Leesimpressies

  • Ed van Thijn: Kroonprinsenleed

  • Nr. 4 - 2009
  • Van Marcel van Dam, ooit kroonprins tijdens het bewind van Den Uyl, is me een uitspraak bijgebleven met de volgende strekking: je tegenstanders zitten bij andere politieke partijen maar je vijanden bevinden zich in je eigen partij. Over die rivaliteit in eigen politieke kring heeft Ed van Thijn onlangs een boek gepubliceerd, zijn veertiende inmiddels. De opvolgingskwesties waarvan een beschrijving is opgenomen zijn zowel aan Nederland als aan het buitenland ontleend. Veel voorbeelden hebben hun thuisbasis in de sociaaldemocratie maar er zijn tevens uitstapjes naar andere stromingen. Het venijn van de machtstrijd woedt overal. De binnenlandse cases hebben als extra dimensie dat Van Thijn van nabij getuige was en een enkele keer zelfs hoofdrolspeler.

    Als schrijver startte Van Thijn met een bestseller. Dat was in een tijd dat politici zelden of nooit hun gedachten aan een boek toevertrouwden laat staan de strategie bij hun handelen. Na de spectaculaire verkiezingsoverwinning in 1977 van de PvdA volgde een slepende formatie. Van Thijn bracht verslag uit in zijn Dagboek van een onderhandelaar. Om het CDA van Van Agt te paaien voor coalitievorming was hoogmoed een ongelukkige benadering. Eten in Le Bistroquet bleek de winnende formule zoals Wiegel demonstreerde. De weergave van onderhandelaar Van Thijn zat dicht op de actualiteit en daar zat tegelijk een probleem. Hoeveel zelfrechtvaardiging kan een boek verdragen? Nog irritanter vond ik de kleffe passages gewijd aan de bewondering voor zijn toenmalige amourette Hedy d’Ancona. De boeken die volgden, altijd sterk autobiografisch van opzet, liet ik zonder dat het moeite kostte aan me voorbijgaan. Aangelokt door recensies werd ik nieuwsgierig naar Kroonprinsenleed. En om met de conclusie te beginnen, lezing heeft me een paar aangename uren bezorgd.

    Allereerst valt op hoe moeizaam machtswisselingen vaak verlopen. Hechte vriendschap kan omslaan in animositeit zoals het voorbeeld van Gordon Brown en Tony Blair laat zien. Zelfs echtelieden kunnen kemphanen worden. François Hollande was leider van de Franse socialistische partij toen zijn echtgenote, Ségolène Royal, hem verwittigde presidentskandidaat te zullen zijn, omdat zij er in de peilingen beter voorstond dan hij. Naar verluid gebeurde dit aan het ontbijt.


    Een kroonprins moet geen kloonprins zijn


    Een boeiend hoofdstuk is dat waarin de afkeer tussen Yitzhak Rabin en Sjimon Peres beschreven wordt, twee kopstukken uit de Arbeiderspartij. De haat bij Rabin moet nog vele malen groter zijn geweest dan bij Peres vooral omdat de laatste nooit in het leger had gediend en dus zijn plicht had verzaakt. De wijze waarop Chirac zich heeft uitgelaten over Sarkozy mag er ook zijn. Van Thijn geeft het volgende citaat.”Sarkozy? Die moet ge onder uw voeten vertrappelen. Om twee redenen. Eén, dat is de enige taal die hij verstaat. En twee, dat brengt geluk.” Behalve Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Israel zijn er meer buitenlandse voorbeelden. Er is aandacht voor de problematiek van de Clintons en er zijn verschillende Duitse lessen zowel van SPD als van CDU huize.

    In Nederland gaat de meeste aandacht uit naar de opvolgingskwestie van Den Uyl en die van Lubbers. In het geval van Den Uyl was de lange duur van de machtstrijd opmerkelijk doordat de zittende voorman maar geen vacature wilde laten ontstaan. Velen liepen zich warm alvorens Wim Kok met de eer ging strijken. Bij Lubbers was het moment van de overdracht bijzonder. Nadat Lubbers zelf Brinkman had aangewezen, kreeg hij daar in de nadagen van zijn premierschap spijt van en zette zich vervolgens in om zijn opvolger te beschadigen. Een constante in het boek is dat niet alleen de opvolgers ongeduldig staan te trappelen maar ook dat de vertrekkers zo moeilijk afstand kunnen doen van de macht. De kunst om het verbitterde commentaar in te slikken zijn ze vaak niet machtig. Bij de opvolgers is er dan weer de behoefte om de boedel die ze aantroffen te bekritiseren. Nieuwe tijden nieuwe bezems. De opvolger dient zich van zijn voorganger te onderscheiden. De kroonprins dient geen kloonprins te zijn, noemt Van Thijn dat. Politiek gaat in essentie om macht en de inhoud functioneert hooguit als munitie.

    De bezwaren tegen Dagboek van een onderhandelaar zijn in dit boek niet aan de orde. Van Thijn is sadder and wiser. Zijn passie voor de politiek en het schrijfplezier zijn ditmaal de winnaars. Het uitbrengen van verslag over personele conflicten, vaak gevoed door bewondering voor geportretteerden als Willy Brandt, Sjimon Peres en Pierre Mendès France, is niet zijn enige drijfveer. Van Thijn worstelt met de vraag of een toonaangevende politicus een kind van zijn tijd is of juist de tijd naar zijn hand weet te zetten. Is de aanvoerder oorzaak of gevolg? Daar komt geen duidelijk antwoord op. Af en toe doet Van Thijn aan scorebordjournalistiek. Wie verkiezingen weet te winnen is een goed campaigner, wie verliest heeft de eigen houdbaarheidsdatum overschreden. Toch heeft het boek veel te bieden voor wie geboeid is door machtsvragen in de recente Westerse geschiedenis. Mijn geheugen is opgefrist. Zo was ik vergeten dat het paradepaardje van onze Deltawerken, de half open stormstuwcaissondam, geboren is als toevallig compromis tussen de kampen open en dicht. Een dure oplossing maar wel uit het hart van de polder.