Leesimpressies

  • Gabrielle Zevin: De verzamelde werken van A.J. Fikry, boekhandelaar

  • Nr. 12 - 2015
  • Het is plezierig een boek te lezen waarin de schrijver een eerbetoon brengt aan het uitbaten van een boekwinkel. Niet vanwege de materiële welvaart die de uitbater ten deel valt maar veel meer vanwege de voldoening die boeken aan de liefhebber weet te schenken. De uitbater behoort als het goed is zelf tot die categorie. De boekhandel is gelegen in de hoofdstraat van een dorpje op een eiland voor de kust van Cape Cod. Het betreft een fictief eiland waar je met de veerboot vanaf Hyannis kunt komen. Zo goed gaat het nu ook niet met de boekhandel dat je als schrijver gewoon man en paard kunt noemen. In de zomer bezoeken vele toeristen het eiland en dat geeft de boekwindel een impuls waardoor het hoofd boven water blijft. A.J. Fikry heet de uitbater en hij is er in het begin van het boek slecht aan toe. Zijn geliefde is bij een verkeersongeluk om het leven gekomen en hij zoekt troost in de alcohol. In die omstandigheden komt de nieuwe handelsreiziger van een uitgeverij voor het eerst bij hem op bezoek om haar wintercatalogus met klem onder zijn aandacht te brengen. Zij, Amelia, is vol goede wil maar hij snauwt haar af en trakteert haar op een lesje over de kwaliteit van boeken. Later trouwt hij met haar maar laten we niet op de zaken vooruitlopen.

    Volgens A.J. Fikry vormen korte verhalen de eredivisie van de literatuur. Als Amelia met zijn uitgesproken meningen geconfronteerd wordt, probeert zij hem uit de tent te lokken met de vraag welke boeken hij mooi vindt. Hij geeft antwoord door te vermelden waar hij niet van houdt. Geen postmoderne boeken, geen magisch realisme, geen rare kunstgrepen met lettertypes, geen fictie over de Holocaust want dat onderwerp vraagt om non fictie, geen crossovers als psychologische thrillers, niks voor youg adults, geen memoires van sporters, geen making of boeken over films, geen boeken over beroemdheden geschreven door ghostwriters, geen debuutromans, chicklit, poëzie, vertalingen of boeken over vampiers. Bovendien behoort een goed boek meer dan 150 en minder dan 400 bladzijden te omvatten. Fikry is een liefhebber van goede boeken maar heeft een hekel aan auteurs. Daarom organiseert hij zelden signeersessies om extra belangstellenden naar zijn zaak te trekken. Zijn overleden vrouw deed dat wel. Kortom, A.J. Fikry heeft zichzelf ontwikkeld tot een eerste klas mopperkont.

    Hij vindt auteurs maar onbeschaafde, narcistische, malle en over het algemeen onaangename mensen. Hij probeert auteurs wier boeken hij bewondert te mijden uit angst dat hun boeken door een ontmoeting voorgoed worden verpest.


    Gabrielle Zevin heeft haar roman veel trekjes van een sprookje meegegeven. Een bekeringsmoment kan voor Fikry niet uitblijven. De sleutel tot de ommekeer brengt de ontmoeting met de jeugdige Maya. Hij treft deze peuter van 25 maanden oud op een dag bij terugkeer in zijn winkel aan. Maya is als vondeling door haar moeder achtergelaten. De moeder is na een ongelukkige liefde wanhopig en geeft in een summier briefje aan dat ook de vader niet voor Maya kan zorgen. De moeder wil dat zij later van lezen gaat houden en dat haar dochter opgroeit tussen mensen voor wie boeken van belang zijn. Tussen Fikry en de uiterst begaafde Maya ontstaat direct een hechte band. Fikry besluit tot adoptie. De biologische moeder blijkt inmiddels door zelfmoord te zijn overleden. De nieuwe Fikry realiseert zich dat hij de nieuwe vertegenwoordiger van de uitgeverij onheus bejegend heeft en doet zijn best die ongelukkige eerste indruk uit te wissen. Zo krijgt Maya ook nog een nieuwe moeder.
    Behalve de adoptieouders en Maya spelen nog enkele andere eilandbewoners een prominente rol in het boek. Zo is er de politiecommissaris Lambiase. Deze man moet van huis uit niks van boeken hebben maar via het tussenstation van de thriller ontdekt hij langzaam de literatuur. Vooral omdat de wereld van het boek hem in contact brengt met mensen die hij de moeite waard vindt. Zevin verwijst veelvuldig naar schrijvers en boeken. Tot de pluspunten van het boek behoren de vele spitsvondige dialogen. Zelfs een peuter blijkt welbespraakt.
    Elk hoofdstuk begint met een beknopt leesverslag van Fikry alsof het een ultrakort verhaal betreft Fikry over een boek uit de wereldliteratuur. Het leesverslag bevat een vingerwijzing naar wat in het hoofdstuk aan de orde komt. De leesverslagen zijn bedoeld om later voor Maya als een geheugensteun te fungeren voor wie haar vader was. Zijn leven zit in die boeken. Een mens is een verzameld werk. Geen mens is een eiland, elk boek is een wereld, zo staat het op een bord boven de veranda van de boekwinkel. Als Fikry geconfronteerd wordt met de dood door een levensbedreigende ziekte komen alle losse eindjes mooi bij elkaar. Wat er ook gebeurt, de boekhandel mag niet verloren gaan. De tijdgeest verdient tegengif. Na de platenzaken, videotheken, kranten en tijdschriften moet de boekwinkel voor uitsterven behoed worden. Een sprookje vereist een happy end. Daar mag de geloofwaardigheid soms een offer voor brengen. Misschien is de roman van Fikry niet overal overtuigend, vertederend is die wel.