Leesimpressies

  • Erling Jepsen: Met oprechte deelneming

  • Nr. 31 - 2010
  • Mijn aandacht viel voor het eerst op het werk van de Deense schrijver Erling Jepsen door een enthousiaste recensie van Stine Jensen. Een eerste boek, De kunst om in koor te huilen, was in Nederlandse vertaling verschenen. Het verhaal speelt op het platteland in het zuiden van Jutland. Stine Jensen moest om het boek huilen net als haar Deense vader, een onalledaagse aanbeveling. Jensen promoot Jepsen. Het boek vertelt de lotgevallen van een merkwaardig gezin door de ogen van de 11-jarige Allan. Het gezin bestaat verder uit vader, die melkboer is, moeder en een paar jaar oudere zuster. Een nog oudere broer is het huis al uit. Vader heeft de gewoonte om tijdens begrafenissen gloedvolle redevoeringen af te steken. De rouwende gasten raken ontroerd en vader ontleent er een gevoel van eigenwaarde aan. Dat is plezierig voor het gezin. Vader heeft zwakke zenuwen en is in zijn labiele momenten een plaag voor zijn gezinsleden. Vanwege het minste of geringste krijgt Allan slaag en dochter Sanne is het slachtoffer van zijn seksuele driften om over drankgebruik en godsdienstretoriek maar te zwijgen. Het is de rol van moeder om de andere kant op te kijken. Zo lijkt het een deprimerende geschiedenis van rurale benepenheid. De toon van het boek is echter overwegend luchtig. De onbevangen blik van de zoon registreert het leven zoals het is inclusief de eerbied die hij op vele momenten voor vader voelt. Van een klaagzang is geen sprake. Het boek is tragikomisch en wisselt realisme met absurdisme af.

    Enkele decennia zijn voorbijgegaan. We ontmoeten dezelfde gezinsleden opnieuw. Allan woont met vrouw en dochtertje in Kopenhagen waar hij als schrijver enige bekendheid geniet. Zijn merkwaardige jeugd levert de grondstof voor zijn werk. Het is de reden dat het tot een breuk met zijn ouders is gekomen. Vader heeft per brief de relatie verbroken. Moeder volhardde ook toen in haar passieve opstelling. Jepsen publiceerde De kunst om in koor te huilen in 2002. Het vervolg Met oprechte deelneming verscheen in 2006. Het perspectief van de roman is aangepast. Het is niet langer de blik van een kind van waaruit de gebeurtenissen beschreven worden. Jepsen heeft nu gekozen voor een volwassen verteller. Hoewel Allan de hoofdpersoon blijft, wordt het verhaal niet door hem verteld. Het is tijd om de balans op te maken. Jepsen heeft een meer neutrale invalshoek gekozen. Door een veelvuldig gebruik van dialogen is de toon van het eerste deel herkenbaar gebleven.


    Zij hadden de meeste ellende gehad van dat geweer, niet omdat hun vader op hen wilde schieten, maar omdat hij zichzelf zou doodschieten als ze hem zijn zin niet gaven


    In het begin van Met oprechte deelneming brengt een nicht van Allan een jobstijding. Vader is overleden. Dat bericht zet de sluis naar herinneringen open. Allereerst is er de acute vraag of Allan de begrafenis zal bijwonen. Hij ziet daar van af. Bloemen en een kaartje ‘met oprechte deelneming’ volstaan. Na een telefoontje van haar kant, komt het contact met moeder opnieuw tot stand. Allan probeert in het reine te komen met het verleden. Hetzelfde geldt voor zijn zus wier leven heeft geresulteerd in opnames in inrichtingen en een afhankelijkheid van medicijnen. De gezinsleden hebben een moeizame relatie met de werkelijkheid. Zij missen het vermogen om zich te kunnen verplaatsen in het perspectief van de ander. Misverstanden en irritaties alom. Een centraal onderwerp van het boek is de zoektocht van Allan naar de ware doodsoorzaak van vader. Was er wel sprake van een natuurlijke dood? Was er een dubieuze rol voor een Irakese arts, voor zijn oudere broer, voor moeder of voor haar nieuwe aanbidder? Allan wil weten wat er echt gebeurd is maar bovenal speurt hij naar signalen dat vader wel degelijk van hem gehouden heeft. De nalatenschap bevat een door vader aangelegd plakboek met knipsels over de loopbaan van Allan. Waarschijnlijk dus wel. In een verknipt gezin zijn alle gevoelens ambivalent. Fantasie en werkelijkheid jagen elkaar op. Daarin slaat Jepsen soms op hol. In het eerste deel wordt gesuggereerd dat Sanne mensen vermoordde, tot en met de brandstichting van oma aan toe, om vader aan gelegenheden te helpen op begrafenissen het woord te voeren. In het tweede deel zit een scene dat Allan en Sanne het graf van vader openen om in het bezit te komen van zijn pet waarmee hij de kist is ingegaan. De ernst van de gezinssituatie krijgt zo een wel erg kolderiek karakter. Dat geeft beide boeken iets onevenwichtigs. Het is aan de andere kant aannemelijk dat Jepsen een situatie heeft beschreven met sterk autobiografische trekjes. Het is denkbaar dat uitsluitend een waarheidsgetrouwe beschrijving een al te zware opgave zou zijn gebleken. Enkele groteske details waren misschien wel noodzakelijk om het schrijfproces gaande te houden. Inktzwarte werkelijkheden zijn onverdraaglijk. Dat vraagt om tegenwicht. Voor de lezer levert dat een vervreemdend effect op. Ondanks de aansporing van Stine Jensen is het huilen erbij ingeschoten.