Leesimpressies

  • Ap Dijksterhuis: Het slimme onbewuste

  • Nr. 48 - 2007
  • Je staat voor een belangrijke beslissing, zeg het kopen van een huis. Dan inventariseer je de relevante voor- en nadelen. Beschikt het huis over het gewenste aantal kamers, wat is de aantrekkingskracht van de buurt, hoe is het gesteld met de afstand tot het werk, is de prijs op te brengen, wat valt er aan groot onderhoud te verwachten en welke alternatieven zijn beschikbaar? Na een vergelijking tussen alle plussen en minnen maak je de balans op en volgt er een besluit. Goed nadenken resulteert in een weloverwogen beslissing. Zo zullen velen ongeveer te werk gaan. Dat is echter zeer onverstandig. Bij belangrijke beslissingen kun je beter op je onbewuste afgaan. Dat is wat Ap Dijksterhuis, hoogleraar psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, betoogt in zijn boek “Het slimme onbewuste”. Hij bespreekt diverse experimenten en testen die steun bieden aan zijn opvatting. Bovendien presenteert hij een verklaring die de gevonden resultaten van een plausibel jasje voorzien. Feiten zijn mooi maar een goed verhaal is nog mooier.


    Dijksterhuis maakt een onderscheid in drie manieren van beslissen. Natuurlijk zijn er tussenvormen denkbaar maar in hoofdlijnen kun je op drie manieren te werk gaan. Je kunt direct een besluit nemen zonder denkwerk van betekenis. Dat is een impulsieve manier van beslissen. Je kunt uitgebreid nadenken waarbij je vele overwegingen een rol laat spelen om bij de juiste keuze uit te komen. Dat is de boven geschetste situatie bij de aankoop van een huis. Dan is er nog een derde manier die Dijksterhuis de onbewuste variant noemt. Je neemt de belangrijkste informatie in je op maar wacht met het nemen van een beslissing. Je plaatst het onderwerp in kwestie buiten je gedachten en na verloop van tijd, bijvoorbeeld na enkele nachtjes slapen, ga je bij jezelf te rade welke beslissing het best aanvoelt. Vervolgens beslis je conform die overtuiging. Deze onbewuste manier van beslissen levert door de bank genomen de beste resultaten op. De vraag is natuurlijk wel hoe je kunt vaststellen of er sprake is van een goed resultaat. Soms is dat eenvoudig uit te maken op basis van feiten. Soms ontbreekt een objectief criterium en moet je op zoek naar een andere maatstaf. Je kunt dan de beslisser zelf om een oordeel vragen. Is hij achteraf tevreden over de genomen beslissing dan is deze als juist te kwalificeren. Dijksterhuis haalt vele onderzoeken aan die uitpakken ten faveure van de onbewuste manier van beslissen. Dat brengt hem bij de vraag waarom dat zo is. Bron van de verklaring vormt het feit dat ons onbewuste een vele malen grotere capaciteit heeft om gegevens te verwerken dan ons bewustzijn. Dijksterhuis spreekt zelfs over 200.000 keer zoveel. Ons bewustzijn werkt serieel want kan slechts één activiteit tegelijk verrichten. Het onbewuste kan informatie ook parallel verwerken. Een bewuste beslissing gebaseerd op grondig nadenken put daarom uit een beperkter reservoir aan gegevens dan het onbewuste. Daarom is de onbewuste methode vooral te prefereren bij complexe beslissingen want daar zal de beperkte capaciteit van het bewustzijn een grotere kans lopen om essentialia over het hoofd te zien dan in het geval van een relatief eenvoudige beslissing. In twee verschillende televisieprogramma’s heb ik Dijksterhuis als voorbeeld van een overzichtelijke beslissing horen spreken over de aanschaf van een set ovenwanten. Ook in het boek maakt hij hier melding van. Je zou gaan denken dat psychologie de wetenschap is die ovenwanten bestudeert. Dat is een simpele aankoop waar je het best even goed over na kunt denken. Koop geen witte want die geven al snel een smoezelige aanblik. Niet alleen blijven bij complexe beslissingen relevante gezichtspunten aan het oog van het bewustzijn onttrokken maar er zit bovendien een vertekening in hetgeen wel toegang krijgt tot het bewuste. Om zaken in je denkproces een rol te laten spelen is het nodig om de overwegingen te verbaliseren, in woorden uit te drukken. Omdat gevoelsmatige overwegingen moeilijker onder woorden zijn te brengen dan rationele zullen juist gevoelsmatige overwegingen bij complexe beslissingen onderbelicht blijven, terwijl juist die overwegingen bepalend kunnen zijn of de beoordeling positief uitpakt.

    Dijksterhuis slaagt er goed in om aan een lekenpubliek zijn betoog helder te presenteren. Hij staat boven de stof. Telkens als je een tegenwerping denkt aan te moeten brengen, komt hij enkele regels verder zelf met dat bezwaar op de proppen en bespreekt de houdbaarheid. Ondertussen slaat het boek een richting in waarbij de waarde van het bewustzijn steeds verder wordt gerelativeerd. Copernicus had al de centrale rol van de aarde ontkracht, Darwin de centrale rol van de mens en Freud was al gaan zagen aan de stoelpoten van het menselijk bewustzijn. Dijksterhuis kunnen we er ook nog wel bij hebben. Hij citeert Huxley die het bewustzijn karakteriseerde als een bijproduct dat net zo weinig effect heeft als de stoomfluit op de werking van een locomotief. Toch eindigt het boek met een troost. Het is het bewustzijn dat ons in staat stelt te genieten van al hetgeen we de moeite waard vinden. Zonder bewustzijn is het leven een droomloze slaap. Volgens mij heeft Dijksterhuis een boeiend boek geschreven al wil ik over die conclusie nog wel een paar nachtjes slapen.