Leesimpressies

  • Dik Bruynesteyn: Dik Tevreden

  • Nr. 38 - 2013
  • Misschien nog meer dan op het uit Friesland geëmigreerde meisje met blakende wangen en goudblonde pijpenkrullen, was mijn jeugdliefde gericht op voetbal. Bij wijze van prille billen en borsten viel ik voor de woorden van Nico Scheepmaker, de tekeningen van Dik Bruynesteyn en de elftalfoto’s van Esso. Eind jaren vijftig speelde het leven zich grotendeels in zwart-wit af maar die voetbalfoto’s waren in kleur. Je kreeg ze gratis, een concept dat zich lastig laat vertalen naar de huidige tijd, als je tankte bij Esso, dat wil zeggen als je vader bereid was dat te doen want zelf zat je midden in de evolutiesprong van step naar fiets. Een kort intermezzo met de hoelahoep slaan we over. Met de karikaturen van Dik Bruynesteyn was iets merkwaardigs aan de hand. Vaak vormden zij voor mij de eerste kennismaking met een sportheld. De televisie kende één net en dat zond per week minder uren uit dan één net nu per dag doet. Sporters zag je weinig. Volgde de confrontatie met de werkelijkheid dan viel op dat de originelen perfect leken op hun door Dik getekende karikaturen.

    Het boek Dik Tevreden ontving ik van een etnisch neutrale sinterklaas. Het behoort bij de overzichtstentoonstelling die nu te zien is in het museum van de twintigste eeuw in Hoorn, de laatste woonplaats van de in 2012 overleden Bruynesteyn. Dit museum biedt de juiste context voor deze tekenaar. Hier regeert de nostalgie. Zelden zag ik de huishoudens van mijn ouders en grootouders zo trefzeker door elkaar geklutst. De auteur was zelf begonnen aan Dik Tevreden maar haalde niet meer op eigen kracht de eindstreep. Het werk is afgemaakt door Jan Ferweda en Ruud Gosse, twee toegewijde fans die ook de site over het oeuvre onderhouden. In het boek komen ook andere bewonderaars aan het woord. Ajacied Piet Keizer is van hen het meest bondig. “Dik was de ultieme lijnentrekker”.

    In die eerste jaren van het betaalde voetbal dienden begenadigde vleugelaanvallers het vege lijf te redden tegen aanslagen van onbeholpen verdedigers. Deze motorisch zwakbegaafde stumpers luisterden, gesteld dat zij deze vaardigheid onder de knie hadden, meestal naar de naam Johan Derksen. Zij werden gedold en gepoort tot de scheidsrechter eindelijk na twee keer drie kwartier amnestie verleende. Wat is er van deze houten Klazen terechtgekomen, hebben zij ooit nog een stap op een voetbalveld durven zetten?


    Het werk van Bruynesteyn valt in twee stromingen uiteen: strips en karikaturen. Mijn enthousiasme betrof de karikaturen. Vaak waren ze verkrijgbaar bij kauwgom. Vooral de kwartetspelen hebben een onuitwisbare indruk gemaakt. Behalve een kwartetspel van eredivisieclubs, toen vreemd genoeg bestaande uit onder meer Blauw Wit, NOAD, Rapid J.C. en Elinkwijk, was er een kwartetspel van teams uit de lagere divisies. Dik verdient de hoogste lof voor het opnemen in deze gelederen van HVC, de club waar ik bijna elke veertien dagen aan de hand van mijn vader de tribune beklom. Voetballiefhebbers kunnen langdurig bakkeleien welke vier spelers in aanmerking komen voor een basisplaats in een kwartetspel. Bij HVC was uiteraard kapitein Henk Brits vertegenwoordigd, ooit keeper van het Nederlands B-elftal, soeverein heerser in de lucht. Met vooruitziende blik had Dik de solide verdediger Joop van Basten geselecteerd die nog niet bij de burgerlijke stand stond ingeschreven als de vader van. Hors concours was eveneens Wout Heinen. Deze knoestige zoon van Spakenburg mocht van zijn moeder niet op zondag voetballen maar ruilde toch de Heer der Heerscharen in voor de afgod Mammon. Heinen was topscorer van HVC dankzij de lepe assists van de grillige tovenaar in wording, Bennie Marcus. Op rijpere leeftijd na fiasco’s elders, maar onverminderd Bennie, zou hij dezelfde kunstjes flikken ten faveure van de goals van Mosje Temming. Dik verdient een stevige reprimande. Hoe kon hij deze speler over het hoofd zien nota bene getooid met een bijnaam ontleend aan zijn eigen favoriet Ferenc Puskas, kanonnier in dienst van Honved, Real Madrid en het onverslaanbare Hongaarse wonderteam. Terloops wil ik melden dat wij op de lange zijde ook een periode gejuicht hebben voor de goaltjesdief Hans van Empelen. Het gulle Amersfoortse legioen sloot deze sympathieke stadgenoot in het hart en reduceerde zijn naam tot E.M. Pele, wat met de kennis van nu gevaarlijk dicht in de buurt komt van een overstatement.
    Ik zie nog de ietwat gekromde rug van Bennie Marcus als hij strooide met zijn no look passes, hoewel dat begrip nog niet bestond. Pusje deed het gewoon. Ook de gekrulde vrije trap zat standaard in zijn wapenuitrusting. Waarom zou een Bobby Charlton alleen in Engeland geboren kunnen worden en niet in het Soesterkwartier? Minutenlang kan ik op internet kijken naar de foto van de jonge Marcus voor zijn Volkswagen, een geschenk van importeur Ben Pon als beloning voor niet roken en drinken. Marcus werkte trouwens bij Pon, want betaald voetbal was toen een activiteit die je naast je baan uitoefende. Het is de houding van quasi landerigheid, uitgevoerd in de beste traditie van de method acting, die opzien baart. Talent is iets dat je overkomt. Daar heb je niet om gevraagd. Die fluwelen balbehandeling is vanzelfsprekend. We genoten van de beste wederopbouw ooit. The Shoes stonden op het punt Na Na Na op de plaat vast te leggen. Ondertussen lijkt het wel of we op de foto James Dean herkennen vermomd als linkspoot. Anders gezegd, sportpark Birkhoven verwelkomde een nieuwe Che Guevara. Wij liefhebbers vreesden dat Bennie Marcus, in de voetsporen van Piet Mondriaan, Amersfoort zou verlaten voordat zijn artistieke revolutie tot volle wasdom piekte. Deze nachtmerrie zou Heracles gaan heten.
    Op de achtergrond van de foto is de garage van Pon in de Amersfoortse binnenstad herkenbaar. Dat karakteristieke gebouw, een hoogstandje van industriële architectuur, is al jaren gesloopt om plaats te maken voor een kantoorkolos waar elke wethouder met een passie voor lelijkheid een puntje aan kan zuigen. Bennie ‘Pusje’ Marcus leeft niet meer. Zij, die hem hebben zien spelen, zullen hem nooit vergeten. Wat zou er van het meisje met de pijpenkrullen geworden zijn?