Leesimpressies

  • Elif Shafak: Het luizenpaleis

  • Nr. 35 - 2009
  • Tijdens zijn treinreis door Europa en Azië ontmoet Paul Theroux de Turkse schrijvers Orhan Pamuk en Elif Shafak. Van Pamuk krijgen we een indruk via de teksten die Theroux van hem in zijn reisverslag opneemt. Het lukt hem echter niet zijn aandacht te houden bij het gesprek met Elif Shafak. Haar schoonheid leidt hem af. Zal dat lot je ook treffen als je een roman van haar leest? Ik besloot het risico te nemen. Shafak bedient zich in Het luizenpaleis van een bekend recept. Zij neemt een appartementencomplex als uitgangspunt en vertelt de belevenissen van zijn bewoners, in dit geval tien huishoudens. Vrij recent deed de Egyptische schrijver Alaa Al Aswani inHet Yacoubian hetzelfde. Dat resulteerde in een aantal mooie verhalen maar met de kanttekening dat het appartementencomplex voor weinig dwarsverbanden zorgde. Meer een bundeling van verhalen dan een roman. Dat was een tweede uitdaging voor Elif Shafak. Schoonheid mag niet afleiden en een boek is gebaat bij samenhang. Overigens verscheen het origineel van Het luizenpaleis eerder dan Het Yacoubian maar dit terzijde. Shafak was eerst.

    De gangbare naam voor het Luizenpaleis is het Zuurtjespaleis. Het complex bevindt zich aan de Klikspaanstraat te Istanbul. Het is gebouwd in opdracht van een Wit-Russische generaal voor zijn veel jongere geesteszieke vrouw. Het echtpaar heeft er zijn intrek genomen in 1966 op nummer 10. Het gebouw is neergezet boven een vroegere begraafplaats. Nadat deze voorgeschiedenis verteld is, concentreert het boek zich op de belevenissen van de bewoners in de eerste jaren van de 21e eeuw.

    De hoofdstukken dragen een titel die verwijst naar het huisnummer en bijbehorende bewoner(s). Op nummer 10 woont inmiddels de bejaarde Tante Madame. Er zijn meer bewoners die we leren kennen aan de hand van een bijnaam. Op nummer 9 woont Tijen Spic & Span die zich uitleeft in haar schoonmaakwoede en op nummer 8 de Ultramarijne Minnares. Naarmate het boek vordert neemt de lengte van de hoofdstukken af. Eerst neemt Shafak de nodige tijd om de personages voor te stellen waarna de verwikkelingen van alledag in kortere hoofdstukken het verhaal overnemen. Belangrijk bindmiddel in het boek vormt de kapperssalon van de gebroeders Cemal & Celal. Zij vormen een tweeling met vooral tegengestelde karaktertrekken. De een is opgegroeid in Australië, de ander in Turkije. In de kapsalon worden de nieuwtjes uitgewisseld en schuwen de aanwezigen het geroddel niet. Een ander bindmiddel vormt de conciërgefamilie op nummer 1. De man is een luiwammes maar de vrouw komt bij veel huisgenoten over de vloer om schoon te maken.


    Onzin last de leugen en de waarheid zodanig aan elkaar dat ze niet meer van elkaar te onderscheiden zijn


    Shafak doet verslag van de bewoners met aanstekelijk vertelplezier. Een groot aantal eigenaardigheden komt aan bod. Het boek kent vele opsommingen. Er is aandacht voor bijzondere voorwerpen. Daarin doet Shafak denken aan landgenoot Orhan Pamuk die zelfs bezig is een museum op te richten waar dierbare voorwerpen onderdak krijgen. Ook bedenkt ze afkortingen, die de omstandigheden waarin de personages verkeren, typeren. In een hoofdstuk gewijd aan de Ultramarijne Minnares, die gebukt gaat onder een gebrek aan aandacht van haar minnaar, de olijfoliehandelaar, komen we de volgende voorbeelden tegen. De olijfoliehandelaar behoort tot de superfamilie van de GMH met als kenmerk DDE. Dat betekent Gedurige Mopperaars over hun Huwelijk en Desondanks Dralen over Echtscheiding. Tien huishoudens zijn amper in staat voldoende bergruimte te bieden voor wat Shafak allemaal kwijt wil. Het boek is rijk gevuld met voorvallen. En als rode draad is er de stank. Het gebouw bevat zo veel vuilnis dat de stank niet te harden is. Allerlei insecten leven zich uit. Er zijn kakkerlakken, vlooien, luizen, muggen, mieren en wat niet allemaal. Het eind van het liedje is dat een professionele ongediertebestrijding nodig is om de leefbaarheid te herstellen.

    Er is nog een bijzondere figuur waarvan Shafak zich bedient. Dat is het personage Ik van nummer 7. Ik is pas gescheiden en zoekt zijn toevlucht in de alcohol. Het boek is bijna op de helft als Ik voor het eerst aan het woord komt. De aan Ik opgedragen hoofdstukken zijn in de ik-vorm geschreven. Alle andere hoofdstukken zijn in de derde persoon geschreven. Het lijkt eerst of er sprake is van een alwetende verteller. Bij nader inzien lijkt het steeds Ik door wiens ogen we de gebeurtenissen aangereikt krijgen. Het personage Ik mengt zich nauwelijks met de andere bewoners waardoor hij als personage aan geloofwaardigheid inboet, al ontstaat er een amoureuze band met de Ultramarijne Minnares.

    Het boek begint met een beschouwing over waarheid, leugen en onzin. In een slotbeschouwing wordt daarop teruggegrepen. Dan wordt de indruk gewekt dat Ik in de gevangenis verblijft na gearresteerd te zijn vanwege politieke activiteiten. Het verhaal van het Zuurtjespaleis is aan de fantasie van Ik ontsproten met als doel een insectenfobie te overwinnen. Daarmee krijgt het boek een onverwachte en wat mij betreft een onnodige draai. Dat is jammer want Shafak is een getalenteerd schrijver die het waard is te gaan volgen. En dat ze mooi is nemen we natuurlijk voor lief.