Leesimpressies

  • Dana Grigorcea: Het fundamentele gevoel van schuldeloosheid

  • Nr. 31 - 2017
  • Voor een verblijf in Boekarest was het een aanlokkelijk vooruitzicht om een roman te lezen die zich in die stad afspeelt. Liefst geschreven door een Roemeense auteur. Je weet dat je papieren gunstiger liggen wanneer je naar Parijs of Londen gaat, maar op de valreep kreeg ik het pas vertaalde boek van Dana Grigorcea in het vizier. Zij heeft de tijd van de dictatuur als kind meegemaakt, vertrok naar het buitenland en keerde terug. Dat werk leek op voorhand goed gezelschap. De roman heeft zeker een zekere toeristische waarde. Grigorcea neemt de lezer mee langs opvallende plekken van de stad en geeft zo nu en dan wat inzicht in de zeden en gewoonten. Je kunt eruit leren waarom er de afgelopen tien jaar vijfhonderd huizen in brand zijn gevlogen. Als je een huis dat onder monumentenzorg valt, hebt weten te verwerven op een favoriete locatie in de stad dan mag je dat niet zo maar afbreken en naar eigen inzicht herbouwen. Maar zo’n pand kan natuurlijk wel door brand getroffen worden. Handige jongens, die Roemenen. Grigorcea graaft naar het verleden en stuit onherroepelijk op het heden. De namen van de straten kunnen veranderd zijn maar veel blijft ook hetzelfde. Als icoon is Ceauçescu ingeruild voor Coca Cola. Van overheidsgebouwen wappert de vlag van Roemenie nu naast die van de Europese Unie.

    De hoofdpersoon en verteller is Victoria. Zij woont en werkt in Zürich als medewerker van een bank. Een overval heeft haar een traumatische ervaring bezorgd. Om te herstellen keert zij met verlof terug naar moederland Roemenie. Daar wordt ze opgeslokt door een stortvloed aan herinneringen. Een doeltreffende vergelijking dient zich aan door dezelfde route af te leggen met bus 368. Vroeger was dat de route naar school. De herinneringen worden opgeluisterd met behulp van songteksten. Het nieuwe Boekarest kenmerkt zich door grote boulevards omzoomd met crèmekleurige flatgebouwen. In de briefing aan de architect zal protserig het codewoord geweest zijn. De overgang van oud naar nieuw, van dictatuur naar democratie, krijgt in het woord Wende een samenvatting. Ter afwisseling is er in de stad het vele groen. Een dierbare plek voor velen is het Cismigiupark. Je kunt daar op warme dagen beschutting vinden bij de botenverhuur of bij de arcade waar de schakers hun wedstrijden spelen. Honden en kinderen uitlaten mag natuurlijk ook.

    Roemenie is een land van oude linden en eiken, notenbomen en moerbeibomen, voor mijn part ook dennen, maar treurwilgen zul je er niet zo gauw vinden


    In 1977 werd de binnenstad van Boekarest getroffen door een zware aardbeving. Er vielen zo’n 1500 slachtoffers te betreuren. Die gebeurtenis is aangegrepen voor een grote sloop. Een klein deel, de zogenaamde old town, bleef intact. Daar verkeren veel van de panden in vervallen staat. Dat springt niet erg in het oog omdat op straatniveau de winkels en de epidemische uitbraak van horeca de aandacht trekt. De Roemeense keuken doet overigens denken aan een partijtje vrij worstelen tussen gekruide worstjes.
    De blikvanger van de nieuwbouw is het paleis van Ceauçescu. Toen het opgeleverd werd, was dat het grootste gebouw van de wereld, nu nog van Europa. En dan zijn de vele ondergrondse niveaus nog aan het zicht onttrokken. Je kunt er omheen lopen en mits voorzien van een lunchpakket is dat een verantwoorde bezigheid. De tegenwoordige functie is die van parlementszetel. Over het aantal kamers verschillen de diverse bronnen van mening. Dana Grigorcea spreekt over 5100 kamers. Wie dit raadsel wil ontsluieren, is waarschijnlijk gedwongen zich te storten in een definitiekwestie van het concept kamer. Over het aantal toiletten lijkt zich met 200 meer consensus af te tekenen. Het is een geruststellende gedachte dat de Ceauçescutjes nooit ver hoefden te lopen op het moment dat zij aandrang voelden.
    Hoewel Grigorcea hier en daar kleurrijke personages ten tonele voert is de totaalindruk van de roman nogal teleurstellend. Sommige figuren blijven even hangen, zoals de buurman die kolonel is bij de Securitate, of van de kioskhouder Schoontje of de vriend van Victoria’s ouders die souffleur was bij de opera. Schoontje heeft als bijbaantje het repareren van ladders in zijden kousen. De bijfiguren duiken even op en verdwijnen dan weer voor langere tijd of zelfs voorgoed. Los zand is geen geschikt materiaal om als specie te gebruiken. Op de cover wordt gesproken over een liefdevol-gestoorde Boekarestroman. Het verhaal heeft te weinig kop en staart en ook het tussengebied laat te wensen over. Victoria gaat terug om herstel te vinden voor wat haar in Zwitserland is overkomen. Ze gaat daarvoor zelfs in therapie. Het blijft echter onduidelijk wat de confrontatie met het verleden voor haar heeft opgebracht. Ligt haar toekomst in Zürich? Het blijft bij impressionistische herinneringen die naar een onbekende bestemming leiden. Met de bruikbaarheid als alternatieve reisgids is het redelijk gesteld.