Leesimpressies

  • Doeschka Meijsing: Over de liefde

  • Nr. 19 - 2009
  • Liefde is voor de roman het meest platgetreden onderwerp. Je moet van goede huize komen om daar iets bijzonders van te maken. De jury van de AKO literatuurprijs heeft gemeend dat Doeschka Meijsing daarin geslaagd is. Zij onderscheidde haar in 2008 voor Over de liefde. Het is een beeldend geschreven roman. Het boek begint op het moment dat de hoofdpersoon met de roepnaam Pip een dvd in de brievenbus aantreft. Het boek eindigt met een droom waarin Santiago Nasar, de hoofdpersoon uit Kroniek van een aangekondigde dood zijn woning verlaat, het einde tegemoet. Vermoord om de verkeerde reden. Daar tussen zit de nodige liefde maar meer nog de herinnering aan de liefde en hoe die het leven van Pip getekend heeft.

    Het boek van Meijsing heeft zich in veel aandacht mogen verheugen niet in de laatste plaats vanwege de overeenkomsten met het werkelijke leven van de auteur. De vrouw met wie zij een jarenlange verbintenis had, liet haar in de steek nota bene voor een man. Daar kwam zelfs een kind van. Niet alleen een individu fungeert als slachtoffer maar de hele sekse. Als beide partners min of meer publieke figuren zijn, levert dat gespreksstof. Het vermoeden rijpt dat Over de liefde wel een sleutelroman zal zijn. De verdenking gloort dat een voyeuristische belangstelling beter bediend wordt dan een literaire. Inderdaad bevat het boek verschillende passages waarin alcoholische nevels opstijgen uit de grachtengordel. Bohemiens bieden tegen elkaar op met hun eigen interessantheid. Dat gebeurt inclusief het onvermijdelijke dedain voor mensen uit de provincie die vertier komen halen in de hoofdstad. Doeschka Meijsing past het brilletje van Youp van ’t Hek. Gelukkig heeft de roman meer te bieden.


    De schrijver geeft meer bloot dan een blik door het sleutelgat


    Pip probeert haar leven weer op te pakken na de verbroken relatie. In een nieuwe woning maakt zij de balans op. Dat lukt maar moeizaam want de woede is nog te groot. Dan vinden er enkele gebeurtenissen plaats die de motor van haar herinnering op gang brengen. De dvd vormt een schakel in die keten. Na een bezoek aan Het Vloerenhuis, eindelijk de energie opgebracht om de vlek in het parket te bestrijden, nodigt een zonnige novemberdag uit tot een kop koffie op een terras aan de Willemsparkweg. Daar rijdt een cementwagen, waarvan de bestuurder de macht over het stuur is kwijtgeraakt, het terras op. In een paar bladzijden beschrijft Meijsing uiterst knap de verwarring die zo’n onverwachte daad te weeg brengt. Je moet de situatie duiden en onmiddellijk handelen. Fracties van seconden duren een eeuwigheid. De tijd staat stil en toch dienen zich allerlei gedachten aan. Pip zet zich in beweging om twee vrouwen uit de baan van de vrachtwagen te manoeuvreren. Ze heft haar handen, denkt aan paus Wojtyla en realiseert zich tegelijkertijd dat ze wel wat beters te doen heeft dan haar gedachten te wijden aan de oude Poolse herder. Terwijl zij met de beide dames verstrengeld de grond raakt, dringt zich de naam Buri Vermeer op, haar eerste grote liefde. Pip wordt wakker in het ziekenhuis met een schedelbasisfractuur en een geheugen dat haar in de steek laat. Wat deed zij op de Willemsparkweg?

    Eerst in de steek gelaten door je geliefde en vervolgens lichamelijk in de lappenmand. Het gevaar van zelfbeklag loert. Meijsing weet dat gevaar voor de lezer te bezweren met behulp van elegante formuleringen en een venijnige toon. Ze doet dat in een associërende vertelstijl met zinnen als lange erupties van lava. Dat maakt het boek onderhoudend. De nieuwe man in het leven van haar partner wordt neergezet met wisselende diskwalificaties. Meer weggezet eigenlijk. Op hem is de volgende karaktertekening van toepassing: een moe ossenlijf, op het randje van verlepping, zo dor als de Kalahariwoestijn buiten de regentijd, sentimenteel, kleinzerig en vleesgeworden midlifecrisis. Scherp zijn ook de dialogen die Pip en haar drie broers wisselen wanneer zij aan haar ziekbed hun opwachting maken. De vier gaan gezamenlijk naar het zuiden van Zwitserland om de woning, waar de familie vroeger vakantie vierde, een opknapbeurt te geven. Dat uitstapje zet de deur open naar oude herinneringen. Geleidelijk keert het geheugen terug en krijgt Pip greep op haar verleden. Een climax is een hernieuwde ontmoeting met jeugdliefde Buri Vermeer, lerares op het gymnasium waar Pip leerling was. Meijsing vertelt het verhaal met sprongen door de tijd zoals het geheugen een eigen kalender hanteert. De brokstukken vormen uiteindelijk een samenhangend geheel. De compositie is goed verzorgd. Tussendoor zijn er fraaie observaties. De mantel der liefde is even onbetrouwbaar als de lijkwade van Turijn. Over haar eerste liefde merkt Pip op: “… dat ik op twaalfjarige leeftijd mijn eerste, hemel en aarde omvattende verliefdheid beleefde, gedoemd tot niets, maar niet zonder eeuwigdurende merktekens.” Veel waarnemingen in de roman bevatten een sterke intensiteit met aan het eind die lugubere verwijzing naar de onfortuinlijke Santiago Nasar. Een heftige nasmaak.