Leesimpressies

  • Frida Vogels: Dagboek 1958-1959

  • Nr. 7 - 2006
  • Met haar roman De harde kern kreeg Frida Vogels in de jaren negentig literaire bekendheid. Voor deel 2 van deze romancyclus ontving zij de Libris Literatuur Prijs. Ontving is een groot woord want Vogels was bij de prijsuitreiking afwezig. Zij vermijdt publieke optredens zoals ze ook weet te verhinderen dat foto’s van haar in de publiciteit terecht komen. De harde kern geldt als een autobiografische roman. Uitgeverij G.A. van Oorschot begon in 2005 met het uitbrengen van haar dagboeken die in feite het basismateriaal van haar roman bevatten. Het eerste deel van de dagboeken betrof de jaren 1954-1957 en dit jaar verscheen het tweede deel dat de twee volgende jaren bestrijkt. Er staan nog 14 delen op stapel.

    Het eerste deel van de dagboeken omvat ruim drie jaar en is aanzienlijk minder dik dan het tweede deel dat maar twee jaar beslaat. Dat betekent niet zo zeer dat zij vaker haar toevlucht tot het dagboek nam maar veel meer dat zij per keer uitvoeriger verslag ging doen. Aan dramatische inhoud ontbrak het niet in deel 1. Haar moeder, met wie zij een hechte band bezat, overlijdt en ze vertrekt naar Italië om met Enzo te trouwen. De verhouding met haar Italiaanse man levert veel stof voor het dagboek. Vogels zelf is in de beschreven periode in de tweede helft van de twintig en zoekende om haar draai in het leven te vinden. Het is zelfs de vraag of ze dat wel wil. Ze trekt zich graag in zichzelf terug en wil zich het liefst wijden aan haar literaire ambities.

    De aantekeningen van Vogels zijn onder te verdelen in twee categorieën. Ten eerste zijn er gedetailleerde registraties van alledaagse bezigheden. Zij pendelt tussen Nederland, Italië, Frankrijk en Luxemburg. Zij maakt wandelingen en heeft contacten met familieleden en vrienden. Tot de vriendenkring behoren Han en Lousje Voskuil. Als liefhebber van Voskuils Het bureau vormde deze vriendschap voor mij een mieters motief om het werk van Vogels te leren kennen.

    De tweede categorie zou je als monoloog interieur kunnen aanduiden. Vogels doet aan kritisch zelfonderzoek om met het leven in het reine te komen. Wat wil zij van haar leven maken?

    Het dagboek bestaat dus kortweg uit gebeurtenissen en reflectie. De tweede categorie levert boeiender leesstof dan de eerste. De levens van bijna iedereen baren van dag tot dag weinig opzien. Bijna 600 bladzijden om twee jaar te schetsen bevat onvermijdelijk erg veel alledaagsheid. Louter registratie is dan een magere vorm om de lezer te boeien. Dat lukt alleen als daaraan een visie of compositie ten grondslag ligt. Als Oblomov 50 bladzijden nodig heeft om zijn bed uit te komen, levert dat boeiende literatuur op. Ook de minutieuze beschrijvingen van menselijk kleinheid in Het bureau zijn prachtig vanwege het monument dat die brokstukken samen tot stand brengen. De wereld van het bureau nestelt zich in de geest. Ik ken verschillende lezers van Voskuil die op de vraag wat gebeurt er met de nageboorte van het paard direct roepen: begraven, in de boom hangen of aan de varkens voeren. Een dagboek mist zo’n ordenend principe en gaat, als de dosering uit de hand loopt, tegenstaan.

    Het andere deel van het dagboek is boeiender. Hier fungeren de aantekeningen als uitlaatklep voor een jonge en intelligente vrouw om haar positie in het leven te helpen bepalen. Vogels is tegendraads en de verhouding met de mensen in haar directe omgeving is problematisch. Als kind van gescheiden ouders vraagt, na het overlijden van haar moeder, de relatie met haar vader een nieuwe definitie. Zo ook met zijn nieuwe gezin. Intensiever nog is de relatie met haar broer Michiel. De band tussen broer en zus is onderhevig aan grote stemmingswisselingen. Vaak wordt per brief de balans opgemaakt. Het meest complex is de relatie met haar man. De echtelieden houden van elkaar maar begrijpen elkaar niet. Een mooi beeld is dat Enzo en Frida tijdens het ruzie maken elkaars hand vasthouden. Enzo, een groot liefhebber van Kafka, gaat op in zijn eigen gedachtewereld en verwacht dat zijn vrouw hem daarin volgt. De schoonfamilie wil Frida naar Italiaanse maat kneden. Haar drang naar onafhankelijkheid zorgt voor verzet. Regelmatig stelt zij zich de vraag of zij haar huwelijk wel moet continueren en of ze niet liever alleen door het leven wil. De twijfel knaagt voortdurend maar ze voegt niet de daad bij het woord. De worsteling vol zelfkritiek resulteert in openhartige bespiegelingen. Dat is interessant om te volgen. Tenminste tot op zekere hoogte. Voor mij is er een aarzeling die ik ook bij het lezen van Voskuil ervaar. Bij Vogels en Voskuil proef je een bepaalde wrok tegen het leven of in ieder geval tegen de samenleving. Vogels weigert bij verkiezingen te gaan stemmen. Voskuil wil eigenlijk geen baan en zijn vrouw ontsteekt in woede als hij thuis melding maakt van een salarisverhoging. Waarom kunnen getalenteerde jonge mensen, als zij toen waren, niet wat meer de zon in het water zien schijnen? Een samenleving met gebreken is een realiteit en je zou ook de keuze kunnen maken daartegen in het geweer te komen. In plaats van zelf gekozen afzijdigheid. Wat mij voor Voskuil inneemt is zijn onverzettelijke plichtsbetrachting op het Beerta instituut, terwijl hij weet dat wat hij daar doet allemaal onzin is. Bij Vogels kan ik zo’n lichtpuntje minder makkelijk vinden. Daarom resteert er onzekerheid of ik de nog verschijnende delen zal lezen.