Leesimpressies

  • Halldor Laxness: Het visconcert

  • Nr. 7 - 2007
  • IJsland, een land met minder inwoners dan de stad Utrecht, heeft dankzij Halldor Laxness vaker de Nobelprijs voor literatuur gewonnen dan Nederland. Die voorsprong ontstond in 1955. Laxness werd geboren op de Laugavegur, de belangrijkste winkelstraat van Reykjavik. Hij bereikte de respectabele leeftijd van 95 jaar en schreef een omvangrijk oeuvre bijeen. Op een of andere manier heb ik altijd de indruk dat ze op IJsland hun zaakjes goed voor elkaar hebben. Lopend door woonwijken zie je in veel huizen goed gevulde boekenkasten. Bovendien kun je er altijd de laatste ditjes en datjes op walvisgebied vernemen. Overigens was Laxness meer vertrouwd met schapen dan met walvissen. Zijn beroemdste roman Onafhankelijke mensen is een lang uitgesponnen epos over een schapenboer die onder erbarmelijke omstandigheden vecht voor zijn zelfstandigheid.

    De afgelopen jaren heeft uitgeverij De Geus enkele boeken van Laxness in Nederland uitgebracht waaronder Het visconcert dat dateert uit 1957. Het boek bevat de jeugdherinneringen van Alfgrim die door zijn moeder direct na de bevalling werd achtergelaten op een kleine uit turf opgetrokken boerderij genaamd de Hellinghut. Daar woont Björn van de Hellinghut met zijn vrouw. Zij, aangeduid als opa en oma, voeden Alfgrim op te midden van nog enkele kostgangers die op de tussenverdieping een slaapplaats delen. De boerderij bevindt zich aan de grens van de hoofdstad en is voor Alfgrim een idyllische plek om op te groeien. Ten tijde van het verhaal behoort IJsland nog tot Denemarken en de arme bevolking bestaat uit vissers en boeren. Opa Björn is even eigenzinnig als gastvrij. Hij stoort zich niet aan de economische wetten van vraag en aanbod, want bij hem heeft een vis altijd dezelfde prijs. Een bijbel kost evenveel als een koe. Iedere eenzaat die onderdak zoekt, krijgt op de Hellinghut een welkom onthaal. Zo ziet Alfgrim heel wat mensen langs komen. Een draaihek vormt de verbinding van de boerderij met de buitenwereld allereerst met het aangrenzende kerkhof. Aan de andere kant van het kerkhof is de zanger Gard Holm geboren. Hij reist de wereld over om met zijn zangkunst de eer van IJsland uit te dragen als een verre voorloper van Björk. Alfgrim koestert een grote bewondering voor Holm. Eens in de zo veel tijd keert de zanger naar huis terug. Het thuisfront kijkt vol verwachting naar een optreden uit maar voor het zo ver komt, is Gard Holm weer vertrokken. Dan zingt hij weer voor wereldlijke en kerkelijke vorsten. Een vis die niet over de hele wereld zingt is een dooie vis, zo meldt Laxness. Ondertussen wordt de mythe groter en groter.

    Opa Björn hoopt dat Alfgrim later dominee zal worden. Zelf gaat zijn voorkeur uit naar grauwkwabaalvisser al droomt hij er ook van zanger te worden maar er is twijfel of hij de zuivere toon weet te halen. Dat is waar het om gaat. Voor zingen geldt hetzelfde als voor dichten. Een IJslands gezegde luidt: ik dicht voor een bloem en niet voor lof of roem. Het draaihekje als de scheidslijn tussen twee werelden komt terug in de uiteenlopende ambities van Alfgrim. De roman staat vol met symboliek en verwijzingen. IJsland houdt er spoken, trollen en elfen op na. Dat maakt het boek voor buitenstaanders weinig toegankelijk. Allerlei kwesties duiken op die voor de lezer van nu lastig te plaatsen zijn. Het belangrijkste topic in de politiek vormt een slepende discussie over de kapperswet. Mogen er kapperszaken praktijk houden en welke beperkingen behoren er dan te gelden in zake de openingstijden? Waar maken mensen zich druk om denk je onwillekeurig.

    Naast de grauwkwabaal en de snotolf heeft de visstand nog meer te bieden. Een nieuwe gast op de Hellinghut krijgt als kennismaking de vraag voor gelegd welke vis er bij haar voorkomt. Lom en leng is het antwoord. Dat leidt tot de verzuchting wat er met alle fatsoenlijke vis gebeurd is. Tegen deze achtergrond is het begrijpelijk dat lezen en schrijven in die tijd niet als een teken van opvoeding gezien wordt althans niet meer dan het ontvellen van gedroogde kabeljauwkoppen.

    Nog een voorbeeld van de merkwaardige wijsheden waarin het boek grossiert. Iemand die geen sokken draagt, motiveert dit met de opvatting dat er zo dingen binnen je bereik komen die niet zijn weggelegd voor mannen met sokken. Het geld dat je aan sokken uitspaart kun je benutten om postzegels te kopen, zodat je wijze mannen over de hele wereld kunt schrijven om bij hen de juiste betekenis van obscure woorden uit het Sanskriet te achterhalen. Het zal wel.

    Het lukt maar moeizaam om toegang te krijgen tot de belevingswereld van Alfgrim. Ook hij zelf blijft grotendeels in mist gehuld. Wat merkwaardig aandoet in zo’n dunbevolkte gemeenschap is dat niemand Alfgrim lijkt te kennen. Voortdurend krijgt hij de vraag voorgelegd wie ben je of hoe heet je. De gesprekken die hij voert komen maar niet los en illustreren vooral ruis. Aan het eind van zijn verhaal is hij noch grauwkwabaalvisser noch dominee. Hij treedt in de voetsporen van zijn voorbeeld Gard Holm en trekt de wereld in. Het slotbeeld laat zien dat hij op het dek van de postboot stapt. Hij kijkt voor een laatste keer om naar de Hellinghut en het draaihekje. Ik blijf in verwarring achter. Laxness is, geloof ik, niet aan mij besteed.