te weten medegevangen, nemen een deel van de rol van de bewakers op zich. Zij zorgen voor orde en regelmaat. Ze verdelen gunsten binnen de leden van hun ploeg. Zijn ze succesvol dan kunnen zij privileges voor de hele groep verdienen bij de kampleiding. Zo is er een netwerk van belangen geweven waarbij iedereen van iedereen afhankelijk is. Het past bij de ontmenselijkte staat van de bewoners dat we weinig van hen als individu vernemen. Soms is er de aanduiding van een beroep in een vorig leven. De lezer moet het stellen met geografische aanduidingen. We treffen mensen aan uit de Baltische staten, uit Moskou of de Oekraïne. De meesten danken hun verblijf in het kamp aan politieke misdrijven. Ivan Denisovitsj is in de oorlog krijgsgevangen gemaakt en daaruit ontsnapt. Dat leverde hem een veroordeling op van tien jaar wat nog een genadige straf is omdat het standaardtarief daarna op 25 jaar werd gesteld. Twee keer per jaar mogen de gevangen een brief naar huis versturen. Van Ivan Denisovitsj vernemen we terloops dat hij een vrouw heeft en twee dochters. Een zoon is gestorven. Familieleden kunnen een pakket sturen naar hun geliefden in het kamp. Ivan Denisovitsj heeft zijn gezin opgedragen van dat recht geen gebruik te maken. Ze kunnen het voedsel beter voor eigen gebruik benutten. Bovendien is de kans altijd aanwezig dat de bewakers zich een deel van het pakket toe-eigenen.

    Het leven van de gevangenen, zeks genoemd, verloopt monotoon. Lichtpunten zijn er nauwelijks of het moet zijn wat binnengesmokkeld hout om in de avond op het vuur te werpen. Solzjenitsyn doet minutieus en feitelijk verslag. Regelmatig laat hij Ivan Denisovitsj zelf aan het woord. Dat is herkenbaar aan het vaak volkse taalgebruik. Die teksten maken een wat gezochte indruk maar het ontbreekt mij aan de kennis om te beoordelen of vertaler Theun de Vries wel de goede toon heeft getroffen. Omdat de gevangen niet veel meer zijn dan hun nummer komt de lezer niet makkelijk tot identificatie. De indruk dat het leven in de Goelag een verschrikking vormt, is echter onontkoombaar. Een mooie uitspraak in het boek is de constatering dat de dagen snel verstrijken als je hard aan het werk bent, de jaren echter niet. Aan het eind merkt Ivan Denisovitsj op dat deze dag voor hem de nodige buitenkansjes in petto had. Zijn ziekte zette niet door, tussen de middag veroverde hij een extra bak havermout en het lukte een hakmes de barak binnen te smokkelen. Eén van de 3653 dagen zat erop. De drie schrikkeldagen waren een gratis toegift. Een schrijver die een barbaars regime dat strafkampen produceert aan de kaak stelt, verdient als genoegdoening tenminste een staatsprijs.