Leesimpressies

  • Fjodor Sologoeb: Een kleine demon

  • Nr. 18 - 2021
  • Alle vrije mensen zijn hetzelfde, alleen Russen zijn onvrij op hun eigen manier. Zij leven onder het juk van de tsaar, van de communisten of van Poetin. Het stemt weemoedig maar heeft wel grote literatuur opgeleverd. Vooral in mijn studententijd kocht en las ik de klassieke werken. Het ging veelal om lijvige verhalen die een universum schetsten dat hemelsbreed verschilde van het gezapige leventje in West-Europa. Ik genoot zeer van de verarmde landadel, van zussen die maar blijven dromen over Moskou of van iemand die veertig bladzijden nodig heeft om uit bed te komen. Dan had je nog de vrouw die zich uit liefdesverdriet voor de trein gooide en de Petersburgse ambtenaar die zich koning van Spanje waande. Of neem de student die het rechtvaardig achtte in koele bloede een oude vrouw te vermoorden. In de ban van deze literatuur kocht ik antiquarisch het werk van Fjodor Solgoeb, een roman en een verhalenbundel. Deze schrijver leefde van 1863 tot 1927 en heeft een langdurig verblijf in mijn boekenkast stilzwijgend overleefd. Eerlijk gezegd zijn er momenten geweest dat ik het werk in handen had en de gedachte door het hoofd speelde: wat moet ik met die Sologoeb? Kan hij niet weg? Toen ik vorige week een klassieke roman las geschreven door een moderne Russin, of liever een Tataarse, kwam het verlangen boven drijven om nog eens een authentieke klassieker te lezen. Sologoeb greep zijn kans.

    greep zijn kans.
    Peredonow is leraar op een gymnasium in een stadje in de Russische provincie vlak voor 1900. Hij woont samen met een nicht Warja, derdegraads zegt hijzelf anderen spreken over een zuster. Er bestaan vage plannen voor een huwelijk. Peredonow is voor sommigen een aantrekkelijke partij. Al in het eerste hoofdstuk krijgt hij door twee partijen een huwbare kandidaat aangereikt. Die ene partij bestaat uit een vriend die hem de keuze laat uit zijn drie zussen. Peredonow aarzelt maar besluit een sollicitatieronde te houden. De ene zuster belooft heerlijke pannenkoeken voor hem te bakken, een andere belooft dagelijks naar het dorp te gaan om alle roddelpraatjes te verzamelen en aan hem over te brengen. De derde houdt haar kaarten tegen de borst. Als Peredonow wil weten hoe zij hem gelukkig zal maken dan moet hij eerst maar met haar trouwen. Peredonow ziet af van een keuze. Hij voelt zich gebonden aan de afspraken met zijn nicht. De twee zitten niet op dezelfde lijn. Peredonow is een ambitieus man. Hij maakt aanspraak op een promotie tot schoolopzichter. De vorstin heeft aan Warja laten weten dat deze benoeming in zicht komt zodra het weetal getrouwd is. Warja kan niet wachten. Peredonow zit anders in de wedstrijd. Hij wil eerst de benoeming en daarna trouwen. Vanaf de opening van het boek is duidelijk dat het om een kluchtig verhaal gaat. Peredonow is bereid tot veel om zijn doel te bereiken. Tegelijk ziet hij overal signalen dat anderen hem willen dwarsbomen. Wantrouwen behoort tot de vaste omgangsvormen in het stadje.

    In deze donkere en eeuwig vijandige stad kreeg je te maken met een boosaardig en honend soort mensen. Allen spanden in kwaadaardigheid tegen Peredonow samen, de honden lachten hem uit, de mensen blaften hem aan


    De lezer maakt kennis met een groot aantal bewoners van het stadje. De introductie bestaat uit een kernachtige typering die niet louter vleiende kwalificaties bevat. Sologoeb kan, net als Dickens graag deed, mensen met een snelle pennenstreek portretteren. De burgemeester wordt voorgesteld als ‘iemand van een waardig en innemend voorkomen, met een vleugje minachting voor lieden die slecht bij kas waren’.
    De mensen in het stadje komen frequent bij elkaar over de vloer op zoek naar vermaak waarbij de wodka rijkelijk vloeit. De sfeer is benepen. Men draait elkaar graag een loer. Kwaadsprekerij, wat eufemistisch denunciatie genoemd, is aan de orde van de dag. Behalve kluchtig is de vertelling satirisch van aard. We zien Peredonow steeds verder afglijden. Hij brengt als docent bezoeken aan de ouders van zijn leerlingen om zich over hun kroost te beklagen in de verwachting dat de ouders hen een aframmeling zullen geven. Hij bezoekt autoriteiten als de politiecommissaris, de schooldirecteur, de notaris en de burgemeester om zijn reputatie te redden. Hij vraagt hen geen geloof te hechten aan de negatieve praatjes die over hem de ronde doen. Zij beweren allemaal nooit iets dergelijks vernomen te hebben. Ondertussen zet Warja alles op alles om de vorstin te bewegen zich nogmaals uit te spreken ten gunste van Peredonow. Hij drijft steeds verder af. Hij slaat aan het hallucineren. Hij gelooft zelfs dat zijn eigen huiskater het op hem gemunt heeft. Aan het eind van de roman vindt er een gekostumeerd bal plaats, bij uitstek een gelegenheid voor potsierlijke complicaties.
    Fjodor Sologoeb, wat een pseudoniem is voor Fjodor Koezmitsj Teternikow, bekleedde zelf de functie van schoolopzichter. Hij werd een baksteen in een geklede jas genoemd. Hij geldt als een belangrijk vertegenwoordiger van het symbolisme. Zijn personagers zijn geen figuren met veel diepgang, zij staan model voor iets. Hoewel de roman zeker vermakelijke passages bevat, blijven de figuren te eendimensionaal om de lezer echt te raken. Misschien is het tijdsverloop van meer dan een eeuw een belemmering om de aanklacht op waarde te schatten. Tot zover de klassieke Russische roman.
    middelr@xs4all.nl