Leesimpressies

  • Annelies Verbeke: Vissen redden

  • Nr. 49 - 2009
  • Deze week staat in het teken van de klimaattop in Kopenhagen. De media staan er bol van. Iedereen wordt bevraagd op zijn of haar groenheid, een vervelende wedren in morele superioriteit. Natuur en milieu zijn moderne collectieve goederen. Iedereen profiteert van de beschikbaarheid van een collectief goed maar niemand heeft er belang bij om als eenling de kastanjes uit het vuur te halen. Hier ligt bij uitstek een taak voor overheden ook om elkaar aan te spreken vanwege de internationale dimensie van het probleem. Misschien lukt dat een beetje in Denemarken. Ondertussen lees ik Vissen redden al het vierde boek van de jonge Vlaamse schrijfster Annelies Verbeke. Laat ik het maar meteen opbiechten: mijn eigen wapenfeiten zijn bescheiden als het gaat om de visstand. Zeker 360 dagen per jaar eet ik geen paling in restaurant Siphon te Oostkerke in België. En vooraf dus ook geen garnalen uit Oostende.

    Hoofdpersoon in Vissen redden is, in de terminologie van Herman Brusselmans, ex-schrijver Monique Champagne. Ze heeft enkele boeken op haar naam maar vindt het nu tijd om van fictie over te stappen naar de werkelijkheid. De zorg om overbevissing krijgt haar in de greep. Ze heeft over dat onderwerp een bevlogen krantenartikel geschreven wat haar een uitnodiging oplevert om op congressen over vissen een bijdrage te leveren. Afleiding komt zeer gelegen. Monique lijdt aan een ongelukkige liefde. Thomas heeft haar in de steek gelaten. Een nieuw ideaal moet de leegte van de liefde vullen.


    Ze was van boeken op vis overgeschakeld, en dat had zin


    De roman volgt Monique op haar tocht langs de internationale congressen. De start is in Tallinn. Ze verzorgt een soort pauzenummer tussen de wetenschappelijke bijdragen door. In een minuut of vijf richt zij een emotioneel appel tot de zaal om de vis te redden. Het leven is ontstaan uit de zee en als het daar mis gaat, zal al het leven verdwijnen. Van Tallinn gaat het naar Lissabon, naar Athene enzovoort. Het laatste congres is in Vladivostok. De titels van de hoofdstukken zijn ontleend aan de nabijgelegen zee. Onderweg leert Monique enkele vaste deelnemers nader kennen. Er is de Oostenrijker Oskar Wanker, specialist op het terrein van de doornhaai, die zich over haar ontfermt. Hij geeft haar een manuscript te lezen over een jongen met een obsessieve liefde voor een oudere skilerares. Dat brengt voor Monique weer allerlei herinneringen aan Thomas terug. In het hart van het boek worden de hoofdstukken over zeeën onderbroken door een hoofdstuk dat geheel is gewijd aan haar tijd met Thomas. In korte alinea’s passeren gedeelde voorkeuren, aversies en intimiteiten de revue. In dergelijke details krijgt de liefde gestalte en vormt een onneembare veste voor de rest van de wereld.

    De ontmoetingen tijdens de congressen verlevendigen het boek. Veel contact is er met de uit Slowakije afkomstige Michaela, die Monique voor een ander aanziet. Zij speelt het spel mee en neemt zo lang als het kan de rol van die ander aan. In Vladivostok is er een gepassioneerde vrijscene met Gavril, een schipper en dus een representant van de vijand. Monique volgt haar impulsen.

    Naast het treuren om Thomas krijgt Monique een nieuwe tegenslag te verwerken. Na enkele optredens komt het bericht dat sommige organisatoren afzien van de mogelijkheid om voor haar een plaats in te ruimen in het programma. Opnieuw een afwijzing en nog wel in een zaak die haar zo na aan het hart ligt. In de roman gaat veel aandacht uit naar Monique alleen op een hotelkamer. Zingend en dansend in bed of in bad.

    Annelies Verbeke heeft een personage geschapen dat bezig is aan een onalledaagse zoektocht om de wanhoop te bestrijden. Ze weet daarbij oorspronkelijke formuleringen te kiezen. De somberte is luchtig vormgegeven. Bij haar veelgeprezen debuutroman Slaap waren deze sterke punten meteen herkenbaar. Daar stond als minpunt tegenover een wat rommelige structuur van het boek. Het leek wel of de buitenissige figuren met de schrijver aan de haal gingen. Alsof de schrijver niet de baas is over het verhaal. Daarom viel Slaap mij enigszins tegen. In Vissen redden is het Verbeke beter gelukt een balans te vinden. Zij weet het verhaal nu strakker in de hand te houden. Toch vind ik het einde gezocht en ongeloofwaardig. Bij een tussenstop in Moskou, op weg van Vladivostok naar huis, verliest ze in een taxfreeshop haar zelfbeheersing. Ze gaat tekeer tegen glazen potten met tonijn. We vinden Monique in het laatste hoofdstuk, getiteld Kaspische Zee, ontredderd terug in een afgelegen huis onder de hoede van een broer en zus. Haar missie is mislukt. Thuis is er niemand die op haar wacht. Dan is er altijd nog de zee. Verbeke breit een pathetisch einde aan een overigens boeiende roman. Wel of geen akkoord in Kopenhagen, heel af en toe is er de behoefte om toch gebakken paling te consumeren. Mea culpa.