Leesimpressies

  • Dominique Moïsi: De geopolitiek van emotie

  • Nr. 4 - 2010
  • Afgelopen weekend zag ik Paradise now op televisie, een film die ik in de bioscoop gemist had. Het verhaal volgt twee Palestijnse jeugdvrienden, Khaled en Said, bij hun voorbereiding op een zelfmoordaanslag in Tel Aviv. De eerste poging mislukt en bij een van hen ontstaat ruimte voor twijfel. De film is zowel geprezen als verguisd vanwege het feit dat er enige compassie is met de plegers van zo’n afschuwelijke daad. De twee ervaren hun bestaan als uitzichtloos. Het brengen van het hoogste offer lijkt de enige uitweg. Krijgen de daders tot op zekere hoogte een menselijk gezicht met hun opdrachtgevers is dat geenszins het geval. De leiders van de beweging, waartoe Khaled en Said behoren, zijn opruiers die anderen de prijs laten betalen. Zij handelen in vrome beloften als martelaarschap, een aangenaam verblijf in de hemel en de complimenten van Allah. De leiders omringen zich met gewapende lijfwachten benauwd om zelf een schrammetje op te lopen. De film laat zien tot welke uitweg frustratie kan leiden. Het vormt een perfecte illustratie bij het betoog van Dominique Moïsi over wat nu de overheersende emotionele drijfveren in de wereld zijn. In de moslimwereld is dat volgens hem vernedering. Van vernedering is het een kleine stap naar vernietigingsdrang.

    Geopolitieke beschouwingen kennen als invalshoek gewoonlijk de machtsfactor. Dat kan gebaseerd zijn op economische, militaire of culturele macht. Moïsi richt de blik op het emotionele motief. Dat is volgens hem een betere verklaring om het handelen van mensen en staten te begrijpen. Hij ziet drie emotionele machtsblokken. In Azië, vooral in China en India, is de drijvende emotie hoop. In Europa en Amerika is het angst en in de moslimwereld, zoals gezegd, vernedering. Moïsi is Fransman die internationale betrekkingen doceert aan Harvard. Hij schetst drie voorvallen uit zijn persoonlijk leven die exemplarisch zijn voor zijn betoog.


    China, de oudste beschaving ter wereld, kent al 29 jaar een economische groei van bijna tien procent per jaar; India, de grootste democratie ter wereld, al 18 jaar


    Allereerst was er een discussiebijeenkomst met Marokkaanse studenten behorend tot de elite van hun land. Zij meenden dat de globalisering niet voor hen was weggelegd. Hoe kan het dat getalenteerde mensen die nog een wereld voor zich hebben een perspectiefloos toekomstbeeld bezitten? Heel anders was de indruk die Mumbai bij zijn eerste bezoek op Moïsi maakte. Daar blijven duizenden mensen naar de stad trekken in de verwachting dat zij zelf en anders in ieder geval hun kinderen een hogere levensstandaard zullen verwerven. Tenslotte was er een ervaring in de metro van Londen na de aanslagen van 2005. Toen een gesluierde vrouw met een zware tas het treinstel binnenkwam prevelend wat leek op een gebed, dachten velen dat hun laatste uur geslagen had. Bij de eerstvolgende halte stapten de meeste passagiers uit.

    De opvatting van Moïsi laat een tijdsbeeld zien. Zij geldt voor nu. Wat zijn betoog realistisch maakt is de overtuiging dat emoties een onvermijdelijk element vormen in het gedrag van naties. Zijn analyse heeft bovendien de charme van de eenvoud. Met behulp van drie emoties de ontwikkeling van de wereld beschrijven is een gedurfde vondst. Problematischer is de bewijsvoering. Hoe stel je vast dat een bepaalde emotie dominant is in een regio? Hoe selecteer je uit talloze indicatoren de relevante? Het betoog is misschien plausibel maar zeker subjectief. De argumentatie ontleent Moïsi aan een beschrijving van de ontwikkeling in de laatste paar decennia. Voor hem is 1989 met de val van de muur een keerpunt. Dat moment vormt de overgang, zoals Thomas Friedman al beweerde, van het systeem waarin de Koude Oorlog leidend was naar een systeem in het teken van globalisering. De wederzijdse afhankelijkheid is daardoor toegenomen, de veiligheid niet. In een transparante wereld nemen de armen kennis van de overvloed bij de rijken, terwijl de rijken minder makkelijk hun hoofd in het zand kunnen steken.

    Voor een goed begrip van internationale ontwikkelingen is inzicht in emoties onmisbaar. Aan het eind van zijn boek richt de auteur de blik op 2025. Hij schetst twee scenario’s. In het ene is de wereld in de ban van de hoop, in het andere van de angst. Het is een weinig geloofwaardige simplificatie. Een ontwikkeling met uitsluitend zwarte of witte tinten is zeer onaannemelijk. Het betoog is hier volkomen speculatief en eenzijdig. Dat valt des te meer uit de toon doordat Moïsi, die zichzelf kwalificeert als hartstochtelijk gematigd, zijn aanleiding voor het boek vond in de behoefte weerwerk te leveren aan eenzijdige wereldvisies.

    Hij bestrijdt zowel de optimistische kijk van Fukuyama (Het einde van de geschiedenis en de laatste mens) als de sombere van Huntington (Botsende beschavingen). Misschien is Moïsi meer een idealist dan een beschrijvende wetenschapper. Dat neemt niet weg dat zijn betoog een originele bril verschaft om ontwikkelingen mee te typeren voorzien van sprekende voorbeelden zoals het oordeel dat de meest indrukwekkende skyline ter wereld tegenwoordig in Shanghai valt te bewonderen. Toch zal de dreigende maar open slotscene uit Paradise now vermoedelijk langer in mijn geheugen gegrift blijven dan dit boek.