Leesimpressies

  • Alvaro Mutis: De laatste reis van de Tramp Steamer

  • Nr. 7 - 2009
  • Eind januari overleed de grote John Updike. Deze week herdenkt The New Yorker, het tijdschrift waaraan hij meer dan vijftig jaar bijdragen leverde, hem in stijl onder meer met een bloemlezing. Een aanrader voor elke liefhebber van Updike’s werk. In de kerstvakantie las ik Due considerations zijn laatste vuistdikke bundel met beschouwingen in de traditie van eerdere werken als Odd jobs, Hugging the shore en More matter. Als er waar ook ter wereld een schrijver was met een interessant oeuvre dan was Updike vertrouwd met zijn of haar werk. Hij schreef erover met onbevangenheid en diepgang of om The New Yorker aan te halen met ‘a bite without tooth marks’. Zo raakte ik geïnteresseerd in het werk van de Columbiaanse schrijver Alvaro Mutis. Dit was het gepaste moment om dat te lezen.


    De verteller, iemand die sterke gelijkenis vertoont met de schrijver Alvaro Mutis, is als communicatiemanager van een internationaal bedrijf gewend te reizen. Zo brengt het werk hem naar een conferentie in Helsinki. Bij mooi weer is er vanaf het schiereiland de belofte van een fraai gezicht op de vergulde koepels van Petersburg. De verteller begeeft zich naar de bewuste plek. Die stap vormt de opmaat naar een bijzondere liefdesgeschiedenis die zich in amper honderd bladzijden zal ontvouwen.


    Nergens is eenzaamheid beter om te buigen naar verlangen dan bij een uitgestrekte zee


    Op de achtergrond doemen de adembenemende gebouwen van Petersburg op. Dan verschijnt voor het eerst de Tramp Steamer in het gezichtsveld van de verteller, een vrachtboot met een beperkt laadvermogen zonder vaste bestemming. Het contrast is groot. De vervallen boot heeft bedekt onder een laag vuil, olie en roest ‘de kleur van de armoede’ aangenomen. Het schip vaart onder de vlag van Honduras. De naam Alcyoon, wat verwijst naar een mythische vogel die zijn nest op zee bouwt, is nauwelijks leesbaar. De verteller herkent zich in de tragiek van het schip en het beeld nestelt zich op zijn netvlies. Bij een volgend reisbezoek, dit keer in Costa Rica ziet hij de Alcyoon opnieuw. Later in Jamaica en in de delta van de rivier de Orinoco slaat dit lot wederom toe. De herinneringen aan de Alcyoon ontwikkelen zich tot een obsessie.

    Jaren later vertoeft de verteller op een duwboot in het gezelschap van nog een andere passagier. Dat is de Bask Jon Iturri. De beide mannen ervaren voldoende gedeelde belangstelling om zich in elkaars gezelschap te verheugen. De Bask blijkt de kapitein van de Alcyoon te zijn geweest. Tijdens nachtelijke bijeenkomsten op het dek brengt de kapitein verslag uit van een bijzondere geschiedenis. Het schip was eigendom van een jonge moslima uit Libanon. De Bask laat zich door haar strikken om de rol van kapitein op zich te nemen. Zij hoopt als eigenaresse voldoende inkomsten te verwerven om verdere stappen naar onafhankelijkheid te zetten los van de knellende familiebanden. Iturri beschrijft haar uiterlijk en kleding bij iedere ontmoeting in gullere bewoordingen. Tussen de man van 50 en de vrouw van 24 gloeit de aantrekkingskracht. “Aan een verschijnsel dat zo totaal was de benaming liefde geven, zou van onnozelheid en van onvoorstelbare oppervlakkigheid getuigen. Het gebruik van dat woord hield in dat je bijna altijd met gemerkte kaarten speelde. Er was iets in hem wakker geworden dat niet in woorden gevat kon worden.”

    Elk van de keren dat de verteller het schip zag, blijkt samen te vallen met een bijzonder moment in de geschiedenis van het schip en de liefde van de kapitein. De liefde loopt parallel met het wel en wee van de Alcyoon. Mutis beschrijft het allemaal met ingehouden passie en in de rijke bewoordingen van de rasschrijver. De kracht van dit boek ligt in wat expliciet beschreven is in combinatie met wat daarbij wordt opgeroepen. Zowel het verhaal van de kapitein intrigeert als het beeld van de twee mannen van rijpe leeftijd op het dek onder de maneschijn. Aan het eind van het boek komt de verteller tot de volgende verzuchting. ‘De mensen, dacht ik, veranderen zo weinig en ze blijven zo zichzelf, dat er sinds het begin der tijden slechts één liefdesgeschiedenis bestaat die eindeloos wordt herhaald, zonder dat de enorme eenvoud en onafwendbare tragiek ervan verloren gaan.’

    Inmiddels heb ik antiquarisch alle in het Nederlands vertaalde boeken van Alvaro Mutis aangeschaft. Ik zal die lezen en bij vlagen aan John Updike terugdenken, de man die in zijn jeugd stotterde, die trots was op zijn vorming op Harvard, die van Toyota dealer Harry Rabbit Angstrom een icoon wist te maken, die ruim vijftig jaar om de week op woensdag poker speelde, die verknocht was aan het geestelijke klimaat en de zilte lucht van New England, die zijn auto langs de weg moest parkeren toen Bill Buckner dat rollertje door zijn benen liet gaan, die als laatste woord in zijn laatste non-fictie boek joie de vivre opschreef. Nu is de tijd aangebroken van The afterlife. Toward the end of time.