Leesimpressies

  • Doris Lessing: Het zingende gras

  • Nr. 5 - 2009
  • Het was een bijzonder gezicht Doris Lessing op de stoep voor haar woning toen zij het bericht ontving de Nobelprijs voor literatuur gewonnen te hebben. Het leek zelfs of de boodschap haar irriteerde. Het was te laat in haar loopbaan en ze gruwde van het gedoe. Dit jaar wordt Lessing bij leven en welzijn negentig jaar. Met haar werk ben ik niet erg vertrouwd. Ooit las ik een paar perifere boeken uit haar omvangrijke oeuvre zoals Particularly cats en London observed. Aan beroemdheden als The golden notebook en The grass is singing was ik niet toegekomen. Dat laatste werk is nu opnieuw uitgekomen in de ‘AfriCanon’ , een initiatief van de leesclub van NRC Handelsblad. Deze krant bracht al eerder series op de markt in een opvallende vormgeving rond een bepaald thema, een sympathieke poging om een druppeltje ordening te brengen op de gloeiende plaat van het boekenaanbod.


    In 1950 verscheen Het zingende gras als debuut. Het boek begint met een krantenbericht onder de kop ‘Raadselachtige moord’. Mary Turner is op de warande van haar huis dood aangetroffen. Zij is gewelddadig om het leven gebracht en de gearresteerde huisbediende heeft inmiddels het misdrijf bekend. Als motief wordt gespeculeerd op roofmoord. De rest van het boek is een lange flashback die duidelijk zal maken dat de krant er met het motief volledig naast zit.


    In het zuidelijk Afrika van 1950 zijn alle mensen blank


    Mary Turner woont met haar man Richard op het platteland van Rhodesië. Hij is boer, zij bestiert het huis. Mary is opgegroeid in behoeftige omstandigheden als dochter van een, vaak dronken, spoorwegbeambte en een moeder met een ‘dor en onvruchtbaar’ feminisme. Op jonge leeftijd verliest zij haar broer en zus aan dysenterie. Verlost van dat troosteloze gezin vertrekt zij naar de stad en weet zich een zelfstandig en onopvallend bestaan te verwerven. Op een dag vangt zij een gesprek van haar vriendinnen op die haar toekomst bespreken. Zij vinden dat ze, over de dertig inmiddels, nodig moet trouwen maar betwijfelen haar kansen. Ze oogt niet onaantrekkelijk maar lijkt niet geschikt om een man in vervoering te brengen. Misschien is een ouder iemand de oplossing. Mary is diep verontwaardigd. Zij is niet gewend door de ogen van een ander naar zichzelf te kijken. Ze trekt zich de boodschap aan. Zij zal zich aan een man binden. De keus valt toevallig op Richard die zij treft als hij van zijn boerderij een bezoek aan de stad brengt. Ze trouwen overhaast. Lessing schetst met ijzingwekkende precisie hoe het stel de gezamenlijke thuiskomst op de boerderij beleeft. Het is de voorbode van een ongelukkig bestaan. Voor Richard is het werk op zijn boerderij een doel in zichzelf. Na gedane arbeid gaat hij om acht uur naar bed.

    Mary is een trotse en eenzame vrouw die de vaardigheid mist om met haar naaste omgeving tot sociale omgangsvormen te komen. Met haar man lukt dat niet, evenmin met de huisbedienden en met de buren. En meer is er niet in haar wereld. Leven in isolement impliceert dat ergernissen bij gebrek aan afleiding tot grote hoogten kunnen oplopen. De naaste buren wonen op acht kilometer afstand maar er gaat wel eens een jaar voorbij zonder dat men elkaar ziet.

    Hoewel Mary voor Richard als man minachting voelt, bewondert zij hem aanvankelijk als boer. Ook die illusie zal zij verliezen. Als hij ziek wordt zal zij zijn rol op de boerderij tijdelijk overnemen. Zij slaagt er niet in de zwarte arbeiders, aangeduid als inboorlingen, aan het werk te krijgen. Een van de arbeiders, Mozes, bewerkt zij met een zweep met een groot litteken als gevolg. Bij hem, niet bij haar. Schrijnend is de verhouding tussen blank en zwart. Die ongelijkheid staat nooit ter discussie. Het was daar en toen een collectieve vanzelfsprekendheid. De inboorlingen worden nauwelijks als mensen beschouwd. Het zijn voorwerpen die kunnen bewegen en werk kunnen verzetten mits goed aangestuurd. Zodra boeren in elkaars gezelschap verkeren zijn hun belangrijkste gespreksonderwerpen de tekortkomingen van de inboorlingen. Door verloop onder het personeel krijgt Mozes de rol van huisbediende. Er ontstaat iets van contact. Mozes stelt lastige vragen die een ongemakkelijk gevoel bij Mary oproepen. Hij is een product van de zending waar de boeren een hekel aan hebben. Waarom moeten inboorlingen lezen en schrijven leren? Zo worden ze veel te wijs. Mary ziet in de huisbediende een mens schemeren, zelfs een man met spierbundels. De verboden verhouding wordt intiemer maar blijft onmogelijk. Lessing zit met haar beschrijvingen Mary dicht op de huid. Daardoor word je meegevoerd in de verwikkelingen ook als die niet altijd even logisch zijn. De verbeelding van de schrijver wint het van de verklaring. Tussen Mary en Mozes kan er geen andere afloop zijn dan gekrenkte trots. Dat resulteert in het krantenbericht waarmee het boek begint. Er zit zoveel overtuigingskracht in het boek dat het verraad van de uitkomst aan het begin geen afbreuk doet aan het leesplezier. Sterker nog, de lezer raakt voorbereid op de onvermijdelijke conclusie. Lessing heeft een mooi maar treurig boek geschreven.