Leesimpressies

  • Han Kang: De vegetariër

  • Nr. 25 - 2015
  • Waarom trouw je met iemand? Bijvoorbeeld omdat die ander mooi, lief, intelligent, geestig of sexy is. Een boeketje van deze eigenschappen is toegestaan. Een partner heeft iets dat haar de moeite waard maakt, in ieder geval voor jou. Deze vanzelfsprekendheid gaat direct onderuit in de openingszin van de roman van de Koreaanse Han Kang. “Voordat mijn vrouw vegetariër werd, had ik haar in alle opzichten altijd volstrekt oninteressant gevonden.” Een roman die zo begint behoort niet tot dertien in een dozijn. Die eerste indruk blijft gehandhaafd in de rest van het verhaal. We krijgen vanuit drie verschillende perspectieven een beeld van de hoofdpersoon, de jonge vrouw Yeong-hye. Zij lijdt aan afschuwelijke nachtmerries en besluit van het ene op het andere moment alle vlees uit haar huis te verbannen om vegetariër te worden. De eerste die commentaar levert op de beslissing van Yeong-hye is haar echtgenoot. Hij weet zich geen raad met haar keuze. Yeong-hye gaat steeds minder eten en spreken. Haar toenemende onbereikbaarheid maakt hem wanhopig zeker als hier derden bij betrokken raken. Hij maakt een escalatie van de situatie mee tijdens een etentje bij zijn schoonfamilie en tijdens een diner in een restaurant met zijn leidinggevenden.

    Een leven als vegetariër geldt in Korea als ongepast. De vader van Yeong-hye probeert haar met geweld te dwingen tot het eten van vlees. De luimen van de vader hebben in de jeugd van Yeong-hye een onaangename invloed op haar uitgeoefend. Het incident bij het familiediner culmineert zelfs in een zelfmoordpoging. Tijdens het diner met de collega’s zorgt ze niet alleen voor opschudding met haar eetgedrag maar ook door zonder beha te verschijnen. De roman laat tussen de regels door het nodige zien van de culturele gewoonten in Korea. Van gelijkwaardigheid tussen echtelieden is niet echt sprake. Zij heet Yeong-hye, hij meneer Cheong. De echtscheiding die volgt, is geen beslissing van beiden maar eentje van meneer Cheong. Zij heeft hem te schande gemaakt en daardoor is zij als echtgenote verder ongeschikt. Zo heb je de meest alledaagse vrouw ter wereld en dan komt daar plotseling een einde aan met als enige verklaring: “Ik had een droom.” Wat voortaan regeert is zeewiersoep, rijst en sojabonenpaté op een slablad. Meneer Cheong verdwijnt uit het beeld van de roman. In het tweede en derde deel komen in volgorde van opkomst de zwager van Yeong-hye en haar vier jaar oudere zuster In-hye aan het woord. Ook is er een prominente plaats ingeruimd voor een mongolenvlek op de bil van Yeong-hye. Die vlek is voor de zwager een obsessie.

    En al die herinneringen werden gekleurd door de mongolenvlek- de vlek die alleen voorkwam op de billen of onderrug van kinderen en die lang voor hun adolescentie geleidelijk verdween


    De zwager is videokunstenaar en heeft een fascinatie voor het lichaam van Yeong-hye. Hij weet haar over te halen om zich in compromitterende omstandigheden te laten filmen nadat hij eerst haar huid met bloemen heeft beschilderd. Yeong-hye laat het ogenschijnlijk willoos gebeuren. Haar enige rotsvaste overtuiging is dat zij geen vlees wil eten en verder ook liefst zo min mogelijk. Het label anorexia wordt op haar gedrag geplakt, die onnavolgbare keuze voor zelfdestructie waartoe sommige jonge vrouwen zich aangetrokken voelen. Het leven van Yeong-hye gaat bergafwaarts. In het laatste deel van het boek is zij opgenomen in een psychiatrische kliniek en vormt het eerst maandelijkse en later wekelijkse bezoek van haar zuster de enige band met haar bestaan van voorheen. Yeong-hye weegt inmiddels minder dan 30 kilo, heeft nauwelijks borsten meer en heeft al lang niet meer gemenstrueerd. In de kliniek poogt men haar te redden. Vooral tegen haar zin. Haar zus meent te begrijpen waarom zij de draad met het leven wil doorsnijden. Sterker nog, zij herkent zich in de keuze van Yeong-hye al komt zij zelf vanwege de verantwoordelijkheid voor haar zoontje tot een andere afweging. In-hye maakt zich sterk dat de keuze van Yeong-hye gerespecteerd dient te worden tegen de beroepsdwang van de professionals in. Het is haar leven en haar lichaam waarover zij zelf behoort te beschikken. In-hye fungeert als stoorzender tijdens de ingrepen van het medisch personeel.
    Han Kang weet de confrontatie tussen de twee tegenovergestelde invalshoeken overtuigend en aangrijpend te schetsen. Het is de teneur van de roman. Een jonge vrouw neemt een radicale beslissing en de sociale omgeving staat met lege handen. Er is meer onbegrip dan mededogen, laat staan solidariteit. Han Kang heeft een verontrustend boek geschreven dat weet te boeien door de beeldende manier waarop het aftakelingsproces is beschreven. Dat is des te opmerkelijker omdat Yeong-hye niet zelf aan het woord komt. We volgen de ontreddering vanaf de zijlijn. Dat is al huiveringwekkend genoeg. De roman maakt een leven inzichtelijk op en over de rand van het bestaan.