Leesimpressies

  • Franca Treur: Dorsvloer vol confetti

  • Nr. 23 - 2018
  • Omdat de benauwenis van een gereformeerde jeugd in de Nederlandse literatuur vaak is opgetekend, meende ik het werk van Franca Treur te mogen overslaan. Op basis van haar stukken in de Groene Amsterdammer en Trouw rijpt bij mij de gedachte dat hier voorbarig een stelling is betrokken. Het is gelukkig nooit te laat voor een bekering. Franca Treur schrijft zonder rancune of dedain over een geloof waar zij afstand van heeft genomen. Breken met het geloof is niet hetzelfde als breken met het milieu. Interessant zijn haar stukken waarin zij het gesprek met de refo’s aangaat. Gereformeerden en niet gereformeerden hebben hun eigen bubbel. Contact is een zeldzaamheid. Franca Treur zoekt het op, niet om te bekeren, maar om te laten zien dat je ook anders naar de werkelijkheid kunt kijken. De meeste gereformeerden hebben hun opvatting van huis uit meegekregen, niet als de uitkomst van een grondige zoektocht maar als een vanzelfsprekendheid aan gene zijde van de twijfel. Treur vindt het geloof een opvatting waarvan het waarheidsgehalte zeer onaannemelijk is. Bovendien vindt zij niet geloven een interessantere manier om in het leven te staan. Je mag je eigen zingeving volgen en bent niet verplicht het presenteerblaadje van je jeugd aan te houden. De debuutroman van Treur toont dat presenteerblaadje in vol ornaat.

    De familie Minderhoud runt een boerenbedrijf op Walcheren. De invalshoek waar het in Dorsvloer vol confetti omdraait is die van Katelijne. Zij is het middelste kind met naast zich drie oudere en drie jongere broers. Daarnaast bestaat het gezin uit de vader en de moeder. Honderd meter verder woont de oma. Deze aanduiding van de familieleden doet vermoeden dat het om personen gaat die half mens half monument zijn. Katelijne is enigszins een buitenbeentje. Ze heeft een afwijkende belangstelling. Ze verslindt hele bibliotheken en schrijft verhalen. De vader zegt grappend dat zij in het ziekenhuis verwisseld is. Toch wil ze vooral graag een goed refomeisje zijn. Bij de dagelijkse zorg om het bedrijf gaande te houden staan de bijbel en God centraal. Met discussies over de bedrijfsvoering wordt Katelijne geacht zich niet te bemoeien. Haar domein is de keuken en het schoonhouden van het toilet. Franca Treur beschrijft het gezin met een overvloedig gebruik van de tale Kanaäns die schitterende mengeling van cryptische plechtstatigheid. Een ouderling merkt op: ‘O geliefden, dat wij ons in dit middaguur nog eens mochten verootmoedigen in waarachtig schuldbesef.’ De familie Minderhoud serveert een nieuwe dominee af met de uitspraak: ‘Hij preekt er wel over, maar er niet uit.’ De Statenbijbel biedt inspiratie. God stelt hoge eisen, de duivel loert om ieder hoekje. Bij de refo’s draait alles om het vraagstuk van het uitverkoren zijn. Bij katholieken zul je dat verbale getob niet aantreffen misschien met als uitzondering amice Dries van Agt die onlangs aan Tijs van den Brink zijn vrees toevertrouwde dat hij bij het meisje een verkeerde verwachting had gewekt over het bestaan van God. Het katholicisme blijft een carnavalsgeloof.

