Leesimpressies

  • Alice Munro: Lief leven

  • Nr. 31 - 2012
  • Alice Munro is een vermaarde Canadese schrijfster van korte verhalen. Nu in de late herfst van haar loopbaan krijgen die verhalen voor het eerst een sterk autobiografische lading. Dat was het geval in haar voorlaatste boek Het uitzicht vanaf Castle Rock en nu opnieuw in Lief leven. Munro duikt diep in de geschiedenis van het geslacht Laidlaw, haar meisjesnaam. Halverwege de negentiende eeuw kijkt de familie vanaf Castle Rock in Schotland over zee in de richting van het beloofde land. De oversteek wordt in etappes gemaakt. De Laidlaws strijken niet in Amerika neer maar in Canada. Huron County in de staat Ontario wordt de nieuwe thuisbasis. Het uitgestrekte platteland biedt ruimte en perspectief. De miljoenenstat toronto is ver weg. Te midden van immigranten, onder wie veel Nederlanders, groeit Alice Munro op. Ze kent een jeugd waarin het moeite kost het hoofd boven water te houden. Moeder is onderwijzeres maar krijgt op jonge leeftijd Parkinson. Vader begint een vossenfokkerij op een moment dat het gunstige tij daarvoor al achter de rug is. Hij gaat de kost verdienen door in de nachtelijke uren op een gieterij te werken. Naast Alice zijn er nog een jongere broer en jongere zus. Van die wereld brengt Munro verslag uit.

    Romanschrijvers zijn onder te verdelen in stadsschrijvers en plattelandsschrijvers. Zoals Paul Auster een echte stadsschrijver is, is Alice Munro een typische plattelandsschrijver. In de stad is het leven vrij en anoniem. Politiek en cultuur domineren de tijdgeest. Op het platteland wordt het leven gedisciplineerd door sociale controle en godsvrucht. Het particuliere overheerst boven het maatschappelijke. Dat wil niet zeggen dat de personages in het werk van Munro meegaande types zijn. Integendeel, ze zijn behoorlijk eigenzinnig. De lezer ontmoet hen op sleutelmomenten in hun leven waarbij de confrontatie met het geldende verwachtingspatroon wordt opgezocht. Zo’n sleutelmoment neemt nogal eens de gedaante aan van een overspelige liefde. Voor huwelijkse trouw moet je ook al niet op het platteland zijn. Of Munro fictieve levens behandelt of herinneringen ophaalt aan haar eigen geschiedenis maakt voor de verhalen weinig uit. De schrijfstijl is dezelfde. Een zijdelingse opmerking maakt het verschil. In het verhaal ‘Stemmen’ komt zo’n zinnetje voor.

    Ik denk dat als ik nu fictie schreef in plaats van me iets te herinneren wat werkelijk is gebeurd, ik haar nooit die jurk gegeven zou hebben. Het was het soort reclame dat ze niet nodig had


    De overrompelende kracht van de liefde is bij Munro een terugkerend thema. Woorden als lief en liefde komen frequent in haar boektitels voor. De titels van de verhalen zijn neutraler en bestaan veelal slechts uit een enkele term. In Lief leven zijn dat bijvoorbeeld ‘Trein’, “Nacht’, ‘Grind’ of ‘Trots’. Een kwaliteit van het schrijverschap van Munro is dat zij het gevoel opwekt diep in de levens van haar personages door te dringen. Dat moet ook wel als het om korte verhalen gaat. Er is geen ruimte voor omwegen. Munro heeft bovendien de gewoonte om in dat korte bestek grote sprongen in de tijd te maken. De sleutelmomenten spreiden zich soms over een heel mensenleven uit.
    Met rake typeringen schetst Munro haar personages. In het verhaal ’Corrie’ valt de volgende typering te lezen. “Ze zei dat ze zelf nooit aan God was toegekomen, omdat ze al genoeg met haar vader te stellen had.” In een van de autobiografische verhalen keert Munro terug naar een ervaring uit haar jeugd. Op een aanschouwelijke manier weet ze de verrukking onder woorden te brengen die haar trof toen zij als meisje op de grond lag naast de stam van een boom met een bedwelmend uitzicht op de appelbloesem boven haar. Het zijn die subtiele beschrijvingen waardoor Munro zich weet te onderscheiden. Een andere indrukwekkende jeugdherinnering is die over de demonen die haar in de greep krijgen op momenten van slapeloosheid. Ze vreest haar zusje in het stapelbed naast haar van het leven te zullen beroven. Niet uit kwaadheid of ergernis maar in een onweerstaanbare aanval van krankzinnigheid. Na een nachtelijk gesprek met vader blijken de demonen plotseling getemd te zijn. In een veilige context bestaan geen angstvisioenen.
    Ondanks het vakmanschap van Munro kunnen de verhalen mij niet bekoren zoals een breed opgezette roman dat kan. De personages in de verhalen blijven te eendimensionaal. Het gemis van een grote compositie doet zich voelen. De verhalen beklijven niet al blijft een bepaalde sfeer soms nog een poos naklinken. Na lezing blijft de vraag open in welk verhaal ook weer die man voorkwam met het gecombineerde beroep van dichter en paardentrainer? De herinnering is snel in rook opgegaan. Bovendien weegt in mijn waardering door, wat Munro moeilijk aangerekend kan worden, dat ik in diepste wezen een liefhebber van de stadsroman ben.