Leesimpressies

  • Edward Kiersh: Where have you gone Vince Dimaggio?

  • Nr. 24 - 2019
  • Er zijn momenten dat iemand zich bevoorrecht voelt. Marketers benadrukken dat het belangrijk is om ergens het eerste in te zijn. Wie kan zeggen dat hij aanwezig was zowel bij de eerste eredivisiewedstrijd van FC Emmen als bij de eerste major league honkbalwedstrijd in Europa. Het eerste vond plaats in augustus 2018 in Den Haag, het laatste afgelopen weekend in Londen. Old rivalry new ground was de kreet waarmee de marketers de twee duels tussen de Red Sox en de Yankees aan de man brachten. Het Olympisch stadion, nu de thuishaven van West Ham United, was uitverkocht. Het werd uiteindelijk old rivalry small ground. De slagmensen bleven maar homeruns slaan. Ter voorbereiding las ik een klassieker onder de honkbalboeken. Vermijd afhankelijkheid van marketers, zorg zelf voor stemming. Je kunt bevoorrecht zijn en tegelijk jaloers op de kwaliteiten van anderen. Zo is er een Nederlandse schrijver die aanwezig was in 1956 toen de Russische tanks Boedapest binnenvielen, in mei 1968 naast de barricades stond in Parijs en ook nog tijd vond de val van de muur in 1989 bij te wonen. Ik tel mijn zegeningen en erken dat je niet overal tegelijk kunt zijn.

    Edward Kiersh is een veelzijdig journalist die in verschillende tijdschriften over diverse onderwerpen schreef. Zijn Where have you gone Vince Dimaggio? is gebaseerd op een interessant idee. Kiersh zocht uit wat er na beëindiging van een honkballoopbaan is terechtgekomen van hen die ooit werden toegejuicht in volle stadions. Dat levert mini portretjes op van 55 voormalige honkballers. Zij speelden in de jaren vijftig, zestig en het begin van de jaren zeventig. Kiersh publiceerde zijn boek in 1983. Het was een tijd waarin een tophonkballer geen financieel onafhankelijke status kon bereiken zoals nu het geval is. Er was hooguit een appeltje voor de dorst om iets nieuws mee te starten, meestal een klein appeltje. Daar sta je dan, onvoorbereid, met weinig opleiding. Je bent opeens een jaar of vijfendertig en opnieuw een rookie. Nu in het gewone leven. De meeste megasterren hebben hun bekendheid behouden. Zij blijven publiek bezit. Van de gewone sterren is dat minder bekend. Paul Simon schrijft geen songs over hen en al helemaal niet als je de broer van een megaster bent.
    In alle portretten worden de sportprestaties in herinnering geroepen. Het blijkt een periode die een leven lang nadreunt. De meeste spelers hebben grote moeite hun draai te vinden in een volgend leven. Het verleden raakt niet uitgewist. Het is de roem maar vooral de onderlinge kameraadschap waarvan moeilijk afstand valt te doen.

    We were just a bunch of old rats. We were partying so much you could drop a bomb on our hotel at four in the morning and we could still field a team the next day


    Het boek laat zien dat spellers in allerlei verschillende beroepen zijn beland. Sommigen van hen zeer succesvol, enkelen belanden daarentegen mede vanwege drank en drugs in de gevangenis. Het is vooral opmerkelijk dat de clubs zo weinig deden om spelers voor te bereiden op de periode na de sport. Contracten lopen af, spelers komen op straat te staan zodra de neerwaartse spiraal onomkeerbaar is en ze staan er alleen voor. Schrijnend is het om de ervaringen van de zwarte spelers te lezen. Zij hebben de tijd nog meegemaakt dat ze in aparte hotels verbleven en in aparte restaurants aten. De uit Puerto Rico afkomstige Vic Power werd eens bekeurd voor illegaal oversteken. Zijn antwoord op de vraag van de rechter waarom hij zichzelf vrijpleitte was: “I go to bars, it says whites only. At bathrooms it says whites only. So when I see people crossing at the green light, I say to myself, the green light is for whites. The red, that is for us colored folks.”
    Het is jammer dat Kiersh weinig verantwoording aflegt over hoe hij tot zijn selectie is gekomen en tot welke vertekening dat eventueel heeft geleid. Amerika, land van korte tradities, weet als het om sport gaat de nostalgie te koesteren. Van spelers die je kent, wat bij mij voor een minderheid van de geportretteerden het geval is, heb je belangstelling om te lezen wat er van hen geworden is. Daar zit misschien ook wel de zwakke plek van het boek. Van de bekendste spelers waren hun lotgevallen mij in grote lijnen bekend. En bij onbekende spelers is de animo aanzienlijk geringer om over hun bestaan in de anonimiteit te lezen. Een soort rode draad is wel dat spelers heimwee naar het verleden koesteren maar tegelijk aangeven dat het veel waard is een leven te leiden bevrijd van de druk om in het openbaar te presteren. Tenslotte blijft er een groot aantal anekdotes over die de bijzondere biotoop van de sportwereld markeren. Die voorraad is onuitputtelijk en krijgt dagelijks nieuwe aanvoer. Recent hoorde ik Paul O’Neill, ooit outfielder van de Yankees en nu televisiecommentator, over A.J. Pierzynski, de man die als catcher voor vele clubs uitkwam en in 2005 met de Chicago White Sox de World Series won, de volgende typering geven. The other teams hate him, his own team hates him a little bit less. Edward Kiersh heeft het beproefde recept nog eens overgedaan in de wereld van de popmuziek. Daarvan is onder de titel Where are you now Bo Diddley? kennis te nemen.