Leesimpressies

  • Arthur Schnitzler: Late roem

  • Nr. 6 - 2016
  • Als een schrijver bijna een eeuw na zijn dood nieuw werk publiceert is dat een ongewoon verschijnsel. Hoe kan een werk zo lang onopgemerkt blijven en toch overleven. Het zal geen toeval zijn dat de Duitse taal het woord Ausdauer ter beschikking heeft. Schnitzler introduceert in zijn novelle de bijna 70-jarige Eduard Saxberger, die als ambtenaar een ingedommeld bestaan leidt op een kantoor. Zijn verdere bezigheden bestaan uit het maken van wandelingen langs de Donau en het verpozen te midden van leeftijdgenoten in het koffiehuis de Blaue Birne waar men de tijd kan doden met biljarten. Hij bewoont in zijn eentje een kamer met uitzicht op de heuvels van het Wienerwald. Dat dan weer wel. Op een dag raakt hij opgeschrikt uit zijn routinematige bestaan als er bij thuiskomst een onbekende bezoeker op hem wacht. Die gebeurtenis zal een rimpeling in de vijver veroorzaken. Saxberger wordt herinnerd aan een gebeurtenis van enkele decennia geleden. Een gebeurtenis die hij al bijna vergeten was. Ooit brandde er in Saxberger een heilig vuur.

    De jeugdige bezoeker is de schrijver Wolfgang Meier die in een antiquariaat de dichtbundel “Omzwervingen”op de kop heeft getikt. Auteur van de bundel is Eduard Saxberger. Meier komt om zijn bewondering voor het werk van Saxberger uit te spreken. Dat doet hij niet alleen op eigen houtje. Meier is de spil van de literaire vereniging Geestdrift. Hij spreekt namens de vereniging die in Saxberger een verwante ziel herkent. Meier zou het een eer vinden als Saxberger eens een bezoek zou willen brengen aan de bijeenkomsten van de vereniging. Saxberger is verbaasd maar voelt zich gestreeld. Diep vanonder uit een la haalt hij de resterende exemplaren van zijn dichtbundel te voorschijn en begint te lezen. Bij verschijning is de bundel onopgemerkt gebleven. Het werk komt hem nauwelijks bekend voor. De lectuur confronteert hem met de man die hij ooit geweest is. De geldingsdrang van toen is al lang ingeruild voor een anoniem bestaan. Is deze late roem verdiend of is er sprake van een tragisch misverstand. Miskend of terecht vergeten.

    Nog nooit had hij zo duidelijk gevoeld dat hij een oude man was, dat niet alleen alle verwachtingen, maar ook alle teleurstellingen ver achter hem lagen


    Saxberger besluit de uitnodiging te aanvaarden. Hij bezoekt de bijeenkomst en is onder de indruk van de egards waarmee hij bejegend wordt. De leden van de vereniging Geestdrift zetten zich af tegen de heersende stromingen. Zij worden door de wereld niet begrepen en dat is duidelijk de schuld van de wereld. Zij kijken met minachting neer op de talentlozen en dat zijn zij die doorgaans in de ruimte waar de leden zich verzamelen aan een andere tafel zitten dan zij zelf. Saxberger voelt zich het middelpunt van de bijeenkomst. Het gezelschap trekt de conclusie dat het zich via een voordrachtsavond aan de buitenwereld dient te presenteren. De leden kunnen op die manier hun programma uitdragen en tegelijk nieuw werk onder de aandacht brengen. Wenen zal versteld staan. Het plan is dat Saxberger aan de voordrachtsavond deel neemt en bij die gelegenheid nieuw werk zal laten horen. Een titel daarvoor is snel gevonden: “Avondstemmingen”.
    Saxberger ziet op tegen het voorlezen voor een breed publiek. Geen nood, de ervaren actrice Ludwiga Gasteiner, ook als tragédienne aangeduid, zal het declameren voor haar rekening nemen. Zij is idolaat van Saxberger en overlaadt hem met haar attenties. Zij stuurt hem zelfs een liefdesbrief. Ergens kan Saxberger het eerbetoon dat hem ten deel valt niet geloven maar hij laat zich er wel door meeslepen. Hij begint zich verheven te voelen boven zijn vaste bondgenoten in het koffiehuis. Hun kleinburgerlijkheid gaat hem tegen staan.
    Saxberger zoekt tijdens zijn wandelingen inspiratie voor “Avondstemmingen”. Ondanks zijn inspanningen moet hij uiteindelijk erkennen dat hij geen nieuw werk weet te produceren. Het zelfinzicht overwint. “Zolang je jong bent, breng je misschien het een en ander tot stand .. en dan… ja, voor je het weet is het voorbij.” Er wordt een creatieve oplossing gevonden door gewoon uit de oude bundel materiaal voor te dragen. Zijn bijdrage aan de avond is gered. De voordrachtsavond nadert onontkoombaar. Wat zal die avond Saxberger brengen?
    Schnitzler weet op passende wijze de voordrachtsavond tot de apotheose van zijn novelle te smeden. Aan weemoed geen gebrek. Het ene moment weet Saxberger mededogen op te roepen en het andere moment is er leedvermaak vanwege zijn ijdelheid. De lichte toon van het boek doet de balans doorslaan ten faveure van de hoofdpersoon. Schnitzler schreef dit werk al eind negentiende eeuw. Het schijnt dat hij naast Late roem ook “Geschiedenis van een oude dichter”als titel heeft overwogen. Voor beide valt wat te zeggen. In het nawoord valt te lezen via welke omzwervingen de novelle van Schnitzler tot publicatie is gekomen, een wonderlijke geschiedenis met een happy ending. Het wachten is nu op nieuw werk van Shakespeare en Dickens.