    De lezer leert wat de Heere die Meliskerke bestiert allemaal een gruwel is: een meisje in een broek, popmuziek, sportwedstrijden, op het strand liggen, televisie kijken, de kermis bezoeken en het ergste van alles hervormden


    In de roman wordt duidelijk dat een dorp of een dominee verderop de Heere ruimhartiger is of juist nog veeleisender. De eeuwige waarheid spreekt met een lokaal accent. Het is opmerkelijk met welke precisie mensen op de hoogte zijn van wat God wel of niet behaagt. Vooral ouderlingen hebben hiervoor een extra antenne. Het ene moment zit iemand op een krukje onder een koe aan een uier te friemelen en het volgende moment ziet hij plotsklaps het licht Daarna mag je iedereen de maat nemen. Wat mij aan het geloof het meest fascineert is het thema God, niet bepaald een marginale kwestie. Via kinderbijbel en zondagschool is een zaadje geplant dat bij mij van meet af aan op rotsige bodem viel. Bij God heb ik me nooit iets voor kunnen stellen. Wees welkom daverende leegte. Gelukkig zendt de publieke omroep op zondag de hele dag interviews met gelovigen uit. Als het zo uitkomt, kijk ik daar graag naar. Gasten kunnen van de vroege ochtend tot de late avond op catechesatie bij Annemiek Schrijver, Tijs van den Brink, Marleen Stelling, Andries Knevel, Kefa Allush of bij de meest modieuze van allemaal Jacobine Geel. Er wordt vaak eerst wat om de hete brij heen gedraaid maar op enig moment komt het Godsbeeld ter sprake. Dan schuif ik naar het puntje van mijn stoel. Wat weinig mensen weten is dat zich in gelovig Nederland een stille revolutie heeft voltrokken. Niemand gelooft meer in een persoonlijke God. Het traditionele beeld van een oude blanke man met een baard boven op een wolk is geheel verdwenen. Een moderniseringsslag om God een eigentijdse gedaante te laten aannemen, men stelle zich een lesbische negerin in een rolstoel voor, heeft de zaak niet kunnen redden. Het klassieke beeld geldt tegenwoordig als gedateerd om niet te zeggen als een tikje plat. God heeft een abstracte afslag genomen. De persoonlijke God is ter ziele maar, en dat is het knappe, mensen hebben toch een persoonlijke band met hem. Men is in gesprek met God. In zwang zijn nu opvattingen als God zit in jezelf, God is licht, God is energie of voor wie maximaal wil inzetten God is het leven zelf. Laatst vertelde een ogenschijnlijk normale man aan Margreet Stelling ‘God is dansen, spelen en zingen’. Voor ieder mens is er een eigen God. Daarmee lijkt de vraag wie nu wie heeft geschapen afdoende beantwoord.
    Terug naar Franca Treur. In Dorsvloer vol confetti schetst zij met mededogen een overtuigend beeld van een bevindelijke geloofsopvatting. Hoewel als sfeertekening geslaagd, doet zich voor een roman het gemis aan een dramatische spanningsboog voelen. Katelijne wil meer vrijheid net als andere opgroeiende pubers, ze wil meer emancipatie zoals alle zelfbewuste vrouwen maar ze wil vooral binnen de zuil blijven. Nooit zal zij met een hervormde jongen thuiskomen. Er is uiteraard niets op tegen dat een gereformeerd meisje loyaal aan haar geloof wil blijven maar juist via een proces van losmaking zou de roman aan scherpte gewonnen hebben. Grote romans hebben baat bij een strevend personage. Uit de biografie van Franca Treur is bekend dat haar geloofsafval gestalte kreeg tijdens de studie in Leiden. Die worsteling heeft de Katelijne uit de debuutroman nog voor de boeg. Nu blijft het erg bij een boerenfamilie die meedeint op de wisseling van de seizoenen. De roman Hoor nu mijn stem uit 2017 lost wat dat betreft de beloften beter in. De verrassing van Dorsvloer vol confetti is geluwd maar de nieuwe roman bezit meer spankracht. Zeker is dat Franca Treur over een schrijversblik beschikt. Ze heeft de gave van het woord, is een scherp waarnemer en heeft gevoel voor wat zich net onder de oppervlakte bij mensen afspeelt. Daar kun je een mooi oeuvre op bouwen.