Leesimpressies

  • Bruno Schulz: De kaneelwinkels

  • Nr. 27 - 2010
  • Het was naar aanleiding van Zie: liefde door David Grossman dat ik me voornam het werk van Bruno Schulz te lezen. Grossman voert in die fantasierijke roman Bruno Schulz als personage op. De roman speelt tegen het decor van de Holocaust. De negen jaar oude Momik vervult met zijn familie de hoofdrol. Momik gaat op zoek naar het nazibeest, een raadselachtig dier waar de volwassenen bij voorkeur over zwijgen. Het nazibeest heeft in het land Daar enorm huisgehouden, zo veel is duidelijk. Grossman geeft Bruno Schulz in de roman een tweede leven waarbij ook zijn morbide einde ter sprake komt. Bruno Schulz werd in 1892 geboren in wat nu de Oekraïne is. Bijna zijn hele leven bracht hij door in zijn geboortedorp Drohobycz waar hij in 1942 vermoord werd. Hij sneuvelde als een pion in een vete tussen twee SS-officieren. Voor een van hen maakte Schulz muurschilderingen. Hij was behalve schrijver ook schilder en tekenaar. De andere officier hield er eveneens een joodse beschermeling op na. Het verhaal gaat dat toen de twee SS-ers elkaar ontmoetten zich de volgende woordenwisseling voltrok: ‘ik heb jouw jood gedood’, waarna de ander antwoordde ‘mooi, dan ga ik nu jouw jood doden’.

    Wat mij afhield van het lezen van Bruno Schulz is zijn reputatie als een writers writer. Niet alleen David Grossman vormt daar een illustratie van. John Updike wijdt een bewonderend hoofdstuk aan Schulz in Hugging the shore. Philip Roth nodigt I.B. Singer uit om over het werk van Schulz te komen praten en brengt daarvan verslag uit in Shoptalk. Ook bij J.M. Coetzee in Inner workings wordt met respect over Schulz gesproken. Schrijvers kunnen bij een writers writer hun bewondering voor het vakmanschap de vrije loop laten. Hun oog valt op de beheersing van de techniek. Voor een breder lezerspubliek zijn writers writers vaak te ontoegankelijk. Mijn voorkeur gaat gewoonlijk uit naar een readers writer. Schulz is het proberen waard. Hij heeft slechts een paar boeken geschreven die bovendien weinig omvangrijk zijn. Nadeel is dat zijn werk, geschreven in het Pools, slechts antiquarisch verkrijgbaar is in het Nederlands. Kort na elkaar las ik Sanatorium Clepsydra en De kaneelwinkels.


    Als de kunst alleen maar zou moeten bevestigen wat op de een of andere manier al eens vastgesteld was, dan zou ze onnodig zijn


    Al na enkele bladzijden van De kaneelwinkels is de indruk onmiskenbaar dat je een wonderbaarlijk boek in handen hebt. Van een herkenbaar plot is geen sprake. In een exuberante taal komt een wereld ter sprake die weinig gemeen heeft met de werkelijkheid. Voorwerpen lijken bezield en de mensen lijken soms voorwerpen. De blik van Schulz doet denken aan de onbevangenheid van een kind. De onderwerpen vindt Schulz dicht bij huis maar comfortabel wordt het nergens. We maken kennis met het gezin en enkele familieleden. De vaderfiguur neemt mythische proporties aan. Hij leeft in een eigen wereld waarin vooral vogels onderdak vinden. Gaandeweg raakt de vader verder van het gezin af. Hij ontsteekt in tirades en hij verschrompelt. Vader verandert zelfs in een kakkerlak. De jonge Bruno kijkt huizenhoog tegen vader op maar begrijpt hem niet. Schulz is een nazaat van Kafka. Behalve de familieleden inclusief de bazige meid Adela zijn er ijkpunten te vinden in het marktplein met de winkeltjes en de school. De kaneelwinkels danken hun naam aan de donkere, kaneelkleurige lambrizeringen waarmee ze zijn betimmerd. Schulz schrijft zeer zintuiglijk. Gedetailleerd wordt melding gemaakt van kleuren, van geuren en van de wisselingen in de weersomstandigheden, typeringen als licht en donker. In fonkelende zinnen worden de gewaarwordingen beschreven. Er is een grote sensitiviteit voor indrukken uit de natuur. In het nawoord duidt Schulz zijn boek als een autobiografische roman, als een innerlijke autobiografie. Zodra zich een voorval aandient dat alledaags aandoet, ontsporen de gebeurtenissen kort nadien. Bij een uitzonderlijk bezoek aan de schouwburg blijkt dat vader zijn portefeuille thuis heeft gelaten. De ouders sturen Bruno naar huis want er is tijd genoeg om terug te zijn voor het begin van de voorstelling. Vervolgens verdwaalt Bruno hopeloos op bekend terrein. Er is een voortdurende onbalans tussen de kinderlijke gretigheid waarmee de zoektocht naar de betekenis van de wereld geschiedt en de dreiging van onheil die alom tegenwoordig is. In het stadje zijn de huurrijtuigen zonder koetsier en de trams gemaakt van papier-maché. In de logica van Schulz klopt dit allemaal. Hoewel het boek je vaak in verwarring brengt, blijf je lezen vanwege de bijzondere observaties. Oom Marek krijgt de volgende kwalificatie: ‘klein, gebogen en met een gezicht beroofd van zijn sekse- zat in zijn grijze bankroet, verzoend met zijn lot, in de schaduw van een grenzeloze minachting waarin hij scheen uit te rusten.’ Schulz is raadselachtig en intrigerend. Toch durf ik hierna de laatste vuistdikke roman van David Grossman wel aan. Ik verheug me op Een vrouw op de vlucht voor een bericht van hem, een readers writer nietwaar.