Leesimpressies

  • Dubravka Ugresic: Europa in sepia

  • Nr. 21 - 2015
  • Het lezen van Dubravka Ugresic volgde kort op het lezen van Laura Starink. Tussendoor diende zich nog het boek aan van Asne Seierstad over Tsjetsjenië. Drie auteurs met een kritische blik op de actuele machtsverhoudingen in Oost-Europa. Drie vrouwen cirkelen zoemend om Poetin heen. Vladimir Vladimirovitsj geeft voorlopig geen krimp. Het is jaren geleden dat ik iets van Ugresic heb gelezen. Dat was in de tijd dat de oorlog op de Balkan in hevigheid woedde. Ugresic is een Kroatische schrijfster die al twintig jaar in Nederland vertoeft dat wil zeggen als ze niet op reis is voor een internationaal literair festival. De lezer krijgt de indruk dat ze frequent een bezoek brengt, vaak op uitnodiging, aan deze manifestaties. Veel van die bijeenkomsten leveren brandstof voor de stukken in haar boek. Een ander terugkerende bron van inspiratie vormt het internet. Ook daar zijn veel aanknopingspunten te vinden voor wat haar bezig houdt. Ugresic meldt trouwens dat zij een hekel heeft aan de kwalificatie Kroatische schrijfster in Nederland. Wat dat betreft dekt een vorige boektitel de lading beter: Nationaliteit geen. De ontwikkelingen in Kroatië volgt zij met haviksogen. Ze zijn daar niet van haar af.

    De essays van Ugresic zijn soms even wennen. Je begint te lezen en vraagt je af waar gaat dit heen? Bovendien is de toon vaak brommerig. Toch, enkele bladzijden verder, tref je een rode draad en zit je midden in een scherpzinnig betoog. Ugresic begint bijvoorbeeld met de constatering dat zich op de luchthaven in Boedapest in een vitrine met sandwiches en gebakjes een vlieg bevindt. Niet veel later duikt er op het vliegveld van Warschau in de vitrine van het zelfbedieningsrestaurant ook een vlieg op. Een Poolse deze keer. Daarna strijkt in Boekarest een vlieg neer op de rand van een kopje koffie. Eerder heeft Ugresic betoogd dat Europa na de val van de muur een smakeloze eenheidsworst is geworden. “In heel Centraal-Europa zie je tegenwoordig Chinese restaurants, sushibars en Thaise massagesalons.“ Dan blijkt dat de vliegvelden in het midden van Europa nog een eigen signatuur bezitten. De vlieg staat symbool voor een klassiek soort smoezeligheid.
    Het onderscheid tussen hoge en lage cultuur vormt in het boek een terugkerend thema. De waardering voor de canon waar kwalitatief hoogstaande producten van enkelingen de boventoon voeren is ingewisseld voor de zelfexpressie van velen. Uitgebreid gaat zij in op het verschijnsel karaokecultuur. Ongeremd geeft iemand uitdrukking aan zijn bewondering voor een idool. Karaoke is voor wannabe’s en is de ultieme vorm van narcisme. Grappig is het verhaal van een Bulgaarse deelneemster aan Idols. Zij heeft met behulp van een bandje een lied van Mariah Carey ingestudeerd maar bij haar luidt de openingszin Ken lee in plaats van I can’t live. Toch bekent Ugresic aan het eind van haar beschouwing dat ze gaandeweg karaoke minder stompzinnig is gaan vinden. Karaoke is overigens iets dat niet alleen in zingen gestalte krijgt.

    Wat alle vormen van karaokecultuur met elkaar gemeen hebben is de behoefte om als hulpeloos individu een teken van jezelf op deze onverschillige aarde achter te laten. Aan deze cultuur ligt echter een serieus motief ten grondslag: de angst voor de dood


    Ugresic lijdt aan Joegonostalgie. Het is niet dat zij heimwee heeft naar het communistische regime van weleer. Zij betreurt vooral het uiteenvallen van een min of meer samenhangend georganiseerde samenleving in een zestal republieken waar nationalisme gepaard gaat met haat richting de bewoners van de buurlanden. Zij merkt spottend over haar land van oorsprong op: “Sinds de openbare voorzieningen zijn onttakeld of helemaal wegbezuinigd en tegelijk een klein aantal Kroatische staatsburgers razendsnel steenrijk werd, zijn alleen de bewoners van de Zagrebse dierentuin er gemiddeld op vooruitgegaan”. Ugresic blikt nogmaals terug op waarom zij indertijd uit haar land is vertrokken. Na de onafhankelijkheid zag zij mensen, collega’s aan de universiteit bijvoorbeeld, als een blad aan een boom van mening verkleuren. Haar kritische commentaar werd niet op prijs gesteld. Zij kreeg geen tegenspraak met argumenten maar werd bovenal als persoon belasterd. Een treurige bloemlezing van wat zij naar haar hoofd geslingerd kreeg, is in het boek opgenomen.
    Het interessante van Ugresic lezen is dat zij op een intelligente manier haar originele onderwerpkeuze behandelt. Zij is immers een Dwbra en geen Jenny. Deze namen verwijzen naar de quasi persoonlijke bejegening die een bezoeker van Starbucks ten deel valt. Er wordt naar je naam gevraagd zodat je even later op een persoonlijke manier je koffie geserveerd krijgt. Ondanks het steeds harder uitspreken van de naam Dubravka wilde die naam maar niet ongeschonden landen bij het bedienend personeel. Ugresic besloot voortaan bij Starbucks als Jenny door het leven te gaan. Het is dus niet alleen maar mopperigheid. Enthousiasmerend schrijft zij over het boek Afgunst van Joeri Oljesja. Ugresic heeft haar essays gerubriceerd in vier hoofdrubrieken die allemaal voorafgegaan worden door een citaat van Oljesja. Voor mij is het voornemen Afgunst te lezen een van de effecten die Ugresic te weeg heeft gebracht.