Leesimpressies

  • Coen Simon: Waarom we onszelf zoeken maar niet vinden

  • Nr. 44 - 2009
  • November is de maand van de spiritualiteit. De grauwste maand van het jaar kan wel wat licht gebruiken. De organisatie is in handen van de omroep KRO, het dagblad Trouw en de vanouds christelijke uitgeverij Ten Have. Op het eerste gezicht lijkt het een sprong in het duister alsof de reguliere geneeskunde een congres organiseert met het beroepsgilde der kwakzalvers. Sinds het geloof in een persoonlijke God in ons deel van de wereld onder druk staat, zet de religie de geestelijke tering naar de nering. Het zal een uitgestoken hand naar de ietsisten zijn. Mij doet deze modegril van de christelijke media denken aan de befaamde uitspraak van de uit Texas afkomstige president Lyndon Baines Johnson die ooit, naar ik meen over FBI baas J. Edgar Hoover, zei: “I rather have him inside the tent pissing out than outside the tent pissing in”. Natuurlijk is er ook een boek dat de maand moet opluisteren. De titel luidt God is gek met Kluun als auteur. Ook dat nog.

    De maand van de spiritualiteit doet mij vrezen voor een overdosis Jacobine Geel en Antoine Bodar op de televisie. Het rampenplan is klaar, voorzorgsmaatregelen zijn genomen. Ik heb veel vers fruit en alle afleveringen van Yes minister binnen handbereik. Lezen over spiritualiteit kan in het boekje Waarom we onszelf zoeken maar niet vinden van de jonge filosoof Coen Simon dat vorige jaar om deze tijd de aandacht trok.


    Ietsisten zijn mensen die verstandelijk niet meer in God geloven maar hun gevoel spartelt nog tegen; zij zijn ontvankelijk voor malligheid in alle verschijningsvormen


    Simon geeft een kritische analyse waarom al die naar binnen gerichte beschouwelijkheid zo weinig oplevert. Hij verweeft daarbij opvattingen van filosofen met ervaringen uit zijn eigen leven. Een kernpunt in zijn betoog vormt het gegeven dat allerlei hoogst persoonlijke gewaarwordingen als trots en schaamte altijd een maatschappelijke dimensie bezitten. Ons blozen is een individuele expressie maar wel door een ongemakkelijke verbinding tussen onszelf en wat onze omgeving verwacht. Simon vertelt over het bezoek dat hij met zijn familie aan Indonesië brengt. Zijn ouders zijn daar geboren. Daar en toen merkte hij dat eigenschappen van zijn vader, waarover hij zich altijd verbaasd had, in het land van herkomst heel gewoon waren. Alle mannen deden net zo. Die typische eigenschappen van vader Simon waren hier heel bijzonder maar daar niet. Met instemming haalt Simon Conny Palmen aan die eens beweerde: “zoek uzelf niet, want u bent het al”. Veel van wat iemand als persoon tekent heeft een andere bron dan het individu zelf. In alles resoneert de wereld mee. Het motto van Simon is dan ook “geef je over aan de wereld en word wie je bent”. De confrontatie met de wereld, met de blik van de ander, is leerzamer dan het steeds verder openschuiven van gordijntjes die uiteindelijk moet resulteren in een blik op het naakte zelf. Ons zelfbeeld is altijd afhankelijk van het oordeel van de ander. “Wie zichzelf daarentegen zoekt door zich naar binnen te keren, begint een eindloze zoektocht en vindt nooit iets. Op deze menselijke vergissing speelt het grote aanbod van de spiritualiteit in.” Simon verklaart de toenemende belangstelling voor spiritualiteit uit de afnemende aantrekkingskracht van de traditionele godsdiensten. Het gat dat de oude zingeving achterlaat vraagt om invulling. Volgens Simon is het niet zozeer het gemis van de geloofsinhoud zelf die ons parten speelt maar de vanzelfsprekendheid van een leven waar de kerk in het midden stond. Die zekerheid is verdwenen. Zo bezien is het niet vreemd dat de christelijke media zich inzetten voor een maand van de spiritualiteit. De ANWB heeft ook al lang de aandacht van de fiets naar de auto verlegd. Het is een kwestie van volg de gelovigen, zo u wilt van Mohammed en de berg. Wie de markt negeert, is vroeg of laat veroordeeld tot orthodoxie. De individualisering is een trend die de behoefte aan spiritualiteit versterkt. Was het christendom een geloofsovertuiging die vooral via de collectiviteit beleden werd, de spiritualiteit bevat een ongebreideld assortiment aan particuliere denkbeelden. Ieder kan zijn ding doen. Bisschoppenconferenties zijn op dat terrein onbekend. Experimenteren is toegestaan. God is concentratie, zei Wende Snijders laatst.

    Simon slaagt erin om op heldere wijze moderne eigenaardigheden tegen het licht te houden. Hij schakelt soepel van abstracties naar het persoonlijk en terug. In veel van zijn werk, zit de drang om voor een groot publiek filosofische gedachten te verhelderen. Dat is al herkenbaar aan de titels die hij schreef of waarover hij de redactie voerde. Wat te denken van Met Kant aan het strand of Sartre en De Beauvoir in een twijfelaar of Lachen om niets? Tegelijk schuilt er wel het gevaar in dat het bij gelegenheidsboekjes blijft. Waarom we onszelf zoeken maar niet vinden bestaat uit hoofdstukken die bijna allemaal eerder verschenen zijn bij verschillende gelegenheden. De frisse nuchtere toon vormt echter de verbindende schakel. Coen Simon is een filosoof om te volgen. Niet aan te raden voor mensen met een extreme gevoeligheid voor spiritualiteit. Die kunnen troost vinden bij hun eigen maand.