Leesimpressies

  • Allen Barra: Yogi Berra eternal Yankee

  • Nr. 35 - 2015
  • Italianen kennen niet van je winnen maar je ken wel van ze verliezen, is mijn favoriete uitspraak van Johan Cruijff. Op het moment dat iemand die onsterfelijk is een levensbedreigende ziekte blijkt te hebben, realiseer ik me hoe ongebruikelijk het is dat sporticonen kunnen goochelen met woorden. Wij hebben Johan Cruijff, de Amerikanen hebben Yogi Berra. In de week van de World Series lees ik altijd een Amerikaans sportboek. Dat helpt om lekker in de stemming te komen. Dit jaar viel mijn keus op de biografie van Yogi Berra die dit jaar op negentigjarige leeftijd overleed. De auteur is Allen Barra die vele sportboeken op zijn naam heeft en onder meer publiceert in de New York Times en de Village Voice. Honkbal is zijn onderwerp van voorkeur al dankt hij zijn bekendheid ook aan een boek over de legendarische footballcoach Paul Bryant. Barra over Berra. Het was de laatste jaren stiller geworden rond Yogi Berra, in essentie een verlegen man zich koesterend in een rustig bestaan in New Jersey. Nog altijd zijn er polemieken of hij al dan niet de beste catcher ooit was. Ontegenzeggelijk heeft hij meer prijzen gewonnen dan zijn concurrenten. Met zijn overlijden heeft hij een van zijn beroemdste uitspraken opnieuw kracht bijgezet. It ain’t over till it’s over.

    Yogi werd in 1925 geboren als Lawrence Peter Berra in een Italiaanse emigrantenwijk, Dago Hill, van Saint Louis. Met die achtergrond en een talent voor honkbal zou een loopbaan bij de Saint Louis Cardinals, na de Yankees het team met de meeste overwinningen in de World Series, voor de hand hebben gelegen. Zover kwam het niet. De Cardinals boden hem weliswaar een contract maar daar maakte een bonus van 500 dollar die zijn jeugdvriend Joe Garagiola wel kreeg, geen deel vanuit. Berra bedankte voor de eer. Hij was vriendelijk maar kon ook eigenzinnig zijn. In plaats van in zijn thuisstad te spelen aanvaardde hij een contract bij de New York Yankees. Bij uitwedstrijden in Saint Louis zat zijn familie op de tribune en na afloop kookte zijn moeder een voortreffelijke ravioli. Bij de Yankees maakte hij de grootste bloeiperiode van zijn club mee. Naast Berra waren er meer steunpilaren met een Italiaanse achtergrond. In het outfield speelde Joe DiMaggio, korte stop was Phil Rizzuto. Voor emigrantenkinderen was een sportloopbaan een route naar roem en welvaart. Tegenwoordig is er een vergelijkbare ontwikkeling met spelers uit Latijns-Amerika. Berra toonde zich in een tijd dat spelersmakelaars nog nauwelijks bestonden een scherp onderhandelaar bij de jaarlijkse salarisbesprekingen. Uiteindelijk kreeg hij meestal zijn zin. Het was voor het management een hachelijke zaak om hun waardevolle catcher, zowel aan slag als achter de thuisplaat, tegen zich in het harnas te jagen.
    Berra dankte zijn populariteit niet alleen aan zijn spel maar ook aan zijn raadselachtige uitspraken. Die zouden yogiismes gaan heten. Op het eerste gezicht doet zo’n uitspraak naïef aan. Er lijkt een tegenstrijdigheid in het spel. Het tweede gezicht opent soms een deur naar diepzinnigheid. Ze zijn uitgegroeid tot gangbare uitdrukkingen, zeg maar varianten van elk voordeel heb zijn nadeel. Barra heeft in een bijlage een lijst opgenomen waarin hij een link legt tussen yogiismes en verwante uitspraken in meer sophisticated vorm gedaan door staatslieden, wijsgeren en schrijvers. Voorbeelden van yogiismes zijn: ‘half this game is 90 percent mental’ of ‘you can observe a lot just by watching’. Een juweeltje is ook ‘it’s déjà vu all over again’.
    Een bijeffect van een succesvolle sportloopbaan is dat het de kans biedt op een ontmoeting met beroemdheden uit andere disciplines. Het ene moment golf je met een president en het volgende ontbijt je met een Nobelprijswinnaar Milton Friedman. Yogi Berra liet het zich welgevallen al besefte hij niet altijd de grootheid van een gesprekspartner. Bekend is het verhaal van Toots Shore, uitbater van een club waar iedereen kwam die er toe deed, die hem weer eens in contact met iemand wilde brengen.

    Toots said to Yogi, ‘I want you to meet Ernest Hemingway, an important writer. ’Berra replied, What paper you with, Ernie?’ Sadly Hemingway’s response is not recorded


    Het is opmerkelijk dat Yogi Berra met zijn korte gedrongen uiterlijk en een hoofd dat meer Fernandel dan Tom Cruise weerspiegelt zo’n grote erelijst heeft opgebouwd. In het begin van zijn loopbaan werd over hem gezegd. “This guy can’t be a ballplayer. He looks like the bottom man of an unemployed acrobatic team.’ Na zijn periode als speler zou hij als coach aan de slag gaan. Eerst bij de Yankees nadien bij de Mets. Bij de Yankees zou hij dezelfde behandeling krijgen die eigenaar George Steinbrenner voor al zijn managers in petto had. Ontslag naar willekeur. Steinbrenner nam niet eens de moeite om hem dat persoonlijk mee te delen. Berra was zwaar beledigd. Het zou een vete van 14 jaar inluiden.
    De grootheid van Yogi Berra valt af te leiden over wat hem buiten de sportstadions aan eerbetoon zou overkomen. Hij kreeg een stripfiguur naar zich vernoemd waar hij overigens niet erg blij mee was. Er werd een toneelstuk over hem geschreven met de titel Nobody don’t like Yogi met in de titelrol Ben Gazarra, weer een Italian kid. Berra durfde de vertoning zelf niet bij te wonen. Uiteindelijk kwam er zelfs een Yogi Berra museum in zijn woonplaats. Daar vond tenslotte een verzoening plaats met Steinbrenner na een suggestie van Joe DiMaggio. Yogi begroette zijn oude baas met de opmerking dat hij tien minuten te laat was. Het antwoord luidde. Ýogi, I’m fourteen years late.’ Het was een van de weinige keren dat Steinbrenner liet zien smaak te bezitten.