Leesimpressies

  • Bret Easton Ellis: Imperial bedrooms

  • Nr. 6 - 2011
  • Na het lezen van Vonne van der Meer was er behoefte aan contrast. Niemand snijdt zo soepel een vrouw doormidden als Patrick Bateman, de creatie van Bret Easton Ellis uit American psycho. De ene schrijver wordt geïnterviewd door Barbara Walters en Oprah Winfrey, de ander door Andries Knevel. Het is een pak van Armani versus de confectie van C&A. De een kan zonder glamour, de ander dweept ermee. Sommigen zoeken hun heil bij het katholieke geloof, anderen bij drugs. Het is een titanenstrijd tussen doodlopende straten. Bij Van der Meer staan de verhalen op de voorgrond en blijft de auteur in de coulissen. Bij Ellis lopen persoon en personage door elkaar. Je weet nooit wie van de twee een geleende Ferrari in de prak rijdt. Je weet alleen dat het vermoedelijk naakt gebeurd. Bret Easton Ellis zorgde met Less than zero bij verschijning in 1985 voor een sensatie. De magie was er meteen bij de nagalmende openingszin. ‘People are afraid to merge on freeways in Los Angeles.’ Zijn laatste boek Imperial bedrooms is een vervolg op dat debuut. Zijn de hoofdrolspelers, vijfentwintig jaar later, de verveling voorbij?

    Net als in Less than zero vertelt Clay het verhaal. Hij is scenarioschrijver en komt over van New York naar Los Angeles om zich te mengen in de casting van een film. Het betekent een hernieuwde kennismaking met vrienden van vroeger. Allen zijn vijfentwintig jaar ouder maar niet veel wijzer. De parallellen tussen het debuut en dit vervolg zijn opmerkelijk. Structuur en toon zijn ongewijzigd gebleven. De iPhone is een nieuw element en maakt voortdurend overuren. De vriendenkring kan elkaar makkelijk contacten en beloeren. Aan welke bar zal de volgende ontmoeting plaatsvinden? Het gezelschap trekt van party naar after-party. Bret Easton Ellis is op zijn best in de sfeertekening van dit milieu. Zijn universum bestaat uit een scenarioschrijver, actrices, hun agenten, de drugsdealer en uiteraard een psychiater. Op de achtergrond klinkt popmuziek. Ellis beschrijft dit wereldje in korte scènes alsof het een filmscript betreft. De personages drentelen vol wantrouwen in de rondte.


    I now want to explain these things to her but I know I never will, the most important one being: I never liked anyone and I’am afraid of people


    Hadden de vrienden uit Less than zero ouders die emplooi vonden in de filmwereld. Nu werken ze er zelf. Sunset Boulevard is om de hoek. De vervlechting tussen boek en film is intens. Natuurlijk is Less than zero verfilmd. Clay levert in Imperial bedrooms commentaar. ‘The movie was begging for our sympathy whereas the book didn’t give a shit.’

    Het glamourvolle décor kan niet verhullen dat er onraad broeit. Clay merkt dat de hotelkamer is doorzocht tijdens zijn afwezigheid. Hij heeft de indruk gevolgd te worden. Waar komt steeds diezelfde auto vandaan? Wie verstuurt die geheimzinnige tekstberichten? Bij elke ontmoeting blijkt zijn gesprekspartner op de hoogte van wat hij uitspookt. Van alle kanten bereiken hem adviezen wat wel en niet te doen. Ondertussen is er de raadselachtige Rain Turner die auditie doet voor de film waar Clay bij betrokken is. Solliciterende actrices vormen kansrijke veroveringen. Rain is ambitieus en laat zich gebruiken. Of gebruikt ze zelf? Ze blijft in haar raffinement ongrijpbaar. Rain heeft ook een verhouding gehad, of nog steeds, met enkele vrienden van Clay. Bret Ellis is nooit een apostel van de verfijnde smaak geweest. De van hem bekende geweldsscènes ontbreken evenmin. Er vinden gruwelijke moorden plaats. Andere personages verdwijnen in het niets. Ellis is de chroniqueur van het angstvisioen. De dreiging komt uit elke hoek. De lezer krijgt wel nieuwe puzzelstukjes maar de opheldering blijft uit. Zo bestrijk je zonder veel houvast alle uiteinden van een donkere kamer. Zijn de personages niet vooral bang voor zichzelf? Is dat waarvoor ze vluchten? Met drugsgebruik als hulpmiddel. De beschreven wereld raast in een luguber ritme voorbij. Rekeningen uit het verleden vragen om vereffening. Bret Easton Ellis is niet de vluchtheuvel voor wie geruststelling zoekt. Zijn kracht is wel dat hij de ontspoorde modieuze ziel nauwgezet weet te betrappen. Ook dat is een kwaliteit. Gezelligheid is elders te vinden. Het proza is vitaal en snel. Dat maakt dat je doorleest. De aantrekkingskracht zit niet in de geportretteerde personen. Hun imponeergedrag is weinig aanlokkelijk, hooguit bij vlagen vermakelijk. Achter alle activiteiten huist de leegte. Zijn deze mensen ooit in iets of iemand anders dan zichzelf geïnteresseerd? Sommige kenmerken blijven in vijfentwintig jaar onveranderd. Meeleven is een opgave. Ellis is gelukkig geen veelschrijver. Zijn werk is slechts met flinke tussenpozen verteerbaar. Na de turbulenties rond Hollywood en omgeving zie ik uit naar de rimpelingen die Vonne van der Meer voor haar karakters in petto heeft. Variatie geeft een aangename smaakbeleving.