Leesimpressies

  • Colette: De eerste keer dat ik mijn hoed verloor

  • Nr. 15 - 2017
  • In 1954 vond de eerste staatsbegrafenis voor een vrouw in Frankrijk plaats. Op de binnenplaats van het Palais-Royal vertrok de kist op een katafalk om een laatste rustplaats te vinden op Père-Lachaise. Duizenden mensen waren bij het afscheid aanwezig. De vrouw in kwestie was de schrijfster Colette. Je ziet het bij Heleen van Royen niet meteen voor je, hoewel Colette een kleurrijk leven achter de rug had. Ze trouwde eerst met een veel oudere man, woonde lang samen met markiezin Missy en trouwde vervolgens met een veel jongere man. De aartsbisschop had geen toestemming verleend voor een katholieke begrafenis. Dat ze wel eens met ontbloot bovenlijf op het toneel had gestaan zal niet in haar voordeel hebben gespeeld. Het leven is een keten van toevalligheden. Een paar maanden terug liep ik over diezelfde binnenplaats en vroeg me af of dat statige pand als woning dienst deed. Het leek een locatie om van te dromen. Wat voor mensen zouden daar over een appartement beschikken? In het recent verschenen deel privé-domein over het leven van Colette diende het antwoord zich aan. Dat het plein voor de direct aansluitend gelegen Comédie Française Place Colette heette, was een vingerwijzing die ik niet had opgepikt. De schrijfster woonde vele jaren met plezier in het Palais-Royal.

    Het autobiografische boek dat de fraaie titel mee kreeg De eerste keer dat ik mijn hoed verloor begint met een informatieve inleiding door de vertaler Kiki Coumans. Daarna volgen autobiografisch getinte verhalen uit de verschillende perioden van Colette’s leven, samen een fragmentarisch geheel. Pas aan het eind van het boek krijgt de titel een verklaring. Het gebeurde in het Bois de Boulogne en de hoed werd nimmer teruggevonden. Het is onduidelijk of het bij die ene keer bleef. Hoe dan ook kan de titel wedijveren met die van Oliver Sacks, De man die zijn vrouw voor een hoed hield. Hoeden lenen zich prima voor titels.
    Colette werd in 1873 op het Franse platteland geboren als de jongste van vier kinderen. Moeder was een dominante non-conformistische vrouw die zich zonder voorbehoud ontfermde over bezwangerde dienstmeisjes. Haar schrijversnaam ontleende zij aan de naam van haar vader. Alleen Colette met niks ervoor. Ook vader had schrijfambities. Hij liet een fantoomoeuvre na, boeken met titels op de rug maar bestaande uit geheel blanco pagina’s. Colette handelde in zijn geest en gebruikte de bladzijden voor haar eigen schrijfwerk. Later volgt nog een vergelijkbare rolverwisseling. Haar eerste echtgenoot publiceert het werk van zijn vrouw onder eigen naam. Colette is autodidact. Ze zou een omvangrijk en gevarieerd oeuvre nalaten. De roman Chérie is vermoedelijk haar bekendste boek. In het autobiografische werk mag zij graag een draai aan de waarheid geven ter wille van een mooi eindresultaat.

    Geboren in een gezin zonder fortuin, had ik geen vak geleerd. Ik kon klimmen, fluiten en rennen maar niemand die me een carrière als eekhoorn, vogel of hert aanbood


    Wat het meest opvalt in het werk van Colette is de lofzang op de natuur. Zij is er verrukt van en raakt er niet over uitgepraat. Het wemelt van de sponzige mossen, een aanwaaiende vleug hars, oude bogen van klimrozen enz.. Wat in literatuur veelal een nuttige functie van couleur locale vervult, eist bij Colette de hoofdrol op. Ze weet zeker over te brengen hoe ze met alle zintuigen geniet. De natuur fungeert als ontsnapping voor de zelf gevoelde plicht van het schrijverschap. Ontspanning versus inspanning. Wat daarbij een handicap vormt is dat literatuur iets kan toevoegen aan het gedrag van mensen. Literatuur kan de binnenwereld zichtbaar maken. Als het gaat om het gedrag van de natuur legt de literatuur het gewoonlijk af tegen de werkelijkheid. De natuur heeft geen binnenwereld alleen buitenwereld. Zelfs als Colette in de stad vertoeft, bijvoorbeeld in New York, ziet zij overal natuur. Op papier kan de natuur de werkelijkheid nauwelijks naar de kroon steken. En dat ligt niet aan tekort schietende schrijfvaardigheid. De stijl van Colette is gevuld met slingers en krullen. Je moet echter wel een toegewijde liefhebber zijn om bij zoveel overdaad geboeid te blijven. Om Colette recht te doen sluit ik af met twee citaten die illustratief zijn voor haar impressionistische vertelkunst.
    ‘Kijk hoe de eerste scheut uit de zaadlob van een boon met zijn kopje een hoedje van droge grond omhoogduwt…Kijk hoe de wesp een stukje rauw vlees doorknipt met zijn kaken, net als een schaartje…Kijk eens naar de kleur van de hemel bij de ondergaande zon, er is harde wind en storm op komst.’
    ‘Het is de lente zoals je die in sprookjes voorstelt, een uitbundige, vluchtige en onweerstaanbare Zuid-Franse lente, rijk en fris, vol opspruitend groen, met hoge grassen die glanzend wiegen in de wind, met judasbomen die zachtpaars en rood tegelijk zijn, met anna paulownabomen grijs als maagdenpalm, met blauwe seringen waarvan het kruisvormpje van de bloemblaadjes is omrand door een parelmoerachtig purper, met goudenregens, blauweregens, rozen…’