Leesimpressies

  • Antonio Munoz Molina: Alles wat solide was

  • Nr. 39 - 2014
  • In het afgelopen jaar heb ik kennis gemaakt met het werk van Antonio Munoz Molina, die in 1956 geboren werd in de regio Andalusië. Zijn Macondo heet Magina, zijn Aracataca is Ubeda. Hij is een schrijver die uit vele vaten weet te tappen. Hij begon zijn schrijverschap met enkele thrillers onder meer Winter in Lissabon en Volle maan. In Sefarad liet hij zich inspireren door de levens van Franz Kafka en Primo Levi. Je kunt bij Munoz Molina ook terecht voor een historische roman (De nacht der tijden), voor een liefdesverhaal (Zonder Blanca) of een coming of age roman (Maanstorm). Uitgeverij De Geus heeft inmiddels van hem twaalf boeken in vertaling uitgebracht. Mijn leesgedrag is tot de helft gevorderd. Zijn meest recente publicatie in het Nederlands luidt: Alles wat solide was. Dit keer gaat het om een boek met beschouwend proza. Munoz Molina levert commentaar op de economische crisis in zijn land van herkomst. Het is een lange tirade tegen de verloedering geworden.

    De schrijver neemt bij toerbeurt de rol van insider en die van buitenstaander aan. Hij heeft in zijn jeugd de dictatuur van Franco ervaren. De democratie werd met gejuich begroet al wist niemand precies wat dat inhield. Via ongeloof, er zal toch geen staatsgreep komen, beleefde het land een periode van grote voorspoed. Nergens in Europa waren de groeicijfers zo spectaculair. Munoz Molina vertrok naar het buitenland. Hij kreeg een baan in New York. Periodiek keerde hij terug om zich te verwonderen over de gebeurtenissen in zijn vaderland. De voorspoed evolueerde tot een luidruchtige vastgoedbubbel. Het duurde nog lang voordat het besef doordrong dat de bubbel een zeepbel was. Als je dat eindelijk door hebt, stapelen de aanwijzingen zich op. Hoe konden de signalen zo lang onopgemerkt blijven? Munoz Molina duikt met terugwerkende kracht in de jaargangen van El Pais en leest over een schier eindeloze reeks misstanden. Dat verschaft hem voedsel voor een felle aanklacht. Hij die jarenlang de krant las vanwege het culturele en het politieke nieuws, begint aan een inhaalrace. Hij zet de economische ontwikkeling op een rijtje. Zo constateert hij dat Spanje meer bankkantoren per hoofd van de bevolking bezit dan welk land ter wereld ook. Geld moet rollen, dan wordt het vanzelf meer waard. Tot het niks meer waard is. Tussen 1995 en 2005 werd in Spanje de schuld per huishouden verdubbeld.

    Dezelfde ratingbureaus die onze schuld nu reduceren tot een junkstatus stelden toen de diagnose van een uitstekende soliditeit. Spanje was het eldorado van Europa


    De uitwassen van de crisis hebben in Spanje vooral gestalte gekregen in de onroerend goed sector. Het land werd een grote bouwput omringd door een epidemie van golfbanen. Waar gebouwd wordt, slaan projectontwikkelaars hun slag met behulp van corrupte bestuurders. De grondprijs steeg in tien jaar tijd met 500%. Alleen al in 2006 zorgen de tien meest geruchtmakende gevallen van corruptie dat een half dozijn burgemeesters en een dertigtal wethouders in de gevangenis belanden. Spanje raakt verslaafd aan prestigeprojecten zoals de Expo van Sevilla en de Olympische Spelen van Barcelona. Regio’s, provincies en gemeenten timmeren aan de weg met publiciteitscampagnes. Profileringsdrang kent geen grenzen. Munoz Molina geeft mooie voorbeelden uit zijn New Yorkse periode waar vertegenwoordigers uit zijn vaderland hun opwachting maken. Een gesprekspartner herhaalt gedurende een bijeenkomst telkens zijn mantra: “waar ik voor kom is Navarro in New York op de kaart te zetten”. New York zou nooit meer hetzelfde zijn.
    Spanje verandert in feestgedruis. Duurde het sacramentsfeest in de jeugd van Munoz Molina van woensdag tot zondag, inmiddels wordt dit uitgerekt tot bijna twee weken. Een lager aan communicatiespecialisten steekt bij elk festijn het siervuurwerk af.
    In vlammende bewoordingen ventileert Munoz Molina zijn ergernis. Hij maakt niet alleen vergelijkingen tussen Madrid en New York en Madrid maar betrekt ook Amsterdam in zijn beschouwing. Zijn boek is voor een groot deel hier geschreven dankzij een gastverblijf. Misschien mede daardoor oordeelt hij met lovende mildheid over Amsterdam. Zijn oordeel over Amerika is genuanceerd. Hij stoort zich aan de grote mate van ongelijkheid en schrijnende armoede. Toch bewondert hij de vitaliteit van dat land. Vooral het feit dat immigratie in de USA geen probleem maar een bestaansgrond vormt, vindt hij bewonderenswaardig. Een Pakistaanse taxichauffeur die aangeeft dat hij veiliger moslim kan zijn in New York dan in zijn vaderland, illustreert dit. De internationale oriëntatie scherpt de blik over Spanje. Munoz Molina benadrukt het belang van onderwijs en van een volwassen democratie. Na bijna veertig jaar dictatuur is democratie geen vanzelfsprekendheid. De publieke zaak verdient het om verdedigd te worden. Iedereen die zich daarvoor inzet, verdient hulde, vooral gewone mensen. Ongelijkheid is immers natuurlijker dan gelijkheid. Het recht van de sterkste is normaler dan een systeem met checks and balances. Zonder persvrijheid geen democratie. Misstanden dienen aan de kaak gesteld te worden. Antonio Munoz Molina heeft met passie zijn bijdrage geleverd.