Leesimpressies

  • Arturo Perez-Reverte: Schaduwtango

  • Nr. 26 - 2015
  • Arturo Perez-Recerte is een schrijver met een fascinatie voor schaken. In een vorige roman heeft hij zijn intrige verweven rond een schaakprobleem dat afgebeeld stond op een klassiek schilderij. Het schaakprobleem vormde de sleutel tot de oplossing van een raadsel. Het was een onorthodoxe opgave. Normaliter los je een schaakprobleem op door de blik naar voren te werpen, door na te gaan wat iemand het best in een gegeven situatie kan doen. Wit geeft mat in twee zetten. Perez-Reverte bewandelde de omgekeerde weg. De uitdaging bestond erin om uit het schaakprobleem de voorafgaande zet te deduceren. En als dat gelukt was de daaraan voorafgaande zet. Het was een ingenieuze manier om de lezer de weg naar een geheim te wijzen. In zijn laatste roman heeft Perez-Reverte opnieuw inspiratie gezocht bij het schaakspel. Deze keer gaat het om een duel tussen twee grootmeesters, een ervaren Rus de heersend wereldkampioen en zijn uitdager, een aankomend talent uit Chili. Het betreft niet het duel om de wereldtitel zelf maar een tweestrijd die fungeert als opmaat voor beide opponenten. Sorrento in Italie is de plek waar dit commerciële voorproefje zich afspeelt. Voor de roman is relevant dat de uitdager de zoon is van de grote liefde van hoofdpersoon Max Costa, mogelijk de enige liefde van Costa ondanks zijn vele veroveringen.

    Schaken is een eeuwenoud spel dat zijn huidige vorm aannam, zoals alles in het leven, met de introductie van de dame. De tweekamp om de wereldtitel spreekt bij velen tot de verbeelding. Het is een krachtmeting waarbij mythes gedijen. Behalve het duel op het bord is er de psychologische oorlogvoering. Dat geldt des te sterker wanneer de tegenstanders meer van elkaar verschillen naar herkomst, spelstijl, karakter of levensbeschouwing. Bobby Fischer tegen Boris Spassky in IJsland spant in dit opzicht de kroon. Perez-Reverte maakt graag gebruik van de associaties die een tweekamp tussen schakers oproept. Voordat de roman aan deze tweekamp toe is, heeft Perez-Reverte uitgebreid aandacht voor de voorgeschiedenis. In Schaduwtango belicht de auteur drie belangrijke episodes uit het leven van Max Costa.
    Het verhaal begint in 1928 op een oceaanstomer onderweg naar Buenos Aires. Max Costa is aan boord een betaalde kracht om dames uit de betere kringen te vermaken onder meer met zijn weergaloze kwaliteiten als tangodanser. Daar ontmoet hij Mechea Inzunza. Haar ogen zijn diep en honingkleurig. De twee dansen samen en een levenslange fascinatie is geboren. Een kleine complicatie is dat Mechea in het gezelschap verkeert van haar echtgenoot, een Spaanse componist die zich in Argentinië de wereld van de tango wil eigen maken.
    Max Costa is uit de achterbuurten van Buenos Aires afkomstig en wie beter dan hij is in staat de Spaanse componist en zijn vrouw mee te voeren naar de bron van de tango. Voordat de tango in Parijs een respectabel imago verwierf was het in Zuid-Amerika een aangelegenheid voor pooiers en hoeren. Costa neem de twee op sleeptouw en begint een kortstondige verhouding met Mechea. Hij laat haar in de steek met medeneming van haar parelketting. Dat is de manier waarop Max de kost verdient. Hij verovert welgestelde vrouwen en kleedt ze uit. Letterlijk en figuurlijk. vervolgens gaat hij op pad naar een nieuw slachtoffer.

    Een vriend van mij zei eens dat er twee verschillende soorten tango’s zijn: tango’s om voor te lijden en tango’s om voor te doden… De oude tango was meer van de laatste soort


    Na Buenos Aires volgt negen jaar later een episode in Nice. De charmeur annex bedrieger beleeft zijn glorietijd. Als hij zich binnendringt in de betere kringen om een klus voor derden uit te voeren loopt hij opnieuw Mechea tegen het lijf. Haar weerzin tegen wat er in Buenos Aires is gebeurt, staat de wederzijdse aantrekkingskracht niet in de weg.
    Ook nu is er een onverhoeds afscheid. Het zal bijna dertig jaar duren tot het laatste treffen zich aandient in de marge van de schaaktweekamp.
    Het succes van Max Costa ligt ver achter hem. Hij is berooid en houdt het hoofd boven water met een onopvallend baantje als chauffeur. Mechea strikt hem om een laatste keer een klus te klaren. Max is 64 en wil zich nog een laatste keer bewijzen.
    Perez-Reverte schets met veel oog voor detail de mondaine wereld van zijn hoofdrolspelers. Voortdurend wisselt de auteur de lotgevallen in Nice en Sorrento met elkaar af. Daarmee krijgt het verhaal een bepaalde traagheid. De ingenieusheid van eerdere plots ontbreekt, zoals met het schaakprobleem in Het paneel van Vlaanderen het geval was. Wel heeft Perez-Reverte een paar verrassingen in petto. Sommige beelden zoals op de oceaanstomer, het verblijf in luxe hotels en casino’s zijn al vaak door filmers en schrijvers opgevoerd. Natuurlijk wordt er vermout gedronken en spelen zich belangrijke scènes af op de Promenade des Anglais. Toch weet het opportunisme van de hoofdrolspelers te weinig compassie op te roepen. Ook het fluiten van ‘The man who broke the bank at Monte Carlo’ op cruciale momenten door Max kan daar niet voor zorgen. Perez-Reverte biedt vakmanschap die te weinig betrokkenheid genereert.