Leesimpressies

  • Frans de Waal: Een tijd voor empathie

  • Nr. 8 - 2010
  • Van de in Amerika werkzame Nederlandse bioloog Frans de Waal verschijnt met regelmaat een nieuw boek. Zodra zijn naam valt, volgt meestal de vermelding dat hij door het blad Time werd opgenomen in de lijst van 100 invloedrijkste personen. Bij mij is zijn werk enigszins bekend via de omweg van interviews met hem in de media. Aan een boek was ik nog niet toegekomen. Zijn laatste werk heeft als thema empathie. Dat is een aansprekend onderwerp voor de huidige tijdgeest nu we langzamerhand in de postcoïtale fase van de kredietcrisis zijn beland. Hebzucht is uit. De Waal besteedt weliswaar een groot deel van zijn leven aan de studie van apen maar tegelijk heeft hij de onbedwingbare neiging om uitspraken over mensen te doen. Voor hem is dat geen paradox. Hij ziet de mens als een bijzondere apensoort, een opvatting die traditionele gelovigen makkelijk een aanval van razernij bezorgt. Bij voorbaat dus interessant leesvoer voor omnivoren.

    Populair is de opvatting dat de compositie van de natuur bestaat uit een monotoon deuntje: survival of the fittest. Het is eten of gegeten worden. Voor mededogen is geen plaats. Voor de Waal is dit een al te eenzijdige visie die niet strookt met de feiten. Empathie is evenzeer een wezenlijk onderdeel van de natuur zowel bij de mens als bij het dier althans bij sommige dieren. De Waal bestrijdt enkele hardnekkige mythes over wat wezenlijk, lees aangeboren, is in de natuur. Zolang de soort bestaat voert de mens oorlog, is zo’n mythe. Er is echter historisch bewijs dat onder bepaalde bevolkingen oorlog niet voorkwam. De onthutsende ervaringen tijden de Tweede Wereldoorlog zijn ten onrechte teruggeprojecteerd als universeel gegeven.


    Mensen zijn bipolaire mensapen: we hebben iets van de zachtaardige sexy bonobo maar ook van de brute heerszuchtige chimpansee


    Mensen zijn voorgeprogrammeerd om elkaar de helpende hand te bieden. Empathie is een automatische reactie waarover we geen controle hebben. Empathie zit diep van binnen. Moeilijker valt aan te nemen dat dit ook bij dieren het geval is. Bij negatief te duiden eigenschappen, denk aan agressie, hebben we nooit een probleem om parallellen in het dierenrijk te ontdekken. Bij positieve eigenschappen bestaat meer terughoudendheid. De Waal zoekt de verklaring daarvoor eerder bij de joodse en christelijke religies dan bij de wetenschap. Op basis van godsdienstige overtuigingen is er de behoefte om de uniciteit van de mens te bewijzen. Dat unieke is vanzelfsprekends iets positiefs. Op zoek gaan naar vergelijkbare positieve tendensen bij dieren ondergraaft de onderscheidingsdrang. Wie dieren bestudeert, kan het bestaan van empathie echter empirisch aantonen.

    De verklaring voor empathie bij dieren vindt een basis in wat heet de gezamenlijke opkomsthypothese, een verzamelnaam voor diverse vermogens om onderscheid te maken tussen de eigen individualiteit en de ander. Daar hoort bij het verschijnsel perspectiefname. Als je de ander van jou zelf kunt onderscheiden is het een kleine stap om je te verplaatsen in diens perspectief. Vandaar kom je uit bij de mogelijkheid van identificatie en het toesteken van de helpende hand. De Waal geeft een stortvloed aan experimenten en toevallige waarnemingen die het bestaan van empathie bij dieren aannemelijk maken. Je komt het tegen bij verschillende soorten apen maar ook bij olifanten, dolfijnen en muizen.

    Een elementaire stap in de bewijsvoering vormen de experimenten met spiegels. Kan een dier in een spiegel zichzelf herkennen? Is hij in staat zichzelf als perspectief te nemen? Wetenschappers hebben voor dat doel de rougetest ontwikkeld. Je brengt rouge aan bij een dier op een plek die voor hem zelf niet waarneembaar is bijvoorbeeld in de buurt van het oog. Het werpen van een blik in de spiegel is de enige manier om te ontdekken dat er een vlek op de eigen vacht zit. Wanneer het dier vervolgens probeert de vlek te verwijderen is de perspectiefname aangetoond.

    Het plezierige van De Waal lezen is dat hij de indruk maakt naast je bij een haardvuur te zitten en losjes doorvertelt over wat hem bezig houdt. Zijn enthousiasme is de motor. De consistentie lijdt daar soms onder. Hij is een fel tegenstander van behaviorisme maar is op zijn hoede om het gedrag van apen op te sieren met overinterpretaties. Toch weerstaat hij de verleiding niet om apen af en toe van menselijke trekjes te voorzien. Een aap doet iets alsof hij wil zeggen…; een chimpansee corrigeert een jong zoals wij recalcitrante kinderen op de achterbank tot kalmte manen.

    Het ene moment maakt De Waal een onderscheid in empathie en medegevoel en het volgende moment worden empathie en medegevoel als synoniemen door elkaar gebruikt.

    De Waal slingert heen en weer tussen zijn voorkeur voor Amerika en voor Europa. Hij verlangt een synthese tussen de Amerikaanse prikkels om op eigen kracht een winnaar te zijn en de meer sociale kanten van de Europese samenleving. Als niet-bioloog lijkt me dat vooral een pleidooi om een beetje zwanger te raken.