Leesimpressies

  • Friedrich Durrenmatt: De belofte

  • Nr. 34 - 2018
  • Friedrich Durrenmatt schreef een misdaadroman waarin hij het genre dat hij op dat moment beoefende onder vuur nam. Schrijvers van misdaadverhalen plegen een grote leugen. Er is een misdrijf, een dader met motief en een slachtoffer. Verder is er een context bestaande uit feiten en omstandigheden. Na het nodige speurwerk, waarbij enkele zijpaden bewandeld worden om de lezer op het verkeerde been te zetten, komt de zaak tot klaarheid. Aan het eind is er een oplossing. Alle puzzelstukjes blijken te passen. Een rationele aanpak is succesvol zelfs als er een irrationele dader aan het werk is. Losse eindjes zijn geëlimineerd. In een misdaadroman wordt niets aan het toeval overgelaten. In de werkelijkheid is het scenario vaak geschreven door het toeval. Veel misdaden worden nooit opgelost. Het is niet Durrenmatt zelf die deze tegendraadse opvatting verkondigt maar een gepensioneerde commandant van de kantonpolitie. Zo iemand weet waarover hij praat. De geadresseerde van zijn boodschap is, hoe kan het ook anders, een schrijver van misdaadverhalen. In de rest van het boek illustreert de commandant zijn stelling aan de hand van een voorbeeld uit de praktijk.

    In een bos nabij de snelweg van Chur naar Zürich treft een marskramer het lichaam aan van de jonge Gritli Moser. Het meisje is misbruikt en verkracht. De verdenking valt snel op de marskramer. Een buitenstaander vormt een makkelijke zondebok. Er zijn aanwijzingen die in zijn nadeel spreken. In eerdere jaren zijn twee meisjes op vergelijkbare wijze aan hun einde gekomen. Dat gebeurde op locaties die tot het verzorgingsgebied van de marskramer hoorden. Op zijn jas bevindt zich bloed van het meisje. In haar maag wordt chocola aangetroffen dat ook de marskramer in zijn bezit bleek te hebben. Voor de dorpsbewoners is de zaak zo klaar als een klontje. Zij willen het recht in eigen hand nemen en de marskramer straffen. Commissaris Matthai, die met het onderzoek belast is, heeft twijfels. Hij is degene die de ouders van het meisje het trieste nieuws moet brengen. Hij weet geen raad met hun verdriet. Hij belooft hen de dader van het misdrijf te zullen vinden. Hij doet deze toezegging om een eind te maken aan de nauwelijks te verdragen confrontatie. Hij staat op het punt naar Jordanië te vliegen in het kader van een politioneel uitwisselingsprogramma. Aldus is hij van de zaak verlost. Na een uitputtend verhoor bekent de marskramer uiteindelijk de lustmoord. Kort daarna pleegt hij zelfmoord. Het dossier kan gesloten en gearchiveerd worden.

    Het verhoor had meer dan twintig uur geduurd. Dat was natuurlijk niet toegestaan; maar wij van de politie kunnen ons tenslotte niet altijd aan de voorschriften houden


    Als commissaris Matthai op het punt staat aan zijn vliegreis te beginnen, keert hij op zijn schreden terug. Hij gaat zich wijden aan de oplossing van de zaak. Als politieman bestaat daar niet meer de mogelijkheid toe. Immers de boeken zijn toe. Hij neemt ontslag en gaat een benzinepomp uitbaten. De moord op Gritli Moser wordt een obsessie. De benzinepomp ligt aan de weg waar de moordenaar vermoedelijk gebruik van heeft gemaakt op weg naar de verschillende plaatsen delict. Het gaat om een lange in het zwart geklede man in het bezit van een auto. Er komt een dag dat de moordenaar zich als klant aandient. De commissaris gaat zelfs zo ver dat hij onderdak verleent aan een vrouw met een dochter die qua uiterlijk gelijkenis vertoont met Gritli Moser. Hij gebruikt het meisje als lokmiddel, overigens zonder dat moeder en dochter op de hoogte zijn waaraan zij de gastvrijheid van de pomphouder te danken hebben. Na jaren is er nog steeds geen dader. Zou de marskramer toch de schuldige geweest zijn? Is het wel zo zeker dat de moordenaar vrij rondloopt?
    Durrenmatt vertelt het verhaal als een gekwadrateerde raamvertelling. Een schrijver van misdaadromans, Durrenmatt zelf?, houdt een lezing. De commandant van de kantonpolitie bevindt zich onder zijn gehoor. De twee raken in gesprek en de commandant uit zijn kritiek op het genre van de misdaadliteratuur. Dan vertelt hij het verhaal van de moord op Gritli Moser en maakt hij plaats voor hoofdrolspeler commissaris Matthai. Het toeval, bij Durrenmatt neemt dat vaak de gedaante aan van het absurde, triomfeert. Iemand die valselijk beschuldigd is blijkt vermoedelijk onschuldig te zijn. Aan het eind van het boek volgt een verrassende onthulling en komt de ware toedracht aan het licht. Het wordt duidelijk wie de misdrijven in werkelijkheid heeft gepleegd. Het is een einde dat voor enige verwarring zorgt. De commandant bekritiseert misdaadromans omdat zij oplossingen suggereren die in het echt meestal niet voor handen zijn. De eisen van een goede spanningsboog reiken in dit verhaal toch een oplossing aan. Dat is in strijd met het punt dat de commandant wilde maken. De commandant heeft echter niet het boek geschreven. De auteur is Friedrich Durrenmatt, schrijver van de misdaadroman en niet van de werkelijkheid. Verhaal en werkelijkheid zijn elkaars dubbele bodem.