Leesimpressies

  • Han Han

  • Nr. 30 - 2014
  • Uitgeverij De Arbeiderspers heeft voor het eerst een vertaling uitgebracht van de jonge Chinese schrijver Han Han. Hij geldt in eigen land als een fenomeen. Behalve met zijn boeken heeft hij een reputatie vergaard met zijn blogs die door miljoenen worden gelezen en als autocoureur. Hij is ook nog een poosje zanger geweest. Hij vertolkt de stem van zijn generatie die geen blad voor de mond neemt. Kritisch en vol sarcasme levert hij commentaar op de actualiteit. De autoriteiten gedogen hem maar als hij het te bont maakt, wordt een blog kort na publicatie verwijderd. In buitenlandse media is er veel aandacht voor Han Han. Hij representeert het moderne China van na Mao. Die achtergrond maakt het interessant om kennis te maken met zijn werk en vooral met zijn opvattingen.

    De laatste jaren komt China in het Westen vooral in het nieuws als opkomende economie. Het bruto nationaal product laat enorme groeicijfers zien. Het binnenhalen van de Olympische Spelen was de internationale erkenning dat China serieus meetelt. Daar wordt wel een prijs voor betaald. In Shanghai wordt aan de stad gewerkt, zo merkt Han fijntjes op, met een snelheid van bijna één onder een bulldozer geplet persoon per dag. De arbeidsomstandigheden zijn verre van optimaal. Er is overigens wel meer aan te merken op het land. Han Han, in China schrijft men eerst de familienaam en dan de voornaam zodat hij bij ons Han Han zou heten, spaart de Chinese overheid niet. Hij levert graag kritiek. Daarmee scoor je goed op internet dat de tegencultuur belichaamt. Het siert Han dat hij aan maatvoering doet. Als critici doorslaan in het aanvallen van de overheid, plaatst hij een nuance. Dat doet niets af aan de ernstige kritiek die hij zelf heeft. Op de onvrijheid, op de corruptie, op het gebrek aan welvaart voor gewone Chinezen ondanks de mooie groeicijfers.

    Het doel van autocoureurs is hard rijden, het doel van acteurs is goed acteren, maar ik ben er nooit achter gekomen wat ambtenaren voor doel hebben, wat ze de hele dag doen


    De vrijheid van meningsuiting is, zoals algemeen bekend, niet het paradepaardje van China. Internet wordt oogluikend toegestaan tot een bijdrage over de schreef gaat. Vermakelijk zijn de vijftig-centers die zich op internet roeren. Zij schrijven stukken die steun betuigen aan het beleid van de overheid en krijgen daar per keer het bedrag voor betaald waar zij hun naam aan danken. Waar onderdrukking is, ontstaat een eigen vorm van creativiteit. Door de namen van machthebbers af te korten is het mogelijk om onder de radar van de censuur door te vliegen. Twitter is niet toegankelijk maar er is wel een eigen variant, Weibo geheten. Er is staatstelevisie en de belangrijkst kranten vallen onder staatstoezicht. Op boeken is de officiële lijn dat censuur niet bestaat en dat zou ook onuitvoerbaar zijn bij de verschijning van honderdduizenden boeken per jaar. Er is wel degelijk een getrapt stelsel van controle. Je kunt uitsluitend een boek publiceren met een ISBN. Alleen een uitgeverij kan een ISBN verschaffen en de staat heeft het exclusieve recht om een uitgeverij te bezitten. Zo blijft de publieke opinie lekker kneedbaar. Als het Volksdagdlad schrijft dat de distributie van Mao’s rode boekje in Amerika geleid heeft tot de instorting van dat land, gaat het grootste deel van de bevolking ’s avonds de straat op om dit succes met vuurwerk te vieren.
    Elke tegenslag voor Amerika, ongeacht of het een orkaan of een aanslag betreft, leidt in China tot gejuich. Het is een merkwaardig verschijnsel dat een groot en machtig land tegelijk zich zo kwetsbaar opstelt. China is snel op de teentjes getrapt. We herinneren ons het bezoek van de regeringsleider aan Amsterdam waarbij schermen geplaatst werden om de goede man te beschermen tegen de aanblik van spandoeken. Een land van een miljard mensen raakt in de war als een gewone sterveling een speldenprikje uitdeelt. Wie in China in de verdrukking komt, heeft een uitweg. Hij kan zich wenden tot het Bureau voor Brieven en Claims. Burgers zijn hier terughoudend mee. Door je tot dit Bureau te wenden, geef je het gezag een aanwijzing wie het verdient om extra in de gaten te houden.
    Je komt veel bijzondere gebeurtenissen tegen bij Han. Die zijn met een tekort aan achtergrondinformatie soms moeilijk te plaatsen. Zo heb ik geleerd dat het kidnappen van kinderen een gewilde bezigheid is in China als onbedoeld bijproduct van de éénkind politiek.
    De traditionele hiërarchische verhoudingen in China zie je ook bij Han Han terug als representant van de tegenbeweging. In de vorm van vragen en antwoorden zet hij dan als een docent de zaken op een rijtje. Han Han begint zelf een beetje een autoriteit te worden. De bundeling Mijn generatie bevat vooral bijdragen die eerst als blog zijn verschenen. Een flink deel daarvan dateert van vijf jaar of langer geleden. Juist bij een medium als internet dat de actualiteit op de hielen kan zitten, is het jammer dat het medium boek op vele passen afstand volgt.
    De kennismaking met Han Han heeft mijn enthousiasme voor wat China tot stand brengt niet aangewakkerd. Ook de schade aan het milieu is een factor die nog nauwelijks op de agenda staat.
    Lezing van Mijn generatie heeft me meer inzicht geboden in waar Han Han voor staat. Hij lijkt me een redelijk man. Waar de Chinese cultuur of de modale Chinees voor staat, weet ik nog steeds niet. Misschien zijn daar betere bronnen voor.