Leesimpressies

  • Fred Vargas: Een dodelijk venijn

  • Nr. 33 - 2018
  • Toen ik de naam Fred Vargas voor het eerst oppikte, dacht ik dat het om een pitcher ging, mogelijk uit de Dominicaanse republiek, die uitkomend in de minor leagues voor de organisatie van de Yankees zich maximaal inzet om hogerop te komen. Voor jonge mannen uit het Caraïbisch gebied is honkbal een begaanbare weg naar rijkdom en roem. Mijn associatie zat op het verkeerde spoor. Een mens kan makkelijk verdwalen in zijn eigen preoccupaties. Fred Vargas is een Française, opgeleid tot wetenschapper die in haar vrije tijd thrillers schrijft. Fred staat voor Frederique en Vargas is een pseudoniem. Zo valt alles op zijn plek. In Frankrijk geldt Fred Vargas als de belangrijkste auteur van misdaadromans, wat zich qua status op vergelijkbare hoogte bevindt als de kwalificatie beste Zweedse wijnboer. Inmiddels zijn twaalf boeken van haar in het Nederlands vertaald. Haar populariteit overstijgt de eigen landsgrens. Aanvankelijk was een privédetective genaamd Louis Kehlweiler haar protegé maar al geruime tijd is het speurwerk in handen van Jean-Baptiste Adamsberg, commissaris bij de Parijse Misdaadbrigade. Dat de man geboren is in de Pyreneeën geeft aan het speurwerk extra couleur locale.

    Bij het begin van het boek vertoeft Adamsberg op IJsland. Hij was daar verzeild geraakt op grond van het scenario van de vorige thriller van Fred Vargas getiteld IJsmoord. Het beviel hem wel wat luieren aldaar. Dan komt het bericht dat hij dringend terug moet naar Frankrijk. De plicht roept. Een jonge vrouw blijkt op gruwelijke wijze vermoord. Er zijn twee verdachten, een echtgenoot en een vermoedelijke minnaar. Adamsberg weet op vernuftige wijze de zaak tot een oplossing te brengen wat in de loop van het boek niet meer dan een nevenintrige blijkt te zijn, overigens niet de enige nevenintrige. Fred Vargas blijft de lezer graag een stap of wat voor. De hoofdmoot van het verhaal gaat over de dood van enkele mannen op leeftijd. Ze zijn omgekomen door het vergif van de kluizenaarsspin. De thrillers van Vargas moeten het niet in de eerste plaats van de spanning hebben. Bij haar staat het ingenieuze speurwerk op de voorgrond. Adamsberg weet uit kleine aanwijzingen grote consequenties te trekken. De commissaris staat vooral in de traditie van Sherlock Holmes. Gaat de Engelse speurder overwegend rationeel te werk, bij de Fransman verloopt het ontraadselen meer langs intuïtieve weg. Er is geen rol weggelegd voor een figuur als Dr. Watson al kun je verdedigen dat de 27 leden van de Parijse Misdaadbrigade deze rol op zich nemen. Zij zijn de overijverige hulpjes die de brille van Adamsberg doen glanzen. Intussen weet Vargas heel wat onbekende feiten op te diepen om de plot te stofferen. De lezer komt veel te weten over het doen en laten van de kluizenaarsspin.

    Meestal, zoals bij alle spinnen, is de beet van de kluizenaarster onschuldig. Dat wil zeggen dat ze haar gif niet inspuit. Ze bijt als waarschuwing, maar heeft niet de bedoeling haar gif te verspillen aan een mens, die geen prooi voor haar is


    Adamsberg vermoedt spoedig dat de dood van de mannen niet op toeval berust. Hij denkt aan moord. Vragen als wie doet dat, waarom en hoe dienen zich aan. Hoe kan het dat een in beginsel niet dodelijk gif slachtoffers kan maken. Kunnen spinnen op commando moorden? Een begin van een antwoord is te vinden in een weeshuis te Nimes. Daar hebben de slachtoffers hun jeugd doorgebracht. Daar ligt de kiem voor de moord zo vele jaren later. Een paar keer lijkt het spoor een doodlopende straat in te voeren. Er ontstaat tweespalt binnen de Misdaadbrigade. Adamsberg komt in botsing met zijn vriend en rechterhand inspecteur Danglard. Dat leidt tot een opmerkelijke confrontatie. Danglard is meer methodisch aangelegd dan Adamsberg en mag graag zijn opvattingen illustreren met citaten uit de Franse literatuur. Danglard vindt dat het uitzichtloze onderzoek onmiddellijk moet stoppen. Adamsberg zet door. Uit het conflict ontstaat een splitsing der geesten binnen de brigade. Adamsberg kan rekenen op enkele getrouwen onder meer op streekgenoot brigadier Veyrenc. Overleg vindt buiten het bureau plaats bij voorkeur in een restaurant waar de keuken Pyrenese gerechten serveert. In het eerste boek van Vargas met Adamsberg in de hoofdrol, Maak dat je wegkomt, komt de lezer aan de weet dat de commissaris zijn aanstelling alleen wilde accepteren als hij Danglard mee mocht nemen. De trouwe lezer wordt gerustgesteld als het conflict tussen de beide aanvoerders wordt bijgelegd.
    Natuurlijk weet Vargas alle vragen die het verhaal oproept te beantwoorden. Die antwoorden zijn niet allemaal even aannemelijk. Zoals zo vaak bij haar zit er achter elk geheim een nieuw geheim en is er een diepe duik in het verleden nodig om de zaak tot klaarheid te brengen. Vargas weet als geen andere schrijver van misdaadboeken spitsvondigheden uit de hoge hoed te toveren. Fred Vargas is het knapste meisje van de klas. Veel mannelijke lezers vallen echter liever voor het mooiste meisje van de klas.