Leesimpressies

  • Gil Courtemanche: Een zondag aan het zwembad in Kigali

  • Nr. 1 - 2009
  • Van Oscar Wilde wordt beweerd dat hij de boeken die hij recenseerde niet las, uit vrees voor beïnvloeding. Alleen de eigen mening telt. Het andere uiterste is dat de bespreker zichzelf geheel wegcijfert om alle aandacht te richten op het boek. Dat laatste is onmogelijk en wellicht onwenselijk. In een recensie behoort het boek de hoofdpersoon te vormen maar de lezer wil enig houvast, tenminste als ik die lezer ben. Het aanbod aan boeken is zo groot dat keuzes onvermijdelijk zijn. Daar kan een bespreking bij helpen. Tijdens de presentatie van De spannendste manier van leven is mij door de uitgenodigde relaties een aantal boeken aanbevolen dat lezing verdiende. Tot die categorie behoorde Een zondag aan het zwembad in Kigali. Wie een boek op de titel selecteert zou een tropische idylle kunnen verwachten. De werkelijkheid is anders.

    De Franstalige Canadees Gil Courtemanche portretteert een hoofdpersoon die veel overeenkomsten vertoont met zijn eigen biografie. Zijn naam is Bernard Valcourt en hij is op middelbare leeftijd van Canada in Rwanda beland om een televisiezender op te zetten. Hij was klaar met de liefde en zijn dochter stond inmiddels op eigen benen. Tijd voor iets anders maar zonder ambitie of hartstocht. Het zwembad uit de titel hoort bij een luxe hotel waar expats en de lokale bourgeoisie elkaar treffen. De ijsblokjes tinkelen in de whiskyglazen. Het hotel draagt de naam Mille-Collines wat trouwens ook al de thuisbasis vormde voor Hotel Rwanda, een indrukwekkende film gebaseerd op het moedige optreden van de hotelmanager vertolkt door Don Cheadle. Het is midden jaren negentig en Rwanda staat aan de vooravond van een nieuwe genocide. De minderheid van Hutu’s bezit de macht en wil afrekenen met de Tutsí’s. De buitenwereld dringt geleidelijk aan meer op richting de randen van het zwembad. De spanningen tussen Hutu’s en Tutsi’s vormen niet het enige probleem. Een derde van de volwassen bevolking in Kigali is seropositief. Je kunt in Rwanda sneuvelen door aids of door een machete.


    Het doel is niet Rwandezen redden maar akkoorden naleven


    Het boek volgt Valcourt in zijn contacten met verschillende bewoners van Rwanda veelal met fatale afloop. Courtemanche gaat van handeling naar handeling waarbij een groot aantal personages hun opwachting maakt. Er is veel beschrijving en betrekkelijk weinig introspectie. Daaraan ontleent het boek tempo. De stap naar een filmscenario is makkelijk te maken. Valcourt is zelf bezig met een film te maken, een langdurig project over de aidsproblematiek. Terwijl de officiële instanties hun hoofd in het zand stoppen is het mooi om te lezen dat de vertegenwoordigers van de katholieke kerk, in weerwil van de leer, aan de bevolking condooms beschikbaar stellen. Overigens zonder veel succes.

    De toon van het boek is lichtvoetig cynisch. Tegen die achtergrond is het opmerkelijk dat Valcourt een grote liefde opvat voor de jonge en beeldschone Gentille die als stagiair in het hotel werkt. Zij bezit kenmerken van zowel een Hutu als een Tutsi en kan dus door beide partijen worden aangezien voor een vijand al heten vijanden van het vrouwelijk geslacht gewoonlijk hoer. Gentille beschrijft zichzelf als volgt “ik heb het lange lichaam van een Tutsi en de boerse stugheid van een Hutu”. Hun liefde verschaft hem nieuw elan. Het leven krijgt weer betekenis. Als de gewelddadigheden toenemen, weigeren zij het land te verlaten. Kigali is hun plek. De buitenlanders zoeken een goed heenkomen en de VN troepenmacht laat het afweten. De commandant houdt zich strikt aan de richtlijnen. “Ik ben hier niet om Rwandezen te redden, ik ben hier om de akkoorden van Arusha te doen naleven.” Dat is schrijnend omdat het Rwandese leger te typeren valt als een trieste grap waar een paar honderd beroepssoldaten snel mee zou kunnen afrekenen. Valcourt en Gentille blijven zo lang mogelijk tot ook hun vertrek onvermijdelijk is geworden. Per vrachtwagen gaan zij, als pas getrouwd stel, op pad met als bestemming Nairobi. Langs de weg liggen de lijken opgestapeld. Vlak voor het vliegveld worden ze aangehouden door Rwandese soldaten. Gentille wordt als enige niet-blanke uit het gezelschap geplukt. Als Valcourt wil ingrijpen wordt hij met de kolf van een geweer buiten westen geslagen. Aldus wordt het stel gescheiden. Het restant van het boek behandelt de zoektocht van Valcourt naar Gentille. Leeft zij nog en zo niet hoe is ze aan haar einde gekomen? Hij komt in het bezit van het dagboek dat ze heeft bijgehouden vanaf het moment van hun scheiding. Met stukjes en beetjes komt Valcourt achter de waarheid. De liefde is een lichtpunt in het gruwelijke decor van Rwanda. Tegelijk met de toon van het boek maakt de liefdesgeschiedenis het verhaal draaglijk. De overdaad aan ellende behoeft brandstof om door te lezen. Maar zolang er genocides zijn is het goed dat dit soort boeken geschreven worden. De internationale gemeenschap zou anders nog onverschilliger zijn.