Leesimpressies

  • Daan Roovers: Wij zijn de politiek

  • Nr. 14 - 2019
  • Pas sinds 2011 kennen we in Nederland het ambt van Denker des Vaderlands. Het is een wonder dat er in de voorafgaande periode geen ernstige ongelukken gebeurd zijn. We dachten maar wat op eigen houtje. Er was geen beleid, niemand gaf leiding. Van dezelfde leeftijd als de Denker des Vaderlands is het televisieprogramma Het Filosofisch Kwintet dat op de buis is als Buitenhof met reces gaat. Het Socratische gesprek staat onder leiding van Clairy Polak, wier mimiek de hele uitzending tongue-in-cheek diepzinnigheid uitstraalt op een zodanige manier dat menig kijker zich geroepen voelt tot een zondagmiddagwandeling. Daan Roovers, de huidige Denker des Vaderlands, behoort soms tot de deelnemers en onderscheidt zich wat mij betreft door een verfrissende inbreng. De presentator staat dat oogluikend toe. Roovers stond ooit aan de wieg van het idee om een Denker des Vaderlands te introduceren en is nu zelf door vakgenoten tot deze erebaan geroepen. Het is inmiddels traditie dat er een introducerend boekje verschijnt waarin een breder publiek de gedachtewereld van de benoemde functionaris kan leren kennen. Journalist Marc van Dijk voerde de pen. Roovers laat zich kennen als een filosoof met beide benen op de grond die zich niet bezondigt aan Wichtigmacherei, een bekende stroming uit de Duitse filosofie met als grondregel: das Nichts nichtet

    De Denker des Vaderlands heeft als opdracht de relevantie van het vak filosofie op een enthousiaste manier onder de aandacht van een breed publiek te brengen. Voor Roovers heeft het woord publiek tevens als functie een verbinding te leggen met het algemeen belang. Dat idee komt in Wij zijn de politiek duidelijk uit de verf. Zij heeft het onder meer over de reikwijdte van de vrijheid van meningsuiting, over de betekenis van verkiezingen en referenda, over de taak van het onderwijs en over de verschraling van het internet. Ze schrikt daarbij niet terug om aanknopingspunten uit haar persoonlijk leven als kapstok te gebruiken. Roovers is de dochter van een moeder die, slechts een generatie terug, zodra de leerplichtige leeftijd bereikt was, van school ging om zich in het Brabantse veld te wijden aan de aardbeienpluk en de moeder van een zesjarige zoon die meent dat hij het recht heeft om kut te zeggen. Daarmee plaatst zij op de filosofische agenda of kut wel een mening is. Roovers wijst erop dat de vrijheid van meningsuiting ooit het levenslicht zag om burgers een domein te bieden waarbij zij vrijelijk over zaken van algemeen belang konden discussiëren zonder inmenging van de overheid. Inmiddels is dat recht verbreed tot de verhouding tussen burgers onderling en vaak verworden tot het recht om te beledigen. Zij vindt het recht op meningsvorming van hetzelfde gewicht als het recht op meningsuiting. Onderdeel van de meningsvorming is de bereidheid bij mensen om zich in publieke kwesties te verdiepen en om kennis te nemen van afwijkende opvattingen alvorens een eigen stelling te betrekken. Zij hekelt de sfeer van polarisatie die in de actualiteit zo overheersend is.

    Die meningsvorming is evenmin gebaat bij de manier waarop internet zich ontwikkeld heeft. Onder impuls van grote techbedrijven met als voorman de mensenhandelaar Mark Zuckerberg krijgt iedereen informatie voorgeschoteld die in lijn is met de eigen voorkeuren. Burgers zijn verworden tot consumenten. Politiek is versimpeld tot de scores bij verkiezingen en peilingen. Dat biedt weinig ruimte aan nuance en het debat handelt vaker over verschillen van inzicht over middelen dan over doelen. Roovers is voorstander van het beproeven van nieuwe manieren om politiek te bedrijven met een grotere inbreng voor burgers. Politiek is van ons allemaal en niet het exclusieve speelgoed voor beroepslui. Er zijn rijkere vormen denkbaar dan referenda. Ze noemt onder meer de betrokkenheid van burgers in Ierland waarbij het oordeel over abortus in beweging kwam. Of denk aan de mogelijkheid van een preferendum waarover David van Reybrouck in The Guardian schreef zodat de Britten ontdekten dat je op een samenhangende manier naar aspecten van de Brexit kunt kijken in plaats van alleen maar nee te zeggen tegen geïsoleerde opties. Minder positief is zij over het experiment van de klimaattafels. Het manco daar was juist dat burgers buitenspel stonden en alleen belanghebbenden hun duit in het zakje konden doen. Loting is te verkiezen boven lobbyisme. Een aantrekkelijk kenmerk van Roovers’ redeneertrant is dat zij verbanden legt tussen verschillende problematische terreinen. Zij borduurt voort op de ideeën over Bildung van Wilhelm von Humboldt, die zowel filosoof als minister van onderwijs was. De taak van het onderwijs is om van leerlingen mensen te maken en niet om in de eerste plaats capabele werknemers af te leveren. Dat omvat drie hoofddoelen: de ontwikkeling van algemene kennis, kritisch denken en moreel oordelen. Roovers trekt deze drie doelen een nieuw jasje aan. Vanwege haar ergernis over het verharde debatklimaat poetst zij de kritische dimensie uit de aanpak van Von Humboldt enigszins weg. Kritische zin is de motor van de vooruitgang. Zij verwijst vaak naar grote denkers uit het verleden om haar betoog mee te illustreren. Het is een gemis dat Karl Popper in dat rijtje ontbreekt. Het mooie van Popper is dat zijn aanpak niet alleen onderscheid weet te maken tussen zin en onzin van beweringen maar juist ook dat zijn denkwereld toepasbaar is in publieke kwesties met zijn pleidooi voor de open samenleving.
    Overigens ben ik van mening dat we het pontificaat van Roovers met vertrouwen tegemoet kunnen zien. Het kennismakingsboekje smaakt naar meer.