Leesimpressies

  • Azar Nafisi: Reading Lolita in Tehran

  • Nr. 44 - 2007
  • Mijn leesclub had een boek over een leesclub op het programma gezet. Dat klinkt als een bedenkelijk geval van navelstaren maar viel mee omdat het een leesclub in Teheran betrof. Nafisi is Iraanse van geboorte en afkomstig uit de betere kringen. Haar vader was burgemeester van Teheran, haar moeder één van de eerste vrouwelijke parlementsleden. Zelf genoot zij gedeeltelijk haar opleiding in het buitenland. Zij ging school in zowel Engeland als Zwitserland en studeerde in Amerika. Na terugkeer in eigen land doceerde ze Engels aan de universiteit. Toen zij haar baan kwijt raakte vanwege haar onwil een sluier te dragen, begon ze bij haar thuis met een groepje vrouwen Engelse literatuur te bespreken. Uit die heimelijke ontmoetingen op donderdagmorgen ontstond een boek.


    De zeven vrouwen die deel uit maakten van de leesclub waren door Nafisi zelf benaderd. Zij zag in hen een mengeling van breekbaarheid en durf, een groepje eenlingen dat ontvankelijk was voor de kracht van literatuur. Het Iran van de jaren negentig, de periode waarin de leesclub bijeenkwam, zag vrouwen slechts als lid van een categorie. Vrouw en moslima. Voor individualiteit was in het maatschappelijk optreden geen ruimte. Literatuur bood voor de vrouwen de mogelijkheid om zich te verdiepen in de individualiteit van anderen. Nafisi schetst hoe de vrouwen zich geleidelijk aan meer open stelden voor elkaar. Zij kwamen binnen in de zwarte uniforme kledij die het regime voorschreef. Eenmaal binnen ontdeden zij zich daarvan en toonden elkaar de vaak expressieve kleding die onder het uniform schuil ging. Eén van de vrouwen lakte haar nagels. Omdat zoiets niet geoorloofd was, droeg zij altijd handschoenen. Het is verkieslijker je eigen voorkeur te volgen ook al ziet niemand dat dan je volledig te conformeren aan de eisen van de buitenwereld. De vrouwen kunnen de verhalen uit de literatuur toetsen aan hun eigen dromen en geschiedenissen. Het zijn de mannen die een nadrukkelijk stempel op hun levens drukken. De één is als jong meisje door een oom verkracht, een ander moet een broer als opdringerige chaperon dulden, weer een ander lijdt onder de gewelddadigheden van een echtgenoot en een volgende hoopt op een huwelijk met de man van haar dromen. Tegen die achtergrond behandelt Nafisi enkele grote werken uit de, vooral Engelstalige, literatuur. De vrouwen bespreken Lolita van Nabokov, Madame Bovary van Flaubert, Washington square van James, The great Gatsby van Fitzgerald en Pride and prejudice van Austen. Veel aandacht gaat uit naar de beoordeling van de vrouwelijke hoofdpersonen. Nafisi etaleert haar eruditie. Dat levert zeker mooie observaties op: bij Jane Austen streven de hoofdpersonen naar geluk, bij Henry James naar zelfrespect. Toch is het jammer dat de docerende toon van Nafisi de inbreng van haar particuliere studenten overvleugelt. Haar voorsprong in kennis is in de context van dit boek minder interessant dan de onbevangen reacties van de anderen. Als verzachtende omstandigheid kan opgemerkt worden dat ze zichzelf van dat gevaar bewust was. Ze vraagt zich met als voorbeeld The prime of miss Jean Brodie van Muriel Spark af wie van de studenten zich tegen haar zal keren. Alle besproken boeken hebben een onomstreden status in de geschiedenis van de wereldliteratuur maar zijn vele decennia tot meer dan een eeuw eerder geschreven. Waarom hebben zij geen boeken gelezen met een meer eigentijds portret van vrouwenlevens?

    Behalve een beeld van de leesclub geeft Nafisi bovendien een zienswijze op de recente geschiedenis van Iran. Zij schetst dat in de zestiger jaren de positie van de vrouw in Iran niet wezenlijk verschilde van die in de Westerse wereld. Dat is in korte tijd veranderd. Na de val van de sjah en een kort stadhouderloos tijdperk kwam ayatollah Khomeini aan de macht. De islamitische revolutie woedt in alle hevigheid. Nafisi bekritiseert Khomeini vooral vanwege zijn gebrek aan empathisch vermogen. Hij heeft een toevallige fantasie in zijn hoofd hoe iemand zich dient te gedragen en legt dat met alle beschikbare dwangmiddelen aan het volk op. Nafisi betwijfelt of het bij de islamitische revolutie uiteindelijk wel om geloof gaat. Continuïteit van de macht wordt een doel in zichzelf. Daar moet alles voor wijken. Islam is de naam van de business en de rol daarvan is vergelijkbaar met die van olie voor Texaco.

    Nafisi beschrijft hoe de oorlog met Irak van 1980 tot 1988 doorwerkt in het gewone leven in Teheran. In principe is het strijdtoneel ver van de hoofdstad verwijderd maar af en toe meldt de oorlog zich via bombardementen. Dan sterft in 1989 Khomeini. De massahysterie rond zijn begrafenis, inclusief het gesol met het lijk, staat mij nog scherp op het netvlies. Veel beter zou het daarna niet worden. Wat Nafisi duidelijk maakt is dat het niet alleen onderdrukking of onvrijheid is die mensen het leven bemoeilijkt maar ook nog iets anders. Het zijn willekeur en onvoorspelbaarheid die het leven van mensen in een dictatuur vergallen. Gisteren mocht je nog zus en vandaag word je om hetzelfde feit opgepakt. Het is voor de lezer niet verwonderlijk dat Nafisi in 1997 met haar man en twee kinderen de koffers pakt en haar land verlaat. Lolita kun je overal lezen.