Leesimpressies

  • Clara Pinto Correia: De bloemsteelsteek

  • Nr. 2 - 2013
  • Het vertellen van een verhaal zonder kop of staart is een kunst die sommige vrouwen tot in de perfectie beheersen. Sinds kort weet ik dat de Portugese Clara Pinto Correia tot die elite behoort. Er viel iets te vieren en ik ontving een boek. De schrijfster was Clara Pinto Correia, nooit van gehoord. De titel luidde De bloemsteelsteek, een mij onbekende borduurtechniek dus ook nooit van gehoord. De schenkster was een zus van de vertaalster. Enige logica was er wel. Een bloemsteelsteek is een techniek waarbij steeds na een hele steek voorwaarts een halve steek achterwaarts volgt. Dat levert een lijn op die veel steviger is dan het resultaat van een simpele rij steken vooruit. De auteur leert ons dat de steelsteek een perfecte allegorie is voor alles wat meisjes ingeprent krijgen. Het is een manier om de wereld te ontcijferen, een alfabet voor vrouwen. Het gaat om wat voor Luxemburgse katholieken de Processie van Echternach is te vertalen naar de wereld van het handwerken.

    Het is een ware nachtmerrie om na een urenlang verhoor door de Taliban, als het moment van de overgave nabij is, de vraag voorgelegd te krijgen om het boek De bloemsteelsteek samen te vatten. Ik beken alles. Toch is het lezen van deze roman een waar genoegen, vooral tijdens koude winterse dagen. Het boek ademt een enorme vitaliteit uit. Het is een vrolijke warboel. We belanden in het vriendinnenuniversum van de ik-figuur en maken kennis met hun belevenissen. Komen er ook mannen in het boek voor? Ja zeker. Er zijn mannen op wie de vrouwen verliefd worden, op een zwak moment zelfs mee trouwen. Ze zijn best een poosje bruikbaar als minnaar. Toch blijven ze vooral figuranten. Echte vertrouwelijkheid kun je niet met hen hebben. Dat hebben ze gewoon niet in huis. Wat het tot een genoegen maakt om deze bespiegelingen te lezen is de totale afwezigheid van de frustrerende walm die feministische literatuur zo ongenietbaar kan maken. Clara Pinto Correia straalt levenslust uit ook op de momenten dat ze het niet meer ziet zitten..En bij vlagen is ze heel geestig. Het leven wordt in deze roman gevierd. Referentiepunten zijn vriendinnen, moeders, oma’s en peettantes.

    Ze droeg een rok van ragfijn linnen met splitten aan de zijkanten, die openvielen en een duo toonden dat de kwintessens vormde van de westerse beschaving, lang en met de juiste welvingen, licht gebruind, volmaakt


    De ik-figuur houdt zich bezig met kunstmatige inseminatie bij koeien. En passant krijgen we de techniek uitgelegd hoe het sperma van de stier op te vangen nadat de kunstkoe haar verleidelijke arbeid heeft verricht. Op enig moment wordt de kunstkoe gedemonteerd en met behulp van schroevendraaier en flesjes olie weer opgekalefaterd. De hoofdpersoon is een expert die congressen toespreekt over de zegeningen van dit vak. Van Lissabon gaat ze naar Denemarken of Canada en zelfs naar Porto. Spreken de koeien in die laatste stad ook Portugees, is de vraag. Thuis heeft ze een hond als gezel die luistert naar de welluidende naam Jose de Oliveira Come.
    Belangrijker nog dan het werk zijn de persoonlijke belevenissen. Er komt een keur aan vriendinnen en kennissen voorbij. Uit talrijke kleine anekdotes ontstaat een patroon. Stemmingen wisselen elkaar af en vragen om actie. Bij het wisselen van minnaar hoort een nieuw kapsel, vakkundig aangebracht door Vera ooit afkomstig uit Mozambique. Verder zorgt eten voor vermaak. Er duiken vele bijzondere gerechten in de verhalen op zoals zeespinnensouffle, wijtingrissoles of foie d’oie met kastanjes. Op een gegeven moment merkt iemand op: “ik ben geen snob hoor, maar ik lust alleen door blinde Belgische nonnen gebakken boterkoekjes”.
    De vriendinnen zingen in een koor met een gregoriaans repertoire. Bij wijze van hoofdstukindeling wordt de roman ingedeeld aan de hand van psalmteksten die een titel meekrijgen waarin een vriendin vernoemd is.
    Van de vriendinnen krijgt Joana extra aandacht. De hoofdfiguur en zij zijn zeer aan elkaar verwant en gewaagd. Hun vertrouwelijkheid staat in de periode die de roman bestrijkt onder druk. Voor zover het boek een rode draad kent is die daar te vinden. Een crisis is er om te overwinnen. Hijgend legt de lezer na 230 bladzijden het boek terzijde. Wat een springerigheid in een verhaal dat van de hak op de tak springt. Af en toe roept iemand leve Benfica zonder dat er verder een woord aan voetbal gewijd wordt. Het motto lijkt een uitspraak te zijn die ergens midden in de roman te vinden is. “Het leven heeft altijd zin, en matigheid geen enkele.” Nieuwsgierig geworden naar Clara Pinto Correia zocht ik nadere informatie op internet. Ze doceert biologie aan de universiteit. Op You Tube zijn enkele filmpjes te vinden waar zij dansend is te bewonderen. Ze geeft zich over aan de jive en de samba. Haar danstechniek doet even grillig aan als haar schrijftechniek. Op haar passie valt uiteraard niets aan te merken.