Leesimpressies

  • Åsne Seierstad: De boekhandelaar van Kaboel

  • Nr. 40 - 2007
  • Televisieverslaggeving uit oorlogsgebieden was een aangelegenheid van mannen, gewoonlijk van morsige mannen. Tot CNN tijdens de eerste Golfoorlog Christiane Amanpour lanceerde. Een frisse verschijning die te midden van raketinslagen helder vertelde wat er speelde. Zo kon het ook. Oorlog kreeg een nieuwe dimensie. Amanpour werd een beroemde journaliste. De aanwezigheid van Åsne Seierstad tijdens de tweede Golfoorlog loste vervolgens de gewekte verwachtingen in. Ook jong en fris maar nu uit Noorwegen. Er volgden tweegesprekken met NOVA waar presentator Jeroen Pauw in de hoogste staat van paraatheid verkeerde ongetwijfeld op strikt journalistieke gronden. Naast de actualiteit van de dag blijkt Seierstad belangstelling te hebben voor wat zich daarachter bevindt. Ze heeft inmiddels enkele boeken op haar naam die de levens schetsen van mensen in gebieden waar ze als journaliste actief was. Plaatsen delict zijn Bagdad, Kaboel en Servië.


    Seierstad arriveert in het spoor van de Noordelijke Alliantie in Kaboel. Zij raakt verzeild in een boekwinkel en maakt kennis met Soeltan Khan. Hij is een elegant man van middelbare leeftijd die op grond van verschillende documenten ergens tussen 1947 en 1954 geboren moet zijn. Hij bezit vele duizenden boeken: dichtbundels, romans, legenden en geschiedenisboeken. Dat is een ruime sortering in een land waar driekwart van de mensen analfabeet is. Bovendien is Khan een bekwaam verkoper. De eerste keer verlaat Seierstad zijn winkel met zeven boeken. Bij nadere kennismaking ontstaat het idee voor De boekhandelaar van Kaboel. Zij vraagt Khan of het mogelijk is een periode bij hem en zijn familie door te brengen. Het antwoord is direct: welkom. De geletterdheid en wellevendheid van Khan is één kant van zijn persoonlijkheid. Al snel blijkt er nog een andere kant te zijn. Khan is een patriarch met tirannieke trekken. Hij onderwerpt zijn familie aan een ijzeren regime. Seierstad plaatst in verschillende hoofdstukken steeds een ander lid van de familie in de schijnwerper. Zo ontstaat geleidelijk een goed beeld van waaruit het alledaagse leven in Afghanistan bestaat. Seierstad zelf is als persoon in het boek afwezig. Zij stelt zich op als een registrerende camera annex geluidsopname maar doet nergens verslag van de interactie tussen haar en de familieleden. Het is kennelijk haar bedoeling geweest om zonder inmenging de werkelijkheid zo natuurgetrouw mogelijk te portretteren. Hoewel dat een te rechtvaardigen keus is, die ze consequent weet door te voeren, kent deze aanpak ook nadelen. Uit de aard van de beschreven gebeurtenissen valt af te leiden dat zij sommige zaken niet aan eigen waarneming ontleend kan hebben. Die moeten haar door de familieleden zijn meegedeeld. De lezer verneemt niet welke informatie uit de eerste en welke uit de tweede hand is. De lezer kan slechts gissen. Hoewel er geen reden is aan de zuivere bedoelingen van Seierstad te twijfelen, lijdt ze wel aan de normale journalistieke arrogantie. Ze presenteert een beperkte uitsnede van de werkelijkheid als de absolute waarheid.

    De belangstelling van Seierstad gaat vooral uit naar de vrouwelijke familieleden. Hun positie is ten hemel schreiend. De vrouw is meer object dan subject. De vrouw is gedoemd om voor altijd stof te eten, zo vindt Leila, een zus van Soeltan. Jonge vrouwen kun je ruilen of verkopen. Wanneer zij uitgehuwelijkt zijn, is het hun bestemming om zonen te baren. Na verloop van tijd kan de man een tweede huwelijk sluiten. Soeltan Khan neemt als man van middelbare leeftijd een tweede vrouw in casu een tienermeisje. De eerste vrouw resteert dan de tweede viool te spelen waarbij zij overigens wel deel blijft uitmaken van de familie. De vernederende stap van de man doorbreekt haar onvrijheid geenszins. Vrouwen horen binnenshuis maar mogen slechts in dezelfde kamer als een man vertoeven als die man een familielid is.

    In de levens van de individuen die we leren kennen, weerspiegelen zich de maatschappelijk omstandigheden van Afghanistan. Het land is van de ene dictatuur in de andere terechtgekomen. Eerst waren het de communisten, toen de moedjahedien en vervolgens, diepterecords zijn er om te breken, de Taliban. In het tijdsbestek dat het boek behandelt, zijn de Taliban verdreven maar hun geest is niet uitgedoofd. Hamid Karzai is de regeringsleider van goede wil. Binnen een cultuur waar krijgsheren de dienst uit maken kan een president zonder leger of partij weinig uitrichten. Karzai poogt een nationale figuur te zijn. Zo draagt hij een muts van schapenvacht uit het zuiden, een mantel uit het noorden en een bloes uit het westen. Het zijn symbolische wapens in vergelijking met de daadkracht van de kalasjnikovs.

    Afghanen zijn druk met vechten en doen dat in wisselende loyaliteiten. Ze zijn niet te koop, wel te huur.

    Hoewel mannen veel meer mogen dan vrouwen zijn jongens evenmin benijdenswaardig. Seierstad wijdt een hoofdstuk aan Aimal, de jongste zoon van Soeltan. Hij is 12 jaar en werkt 12 uur per dag, 7 dagen in de week. Hij is de beheerder van “het trieste kamertje”, een donker hok in de lobby van een hotel. Hij verkoop er chocola, koeken, frisdrank en kauwgom aan klanten die er nauwelijks zijn. Hij verveelt zich in plaats van een opleiding te volgen. Vader Soeltan heeft voor hem een toekomst uitgestippeld als zakenman en dat maakt een winkel tot de juiste leerschool. Anderzijds is Aimal een bofkont. Een kwart van de kinderen in Afghanistan sterft voor het vijfde levensjaar.

    Seierstad heeft een informatief boek geschreven waarbij we zicht krijgen op de menselijke dimensie achter de krantenkoppen. Een persoonlijke conclusie, die zich aan mij opdrong, was: het is een voorrecht om niet in Afghanistan geboren te zijn. Konden de Afghanen zich maar zorgen maken over een gewetenloos kabinet dat hen 0,17% koopkracht wil afpakken.