Leesimpressies

  • Emily Saint John Mandel: Station Elf

  • Nr. 32 - 2020
  • De coronacrisis heeft klassieke werken met een pandemie als onderwerp een nieuw leven bezorgd. Een relatief moderne klassieker is Station Elf uit 2014 van de Canadese Emily Saint John. Bij haar gaat het om het dodelijke effect van de Georgische Griep. Het is verbluffend welke overeenkomsten zij heeft voorzien met de huidige situatie. Aanvankelijk is er ongeloof of het wel zo’n vaart zal lopen. Blijft de epidemie wellicht op het continent waar het is ontstaan. Snel worden de bekende mechanismen zichtbaar. Ziekenhuizen raken overvol en kunnen geen patiënten meer opnemen. In de supermarkt begint het hamsteren waarbij de Canadese mens ook een voorliefde heeft voor toiletpapier. Reizigers stranden onderweg en komen niet meer thuis. De Georgische Griep blijkt zeldzaam fataal. Na besmetting ben je binnen een paar uur ernstig ziek en kom je binnen twee dagen te overlijden. De apocalyps verdeelt de tijdrekening in ervoor en erna. In het nieuwe normaal manifesteren zich rattenvangers die hun volgelingen opzwepen met subversieve boodschappen. In de roman pakt de Profeet het podium. Wij kennen Lange Frans en de Rotterdamse dansleraar die zijn cv als zoon van de roverhoofdman uit Fort Oranje eer aandoet. De voorspelbaarheid van het menselijk gedrag ligt bij een pandemie kennelijk hoog.

    In Station Elf komen de hoofdpersonen voort uit de omgeving van Arthur Leander, een vermaard acteur. Hij staat in Toronto op het toneel om King Lear te vertolken, niet toevallig een stuk zwanger van onheil. Hij krijgt op het toneel een hartaanval en laat daarbij het leven. In de zaal zit de ambulanceverpleger Jeevan die tevergeefs een reanimatie uitvoert. Naast het publiek is Kirsten getuige van het drama. Zij is een kindfigurante in het toneelstuk. Daarnaast volgt het boek de ontwikkeling van enkele personen uit de sociale omgeving van de acteur: zijn vriend Clark, zijn drie echtgenoten en enige zoon Tyler. Op de avond van de voorstelling openbaart zich de pandemie via de aankomst van een vliegtuig uit Moskou. Het maatschappelijk leven komt tot stilstand en nooit zal iets meer hetzelfde zijn. Emily St. John refereert meestal aan de gebeurtenis als de ondergang. Zij vertelt het verhaal met sprongen in de tijd. Ze switcht van voor de ondergang naar de jaren die volgen. Haar nieuwste schetsen betreffen een periode van twintig jaar later. De jeugdige Kirsten trekt dan met het Reizend Symfonieorkest door het land om voorstellingen te geven. Het gezelschap maakt muziek, waarbij de muzikanten de naam dragen van het instrument dat zij bespelen en voeren het werk van Shakespeare op. Hun geloofsbelijdenis, overleven is niet genoeg, staat op de voorste woonwagen waarmee zij zich verplaatsen. Cultuur doet er oe. Twintig jaar na de ondergang zijn de omstandigheden primitief. Je moet onderweg steeds op je hoede zijn voor geweld en overvallen. Er is geen internet, geen elektriciteit en geen stromend water. Er zijn enkele oases waar mensen een vreedzame vorm van samenwerking hebben ontwikkeld. Zo is Clark blijven steken op het vliegveld van Severn City, een gemeenschap die is uitgegroeid tot meer dan 300 mensen. Vliegtuigen zijn omgevormd tot woonruimte.

    Elk seizoen diende zich wel een griep aan, maar het betrof zwakke inefficiënte virussen die alleen heel oude, heel jonge en heel zieke mensen velden. En toen kwam er een virus als een wraakengel, waaraan niet te ontkomen viel, een microbe die de bevolking van de gevallen wereld reduceerde


    De globaliserende wereld is teruggebracht tot plaatselijke proporties. Het lijkt wel of kennis die men voor de ondergang bezat, onherroepelijk verloren is gegaan. De heimwee naar vroeger overheerst. Clark is de stichter van het Museum van de Beschaving waar voorwerpen uit het verleden geconserveerd worden. Emily St. John is beter op dreef als zij het gemis schetst dan wanner zij de nieuwe situatie uit de doeken doet. Wat het verhaal minder sterk maakt is dat zij enkele mysterieuze elementen in de roman een plek geeft. Dat is het geval met Dr. Elf een komische stripfiguur voortgekomen uit het brein van de eerste mevrouw Leander, een vondst die doorwerkt in de titel van de roman.
    In vergelijking met andere boeken met een pandemie als onderwerp heeft St. John Mandel het voordeel dat zij de actualiteit dichter op de hielen zit. De herkenbaarheid spreekt in haar voordeel. Toch waag ik te betwijfelen of zij uiteindelijk een plaats zal verwerven te midden van de klassiekers. Wat zij doet met de Georgische Griep is minder uitgediept dan wat Boccaccio deed in Decamerone, of Thomas Mann met de cholera in Tod in Venedig of Albert Camus met De pest en Philip Roth met de pokken in Nemesis. Een heel bijzondere besmetting is te vinden in De stad der blinden. Daar schetst Jose Saramago een dystopische geschiedenis als blindheid zich plotseling als besmettelijke ziekte openbaart. De concurrentiestrijd in de wereld van de pandemie is zonder meer hevig. Misschien kan de zoektocht naar een coronavaccin nog voor nieuwe impulsen zorgen.
    middelr@xs4all.nl