Leesimpressies

  • Charlotte van den Broeck: Waagstukken

  • Nr. 6 - 2020
  • De meeste mensen geven niets om kunst en ondervinden daarvan weinig hinder. Het recept is eenvoudig. Als je meer van Heavy metal houdt dan van Mahler dan sla je het Concertgebouworkest over. Heb je net als Rosanne Hertzberger geen antenne voor literatuur, dan vermijd je de boekwinkel. Ben je allergisch voor waterlelies dan bezoek je geen tentoonstelling van Monet. Met architectuur ligt de zaak anders. De producten van architecten bevolken de publieke ruimte en blijven daar gewoonlijk lang staan. Architectuur is onontkoombaar. De niet-liefhebber heeft geen uitweg. Opvallende gebouwen krijgen in de volksmond, soms nog voor voltooiing, een weinig flatteuze bijnaam. Leken kunnen zich gemakkelijk opwinden over wat er nu weer bedacht is. In het Verenigd Koninkrijk staat prins Charles bekend om zijn kritische uitlatingen over moderne architectuur. Bij ons voelt Thierry Baudet, de Albert Speer van het populisme, zich geroepen die rol op zich te nemen. Een enkele keer komt het voor dat de architect zelf ontevreden is. Dat kan tot zelfmoord leiden, zoals Charlotte van den Broeck heeft uitgezocht aan de hand van dertien casestudies. In Amerika en Europa ging zij op onderzoek uit om de verhalen zonder happy end op te tekenen.

    Charlotte van den Broeck groeide op in Turnhout, ook de woonplaats van schrijver Walter van den Broeck die overigens geen familie is, waar zij via het plaatselijke zwembad in aanraking kwam met de tragiek van het architectenbestaan. Het bad ging in 2005 open en had een lieve duit gekost. Het was bijna altijd dicht. Het malheur kende een falend afzuigsysteem, een grondverzakking, lekkages en de kleur van het water kon in melkachtig wit veranderen. De autoriteiten lieten als tweede natuur het achterste van hun tong zien. ‘Door storingen in de technische installatie, omwille van de problematiek.’ In de plaatselijke horeca deed het verhaal de ronde dat de architect geen andere oplossing dan zelfmoord zag. De waarheid kwam nooit boven tafel, omdat de betrokken partijen een dading overeenkwamen die openheid van zaken verbood. Bij Van den Broeck was het zaadje geplant. Zij, tot dan toe alleen bekend vanwege twee bejubelde dichtbundels, ging op reis om de geschiedenis van architectonische fiasco’s in kaart te brengen met gedrevenheid als motor. Het zou haar onderweg minimaal een verloofde kosten. De lezer bezoekt aan haar hand onder meer een operagebouw, museum, kazerne, kerk, bibliotheek en zelfs een golfbaan. Overal ging wat mis al leidde dat lang niet altijd tot zelfmoord. Wie diep in een verhaal duikt, stuit onvermijdelijk op nuance. Zelfmoord is soms een toeristisch verantwoorde mythe. Naast dramatiek is er misverstand. Dat maakt de verhalen niet minder de moeite waard.

    Architecten maken tenminste grote gebaren, waagstukken, werk op grote schaal, en plein public, concrete massa en oppervlakte die verhouding afdwingen en onverschilligheid te slim af zijn


    De problemen die aan het licht komen zijn velerlei. Een constructiefout aan een gebouw kan fatale gevolgen hebben. Dat was het geval in Washington toen het dak van een theater niet bestand bleek tegen overvloedige sneeuwval met als gevolg 95 doden. Gelukkig zijn de consequenties meestal minder verstrekkend en soms zelfs licht komisch. Wat te denken van de exclusieve golfbaan in Amerika waar geen gras wil groeien of de kazerne waar de architect vergeten was toiletten in zijn ontwerp op te nemen. De heersende grief bij een Schots museum bestond eruit dat men achteraf liever de voorkant en de achterkant omgewisseld had gezien. Van den Broeck vermengt haar architecturale reisimpressies met gebeurtenissen uit haar persoonlijk leven. Dat geeft een extra dimensie aan de geschiedenissen. Het zegt iets over de intensiteit waarmee zij haar missie heeft uitgevoerd. Zo beschrijft ze nauwgezet mijn ervaring toen ik op hetzelfde bankje in het Centre Pompidou als zij staarde naar een door David Hockney gefilmd winterlandschap. Ze brengt op een persoonlijke manier de feiten dichterbij. Ze schuift aan bij Koen Peeters die bezig is met zijn rondgang door Oostende waar Kamer in Oostende het resultaat van is, zie weblog 34 uit 2019. Daar komt bij dat haar taalgebruik zeer verzorgd is. De indrukken worden op smaak gebracht met een Vlaamse jus. Ze heeft het over wondvermenging, terugplooien, kwatongen of tegenkanting waar een Nederlandse schrijver soberder alternatieven gekozen zou hebben. Zij doet haar reputatie als emigrant uit dichtersland eer aan waar het meer om de kwaliteit dan om de kwantiteit van woorden gaat.
    De vormgeving van Waagstukken draagt bij aan het bijzondere karakter van het boek. Het omslag bevat een fragment van een schilderij van L.S Lowry waar zij zich tijdens haar dienstreis gulzig in laat wegzuigen. Opmerkelijk is dat het boek geen rug bevat. Zoals een acteur de vierde wand negeert, kan iemand die over architectuur schrijft hetzelfde kunstje vertonen. Een minder sterk punt zijn de foto’s van de bouwkundige missers waar elk hoofdstuk mee opent. Veruit de meeste cases betreffen architectuur waar de lezer niet mee vertrouwd zal zijn. De afbeeldingen laten aan duidelijkheid te wensen over waardoor het gedetailleerde commentaar niet getoetst kan worden aan de eigen waarneming. Desondanks hoop ik dat Charlotte van den Broeck in de toekomst vaker uitstapjes zal maken naar het genre beschouwend proza. Een beetje verloofde zal er wel aan wennen.
    middelr@xs4all.nl