Leesimpressies

  • Floor Milikowski: Een klein land met verre uithoeken

  • Nr. 22 - 2021
  • Al een paar weken lees ik boeken over ruimtelijke ordening. Zover kan het komen met een mens. Zou het een nog onbekende bijwerking van het coronavaccin kunnen zijn? Mijn kennis over zowel stad als dorp is opgefrist. Hoeveel bebouwde kom heeft een land eigenlijk nodig en wat is de optimale verdeling tussen stad en dorp? Hoe dient in de onbebouwde kom de spreiding tussen natuur en agrarische sector te zijn. Geograaf Floor Milikowski kiest een andere invalshoek voor hetzelfde probleem. Zij gaat in op de verhouding tussen Randstad en platteland. Sinds enkele jaren schrijft zij over dit onderwerp artikelen in De Groene Amsterdammer. Geleidelijk is er in Nederland een tweedeling ontstaan tussen die twee gebieden. Er is een massale trek naar de stad, want daar is het feestje. Het platteland blijft achter met kansarme bewoners en/of pensionado’s. Aan die ontwikkeling hebben we het begrip krimpregio te danken. Milikowski probeert verklaringen en oplossingen te vinden voor dit verschijnsel. Ze leest rapporten en praat met wetenschappers, bestuurders en projectmanagers over wat gaande is. Heeft de overheid de mogelijkheid om hier iets aan te doen? Niets doen is geen optie, meldt een betrokkene. Wel iets doen, biedt evenmin veel soelaas, zo leert het boek. De oplossing van vandaag schept het probleem van morgen.

    Het boek van Milikowski bestaat uit een optelsom van casestudies. Ergens komt iets tot bloei dat na verloop van tijd in de versukkeling raakt. Nederland laat een ontwikkeling zien van een agrarisch land dat verandert in een industriële samenleving en nu weer bezig is een dienstensamenleving te worden. De maakindustrie maakt plaats voor een kennisindustrie. Zo goed als verdwenen zijn sectoren als scheepsbouw, textielindustrie en mijnbouw. Neem een stad als Emmen. Dat was een bescheiden plaats met een regiofunctie in een Drentse uithoek. Toen er geen toekomst meer was voor het afgraven van veen kwam er laagopgeleid arbeidspotentieel beschikbaar. Met Haagse steun gaf dat de aanzet tot groei via de komst van nieuwe fabrieken. Een paar decennia was er voorspoed in Emmen tot de productie verdween naar lage lonen landen. Emmen bleef achter met een hoge score op de verkeerde lijstjes met een dierenpark als kosten verslindende reddende engel. Of neem Eindhoven. Dankzij Philips kon de stad in korte tijd de andere Brabantse steden voorbij snellen. Eindhoven en Philips waren twee handen op dezelfde buik. Tot er een grote ontslagronde volgde en het hoofdkantoor vertrok naar Amsterdam. De magie tussen de twee was verbroken. Eind vorige eeuw stond Eindhoven er slecht voor. Dankzij een verbond tussen bedrijfsleven (ASML), hoger onderwijs en overheid is er nu weer sprake van een succesperiode als brainport. In Strijp-S is het te doen. Voorspoed heeft vaak een cyclisch karakter. De overheid heeft in de geschiedenis op verschillende paarden gewed. Lange tijd was het richtinggevend om zwakke regio’s van extra steun te voorzien. Op een gegeven moment werd dat ingeruild voor het verschaffen van extra middelen aan gebieden die al sterk waren. Voormalig topman van Shell Wagner bracht dat als volgt onder woorden. ‘Don’t back the losers,but pick the winners’. De ironie van het lot wil dat Shell nu zelf onder de impuls van klimaatverandering op het punt staat om van paradepaardje een brekebeen te worden. Jeroen van der Veer behoort tot de achterhoede die dat nauwelijks in de gaten heeft.

    Het geld gaat niet langer naar de plekken waar de werkloosheid het hoogst is en de armoede het grootst, maar naar de plekken waar de meeste banen zijn, waar de meeste mensen wonen en waar het meeste geld wordt verdiend voor de nationale economie in het algemeen


    De omslag in het overheidsbeleid zorgde voor de promotie van de mainports Schiphol en de Rotterdamse haven. De keuze voor topsectoren vormt een ander symptoom van dezelfde ontwikkeling. Ook nu keert de wal het schip. Recente studies laten zien dat Schiphol geen motor is van de economie maar meelift op het succes van anderen. De meerwaarde van een luchthaven die drijft op doorvoer is voor Nederland een beperkte vooral omdat hier de winstmarges smal zijn, nog los van de milieuschade. De overheid loopt meestal achter de feiten aan. Veelzeggend is het voorbeeld dat Milikowski schetst over de ontvangst van een rapport door de Raad voor de leefomgeving nota bene uitgebracht op aanvraag van de regering dat vraagtekens plaatste bij de inzet op de mainports. Dat was nuttig in het verleden maar is inadequaat voor de toekomst. Een aanwezige topambtenaar wees de bepleite koerswijziging, van kwantiteit naar kwaliteit, van de hand omdat dit in tegenspraak was met het handboek uit zijn middelbare schooltijd. In Een klein land met verre uithoeken passeert een groot aantal krimpregio’s de revue. Het is jammer dat de positie van Zeeuws-Vlaanderen, een gebied dat mij na aan het hart ligt, onderbelicht blijft. Zuid-Limburg krijgt wel veel aandacht. Het is opmerkelijk dat de Nederlandse laars ingeklemd tussen België en Duitsland zulke slechte verbindingen via het openbaar met de buurlanden heeft. Maastricht en Luik vice versa, evenals Maastricht en Aken, zijn voorbeelden van hoe het in een Euregio niet moet. Goede verbindingen zijn essentieel voor een gebied om tot bloei te komen. Het is sympathiek van Milikowski’s betoog dat zij als criterium voor overheidsbemoeienis het begrip brede welvaart naar voren schuift. Dat biedt op termijn meer lonkend perspectief dan het uitgangspunt winner takes all. Met een tweedeling in de samenleving hebben op lange termijn de winnaars evenmin baat. Misschien past dat uitgangspunt in de nieuwe bestuurscultuur waar de formatie naar op zoek schijn te zijn.
    middelr@xs4all.nl