Leesimpressies

  • Esther gerritsen: Roxy

  • Nr. 3 - 2015
  • Nooit heb ik me verdiept in de vraag over welke competenties mensen bij de hondenbelasting dienen te beschikken. Moeten zij alle hondenrassen uit elkaar weten te houden? Hoe veel training gaat er vooraf aan het moment dat iemand rijp is voor een confrontatie met belastingplichtigen? Deze week maakte ik kennis met iemand van de hondenbelasting. Ja, het kwam opeens wel heel dichtbij. Voor een goed begrip van de situatie stelt u zich een trappenhuis voor daterend uit de jaren dertig in goede staat van onderhoud. Hij bevond zich in de nabijheid van de voordeur, ik op de bovenste verdieping op circa anderhalve meter van mijn woning. Er ontvouwde zich de volgende dialoog. De sfeer bij aanvang was ontspannen. Graag attendeer ik op de robuustheid van mijn weerwoord.
    Hij: “Heeft u een hond?”
    Ik: “Nee.”
    Hij: “Goede morgen.”
    Langzaamaan namen de buurtbewoners de draad van hun gewone leven weer op.
    Het kan geen toeval zijn dat dit gesprek plaatsvond op de dag dat ik een boek van Esther Gerritsen las. Dit moest geënsceneerd zijn, wellicht door haar uitgever.

    Wie wel eens iets leest over Esther Gerritsen maakt goede kans te stuiten op de kwalificatie prettig gestoord, een gemengde aanbeveling. In Roxy doet zij haar reputatie eer aan. Net als bij Tonio van A.F.Th. van der Heijden begint het boek met een onaangekondigd bezoek van twee politiemensen. Zij zijn de aanzeggers van slecht nieuws. Bij een verkeersongeluk is een dierbare overleden. Dan volgt bij Van der Heijden een verslag van het peilloze verdriet van de ouders. Bij Gerritsen baart wanhoop absurditeit. Roxy laat de agenten binnen, hoewel zij een hekel heeft aan vreemden in haar huis. Net als bij Wat te doen als iemand sterft van Nicci French meldt het politiekoppel dat haar man is overleden en dat bij het ongeluk een vrouwelijke medepassagiers eveneens het leven heeft gelaten. In het geval van Arthur, de man van Roxy, waren de twee inzittenden van de auto naakt. Arthur was in het gezelschap van zijn stagiaire. De rest van het boek volgt de eerste dagen en weken van Roxy als weduwe. Het rouwproces neemt merkwaardige vormen aan. Roxy heeft op de bank seks met de begrafenisondernemer.

    Ze kan niet beleefd knikken, ‘dank u voor de informatie’ zeggen en ze weer snel naar buiten toe begeleiden, dit gaat tijd kosten


    Roxy staat er die eerste dagen niet alleen voor met haar driejarige dochter Louise. Ze krijgt steun van Jane, de plichtsgetrouwe assistente van Arthur, van het buurmeisje Feike dat vaak als oppas fungeert en van haar ouders. Vader is een wat horkerige vrachtwagenchauffeur en moeder is meestentijds dronken. De roman volgt de beleving van Roxy op de voet. Het kan flink spoken in haar hoofd. De conventies die zorgen dat het intermenselijk verkeer langs lijnen van souplesse verloopt, zijn aan haar niet besteed. Als de politiemensen haar adviseren om iemand te bellen om het droevige nieuws mee te delen, loopt ze de kamer uit om die taak op zich te nemen al gelooft ze daar zelf niet in. Ze komt tot de conclusie dat ze het best Arthur kan bellen, maar ja die is net overleden. Het hyperactieve bewustzijn van Roxy slaat graag zijpaden in. Ik kende het werk van Gerritsen alleen vanuit haar columns in de VPRO-gids die onder de fraaie titel Ik ben vaak heel kort dom als bundeling verkrijgbaar zijn. Het is duidelijk dat Roxy veel eigenschappen met de columnist gemeen heeft. Gerritsen beschikt over een levendige fantasie. Zij beschikt over een heel eigen bril om naar de wereld te kijken.
    De onaangekondigde dood van een vader heeft niet geleid tot een neerslachtig boek. Moeder en kind weten dat accepteren geen optie is. Ze moeten ontsnappen. Het gezelschap, inclusief Jane en Feike, gaat op reis. Ook dat is een aanleiding voor bizarre ontmoetingen en dito overpeinzingen.
    In de eerste helft van het boek doet de levenshouding van Roxy verfrissend aan. Er is iemand aan het woord met een oorspronkelijke invalshoek. Soms zijn Roxy en Gerritsen heel geestig. In de loop van het boek treedt bij de lezer gewenning op. De eigenaardigheden van Roxy beginnen vermoeiend te worden. Het krijgt iets van een maniertje. Roxy hanteert een verdedigingsmechanisme tegen de werkelijkheid. Het blijft niet bij onschuldige uitspattingen om de verwarring van het verlies het hoofd te bieden. Roxy weet geen maat te houden. Op een nacht in Frankrijk legt zij verschillende schapen op hun rug in de wei. Zij weet dat schapen op eigen kracht niet overeind kunnen komen. Zij weet zelfs dat schapen zullen stikken omdat de ingewanden in die houding dan te zeer op de longen drukken. Op zulke momenten raakt iemand onprettig gestoord. De verhouding tussen Roxy en haar begeleiders raakt door de incidenten ontregeld. Wat eens een verfrissende blik was, is ontaard in wangedrag. De sympathie van de lezer is in het geding. Je krijgt de neiging om je mededogen in te wisselen voor betuttelend commentaar: Roxy word volwassen, doe het voor je dochter.