Leesimpressies

  • Amitav Ghosh: The great derangement

  • Nr. 9 - 2018
  • Amitav Ghosh is een Indiase schrijver die zich bedient van de Engelse taal waarin hij vooral zwaarwegende historische romans produceert. Zijn laatste boek betreft non fictie en handelt over klimaatverandering. Het boek is van bescheiden omvang maar voor prikkelende gedachten is volume niet noodzakelijk. Het werk is gebaseerd op enkele colleges die Ghosh in 2015 gaf aan de universiteit van Chicago, een kennisinstituut dat vooral bekendheid kreeg door economen, herauten van de groei, die de uitstoot van broeikasgassen flink hebben opgejaagd. Ghosh kiest voor een drietal invalshoeken. Om dicht bij huis te blijven inventariseert hij in de eerste plaats in welke mate de literaire wereld oog heeft voor het thema klimaatverandering. Daarna richt hij zijn aandacht op de geschiedenis en de politiek. Zijn hoofdconclusie luidt dat het klimaat in vergelijking met de ingrijpende consequenties die ons te wachten staan er bekaaid vanaf komt. Hij zoekt naar een verklaring en doet zijn best hier en daar wat hoopvolle signalen waar te nemen. Uitgebreid staat hij stil bij wat de opwarming van de aarde voor gevolgen voor India en de rest van het Aziatische continent zal hebben. Wij hebben vooral oog voor de gevolgen in de Westerse wereld en daar geeft Ghosh welkom tegenwicht. Afrika en AziĆ« hebben minstens zo veel te vrezen.

    Ghosh put uit zijn persoonlijke geschiedenis. Zijn voorouders waren ecologische vluchtelingen toen dat begrip nog onbekend was. Zij leefden in wat nu Bangladesh is en hun dorp werd getroffen door een overstroming van de rivier Padma. In 1978 werd de student Amitav Ghosh op weg naar zijn kamer overvallen door de eerste cycloon die ooit New Delhi aandeed. Fietsen en lantaarnpalen vlogen door de lucht. Toch lijkt klimaatverandering schrijvers van romans geen inspiratie te bieden. Ghosh baseert zich op tijdschriften als The New York Review of Books als hij constateert dat het onderwerp eerder in non fictie dan in fictie aan bod komt. De huidige Nederlandse Boekenweek vormt een treffende illustratie. Jan Terlouw schrijft over duurzaamheid in het Boekenweekessay maar Griet Op de Beeck bespeelt in het Boekenweekgeschenk een heel ander instrument. Zij heeft het over een weduwe die aan een nieuwe fase in haar leven begint. Schrijvers zijn er toch om te reflecteren over de wereld om hen heen. Waarom negeren zij deze actualiteit? Ghosh geeft verschillende overwegingen. Allereerst is het klimaat iets dat pas over een langere periode waarneembaar aan verandering onderhevig is. Een roman behandelt een periode die naar tijd en plaats is afgebakend. Er valt op deze redenering wel af te dingen. De relevantie van klimaatverandering schuilt in de omstandigheid dat deze plotseling kan neerslaan in een calamiteit zoals droogte, een hittegolf, een orkaan of een tsunami. Een dergelijk incident leent zich wel degelijk om binnen het kader van een roman aan te kaarten. De roman kiest meestal een ander perspectief, zo vervolgt Ghosh zijn kritiek. Hij citeert Updike die individuele morele avonturen ziet als het domein van de roman. Bij Updike schieten je gedachten dan richting overspel in slaapsteden. De schrijver van literatuur is veelal naar binnen gericht en doet aan gewetensonderzoek. Klimaatverandering is een onbedoeld extern gevolg van collectief gedrag. Hiervoor heeft de literaire auteur een blinde vlek.

    The literary mainstream remained just as unaware of the crisis on our doorstep as the population at large. In this regard, the avant-garde, far from being ahead was clearly a laggard


    Het aardige van Ghosh is dat hij regelmatig voor een minder gebruikelijke invalshoek kiest. Zo wordt klimaatverandering vaak in de schoenen geschoven van kapitalisme en daarmee verbonden imperialisme. Hij wijst erop dat het imperialisme waarschijnlijk een remmende werking heeft veroorzaakt. China en India gingen pas een grote bijdrage leveren aan de vervuiling toen de hoogtijdagen van het imperialisme achter de rug waren.
    Een vergelijkbaar benadering past hij toe op de Verlichting, dat tijdperk van rationaliteit waarmee problemen doelmatig bestreden kunnen worden. Ghosh schetst dat de Verlichting ervoor heeft gezorgd dat het onwaarschijnlijke en de afhankelijkheid van de natuur buiten het gezichtsveld van de mens begonnen te raken. Klassieke havensteden, bewust van het gevaar, bewaarden de nodige afstand tot de zee. Denk aan Hamburg, Rotterdam en Lissabon. Havensteden die later tot ontwikkeling kwamen als Mumbai en New York waren roekelozer in het kiezen van vestigingsplekken. Of denk aan de vestiging van de kerncentrale in Fukushima op een plek die kwetsbaar is in geval van overstroming.
    Het laatste deel van het boek gaat over het antwoord van de politiek. Ghosh analyseert de standpunten van voor- en tegenstanders als het gaat om het treffen van maatregelen. Wetenschappers staan tegenover mensen die afgaan op het gerommel in hun onderbuik. Klimaatactivisten krijgen het verwijt dat zij in hun persoonlijk leven weinig consequent zijn. Er brandt te veel licht bij Al Gore thuis. Aan het eind van het boek staat Ghosh stil bij twee belangrijke documenten uit 2015. Paus Franciscus publiceerde de encycliek Laudato si en er was natuurlijk het klimaatakkoord van Parijs. Beide rapporten willen het klimaatprobleem bestrijden maar kiezen een andere invalshoek. Parijs kiest voor een technocratische aanpak terwijl de paus wijst op de morele component. Klimaat in het teken van rechtvaardigheid voor de armen. Hoewel Parijs als het gaat om internationale samenwerking beslist een mijlpaal vormt, is Ghosh er niet gerust op dat het resultaat toereikend zal zijn. Het lot van de planeet ligt in handen van natiestaten en dan is het nastreven van eigenbelang voor de korte termijn nooit ver weg. Ghosh heeft in ieder geval laten zien dat sommige schrijvers de rol van moreel kompas uitstekend past.