Leesimpressies

  • Graham Greene: England made me

  • Nr. 17 - 2009
  • Graham Greene is een schrijver van wie ik graag alles gelezen wil hebben. Gevorderd ben ik tot iets over de helft. Het was weer tijd. In verband met een bezoek aan Engeland viel de keus op England made me, een relatief vroeg werk dat verscheen in 1935. Het boeiende van Greene is zijn omvangrijke oeuvre dat, opgetekend in een herkenbare stijl, steeds nieuwe onderwerpen vindt. De schrijver is een kind van de tijd dat de wereld in twee grote machtsblokken is verdeeld waartussen oorlogen woeden, nu eens koud dan weer warm. Die buitenwereld weerspiegelt zich in de innerlijke conflictstof waarmee zijn personages worstelen. Greene houdt van schemergebieden. Een bijkomend voordeel is het kosmopolitische karakter van zijn werk. Zijn boeken zijn gesitueerd op verschillende continenten.

    Het is opvallend dat Britse schrijvers niet terugdeinzen om hun nationale identiteit in een boektitel op te voeren. Bij eerdere bezoeken ging Decline of the English murder van George Orwell in de koffer mee. Een volgend uitstapje kwam England, England van Julian Barnes van pas. Op bruikbaarheid was ook al One fat Englishman van Kingsley Amis getoetst en had ik van dezelfde auteur I like it here meegesmokkeld. Verder valt er een nuttige ervaring te melden met The British museum is falling down van David Lodge. Nederlandse schrijvers zijn op dit punt veel terughoudender. Mijn bibliotheek bevat een kleine honderd boeken van onze grote drie. De opbrengst beperkt zich tot De laatste resten tropisch Nederland van Hermans, een boek dat niet over Nederland gaat maar over wat toen heette de overzeese gebiedsdelen. Natuurlijk levert doorspeuren nog wel wat op. De betreurde Martin Bril schreef Hollandse luchten en Rentes de Carvalho publiceerde De Hollandse minnares. De Portugese Hollander refereerde in zijn laatste boek (zie weblog van vorige week) aan England made me. Hij trekt een parallel tussen het boek van Greene en zijn eigen ontwikkeling om te illustreren hoe Nederland zijn vezels is binnengedrongen. Overigens suggereert Greene met de titel meer Engelse identiteit dan de roman rechtvaardigt. De kern van het boek is een andere.


    Greene laat zien hoe een flierefluiter karakter toont


    De roman opent met een scene waarbij een vrouw, Kate Farrant, op een barkruk wacht op haar afspraak. Niet met een minnaar maar met haar broer, Anthony. Na lange omzwervingen van hem vindt hun hereniging plaats. Broer en zus zijn zeer verschillend, zij evenwichtig en hij gewiekst, maar hebben een nauwe band. Zij is een half jaar ouder en voelt zich voor hem verantwoordelijk. Anthony heeft een reeks mislukkingen op zijn naam. Het lukt hem niet om een baan te houden al spiegelt hij voor uit vrije wil vertrokken te zijn. Zo ging het in Aden, Bangkok en Shanghai onder meer als verkoper van stofzuigers, een geliefkoosd voorwerp bij Greene. Plaats van handeling is nu Stockholm waar Kate woont en werkt. Zij is de secretaresse en tevens minnares van Erik Krogh, de baas van Krogh’s. Haar minnaar is een schatrijke zakenman die veel ijzers in het vuur heeft. Kate bepleit dat Krogh haar broer in dienst neemt, zodat diens leven weer op de rails komt. Krogh biedt hem een baan als zijn persoonsbeveiliger. De taakomschrijving luidt als volgt. “You ‘ll be free as long as I’m at the office, but ouside the office I shall want you with me.” Op die manier krijgt Anthony een goed zicht op de handel en wandel van Krogh. Er is een bezoek aan de opera waarbij de stoelen naast en achter Krogh leeg blijven. Een geslaagd zakenman koopt zijn privacy. Langzaam wordt duidelijk dat achter de schone schijn het nodige schuil gaat. Krogh met het beminnelijk vertoon van donaties laat achter de schermen zonder scrupules onverkwikkelijke handelingen uitvoeren als die zijn belang dienen. Het moment breekt aan dat Krogh aan Anthony opdraagt om vuile handen te maken. Tot dan toe is Anthony weinig karaktervast gebleken. We leerden hem kennen als een vrouwenversierder die het met de waarheid niet te nauw neemt. Hij heeft zich ontvankelijk getoond om aan Minty, een wat smoezelige journalist eveneens van Britse komaf, informatie over zijn baas door te spelen. Toch trekt Anthony een grens. Hij weigert om Krogh’s vuile zaakjes op te knappen. Diep van binnen schuilt een gentleman. De stropdas van de beroemde school is weliswaar nep maar heeft van binnen wel degelijk sporen nagelaten. Anthony neemt ontslag. Zo makkelijk kom je echter niet van Krogh af.

    Het vakmanschap van Greene staat garant om de aandacht van de lezer vast te houden. Zijn ervaring als filmcriticus is terug te vinden in de vertelstijl. De scènes volgen elkaar op met een gepaste spanningsboog waarbij verschillende bijfiguren het verhaal verlevendigen. Het morele dilemma van Anthony komt vooral impliciet aan de orde. Bovendien heeft Greene een manier van vertellen die een beroep doet op de oplettendheid van de lezer. Hij begint midden in een scène waarbij geleidelijk het hoe en waarom duidelijk wordt. Zo zoekt de lezer naar houvast die hij uiteindelijk steeds krijgt. Wie doorleest krijgt zijn beloning. Het is een prettig vooruitzicht dat er nog diverse Greene’s in de kast staan. Wachtend op een passend moment.

Lijstjes

Deze auteur komt voor in de lijstjes: