Leesimpressies

  • Anil Ramdas: Paramaribo de vrolijkste stad in de jungle

  • Nr. 22 - 2009
  • Een decennium geleden was ik te gast bij Anil Ramdas thuis. Hij was een beoogd spreker op een conferentie georganiseerd door het Ministerie van Onderwijs. Op de geplande datum verbleef hij in het buitenland. Een voordien opgenomen interview vormde de noodoplossing. Ramdas was me bekend van zijn artikelen in De Groene Amsterdammer. De nieuwbouwwoning in een braaf rijtje van een witte plattelandsgemeente, kinderspeelgoed slingerend in de gang, was niet helemaal de entourage die ik verwachtte bij de kritische en soms wat zware beschouwingen in het weekblad. De kennismaking aan de keukentafel verliep gemoedelijk waarbij de gastheer zijn voorraad shag in uptempo liet slinken. Toen de cameraploeg gearriveerd was kon het interview beginnen. Zonder enige aantekening te raadplegen deed Ramdas zijn verhaal er achteloos voor zorgend dat alle ingeslagen bijzinnen terugkeerden op de hoofdroute. Toen we in de montage het eind aan het begin plaatsten en mijn vragen als overbodig hadden weggesneden, stond zijn betoog als een huis. Ik vond het een knappe voorstelling dat iemand zo ontspannen wist te improviseren. Vanaf dat moment ben ik zijn werk op afstand blijven volgen.

    Anil Ramdas werd in 1958 te Nickerie geboren, een gebied in het noordwesten van Suriname waar veel Hindoestanen wonen. Via een tussenstop in Paramaribo voor de middelbare school kwam hij naar Nederland om hier te studeren. De journalistiek zou zijn loopbaan vormen. Na lang weg te zijn geweest ontstond het verlangen om voor een jaar terug te gaan naar Suriname. De hernieuwde kennismaking moest uitmonden in een boek. Een jaar is substantieel genoeg om meer dan een vluchtige blik te werpen. Ramdas begint zijn boek Paramaribo de vrolijkste stad in de jungle met aandacht voor de gebrekkige internetverbinding die hem bij aankomst direct uit zijn humeur brengt. Daar had hij zijn onderkomen nota bene op uitgezocht. De lezer voelt onraad. Het komt vast niet meer goed tussen deze auteur en zijn onderwerp.


    In Suriname is het leven een groot feest maar wel een leeg feest


    Tevoren had Ramdas alles goed uitgedacht. Elk van de geselecteerde onderwerpen zou hij in een apart hoofdstuk aan een beschouwing onderwerpen. De kopstukken die hij wilde interviewen weigerden echter medewerking. De schrijver wijkt door die omstandigheid af van zijn oorspronkelijk pad. Dan ontstaat er tijdnood als hij tegen het eind van zijn jaar door ziekte, psoriasis, geveld wordt. Tussendoor gaat hij op sentimental journey naar zijn jeugd. Alles wat hem dierbaar is uit het verleden blijkt nu klein en vervallen. Het actuele Suriname heeft weinig aantrekkelijks. De spanningen tussen de bevolkingsgroepen worden niet verbloemd. Hindoestanen en creolen leven langs elkaar. Creolen onderling maken een onderscheid in stadscreolen en boslandcreolen waarbij de laatste groep onderaan de statusladder vertoeft. Dan zijn er nog Javanen en Chinezen en tegenwoordig ook mensen uit oost-Europa. Suriname kent armoede. Talenten hebben de wijk naar het buitenland genomen vooral naar Nederland. In politiek opzicht is er de open wond van de decembermoorden. De dominante figuur in de politiek sinds de onafhankelijkheid is Desi Bouterse. Voor de gewone man is hij een held. Naar beschaafde normen is de man abject en infaam om enkele favoriete woorden van zijn Nederlandse advocaat en danspartner te lenen. Onder impuls van Bouterse werd Suriname een narcotica-staat, familie van Colombia en Afghanistan. De tijd dat Suriname na Cuba de beste gezondheidszorg in het Caribisch gebied bezat is voorbij. Het staatsziekenfonds maakt in een televisieprogramma goede sier met een innovatie. Het gaat niet om kortere wachttijden, een spectaculair betere behandelmethode of uitbreiding van het pakket. Nee, het betreft een geplastificeerd lidmaatschapskaartje, handig als het kaartje per ongeluk in de wasmachine belandt.

    De ergernis gaat met Ramdas aan de haal. Wat is gebeurd met de erfenis van door hem bewonderde founding fathers als de schrijver Albert Helman en de politicus Frank Essed? De laatste zorgde er voor dat met de aanleg van kleine vliegveldjes het onherbergzame binnenland toegankelijk werd. Tevens was hij de opsteller van het ontwikkelingsplan waarmee Suriname de onderhandelingen met Nederland aanging over de onafhankelijkheid. Het motto luidde ‘de mobilisatie van het eigene’. Het huidige Suriname zoekt troost in een roes van drugs en muziek. Overal is er luidruchtige muziek. Vrolijkheid dient geen ander doel dan de leegte aan het zicht te onttrekken. Heupwiegend op weg naar het einde. Als je niet oppast raak je door het land besmet. De schouders gaan hangen voor je er erg in hebt. Voor Ramdas draait zijn jeugdliefde op een teleurstelling uit. Hij geeft aardige observaties en weet die zorgvuldig te verwoorden. De structuur van het boek lijkt door het toeval bepaald. Het is geen sociologische beschouwing, noch reisverslag, noch jeugdherinnering, noch dagboek. Het boek is van alles een beetje maar ook niks helemaal. De stuurloosheid van het land heeft vat op de auteur gekregen. Mijn wens om ooit een bezoek aan Suriname te brengen is door het boek bijgesteld. Het gaat om uitstel richting lange baan.