Leesimpressies

  • Hans Aarsman: Ik zie ik zie

  • Nr. 24 - 2009
  • Soms krijg je een fotoboek in handen dat moeilijk terzijde is te leggen. De voorlaatste keer dat mij dit overkwam was met Bureaucratics, het boek dat ik aanschafte na een bezoek aan de gelijknamige tentoonstelling in de Rotterdamse Kunsthal eind 2008. Het boek bevat foto’s van ambtenaren, afkomstig uit verschillende landen en continenten, in de werkruimte waarin zij de burger ontvangen. Het zijn rechtlijnige foto’s gemaakt door Jan Banning. Culturele verschillen of niet, de gelaatsuitdrukking staat op plichtsbesef. De muur toont een ingelijste gezagsdrager. Paperassen alom. Bureaus kennen uiteenlopende gradaties van gammelheid. Soms staat er een stoel waarop de burger kan plaatsnemen. Die stoel ontneemt alle hoop. De adrenalinespiegel stijgt vanzelf.

    En dan zit ik nu op schoot met Ik zie ik zie, het fotoboek van Hans Aarsman dat even onweerstaanbaar is als Bureaucratics. Het boek van Aarsman is niet alleen een kijkboek maar evenzeer een leesboek. De auteur analyseert de nieuwsfoto’s die hij zelf heeft geselecteerd. Lezers van de Volkskrant kunnen wekelijks zijn gastcolleges volgen. In een vorig leven was Aarsman zelf persfotograaf. Nu is hij de beheerder van ‘De Aarsman Collectie’. Uit het wekelijkse aanbod van circa 20.000 foto’s, die op de fotoredactie van de krant binnenkomen, kiest hij er eentje uit. Als tussenstap gaan er 500 op de laptop mee naar huis en daar zit die ene tussen. Dat is een foto met een geheim en Aarsman moet dat blootleggen. Het boek is zo opgezet dat recht gedaan wordt aan educatieve intenties. Elke foto heeft in het boek vier bladzijden ter beschikking. Op de eerste twee staat een, meestal doorlopende, afbeelding van de foto. Op de derde pagina staat een fragment van de foto aangevuld met beknopte informatie: beschrijving van het onderwerp, de datum, naam van de fotograaf en de rechthebbende. Tenslotte is er het commentaar van Aarsman. Deze opzet stimuleert om eerst zelf de foto te bekijken op zoek naar het geheim. Daarna kun je het eigen oordeel toetsen aan dat van Aarsman. In het begin van het boek lukte het mij vrijwel nooit het saillante element op eigen kracht uit de foto te destilleren. Tegen het eind van het boek was dat geregeld wel het geval. Een goede leermeester kan je kennelijk in betrekkelijk korte tijd een precieze blik bijbrengen. Alleen dat is al een plezierige belevenis aan Ik zie ik zie. De titel prikkelt om iets van de gaven van Aarsman te verwerven.


    Aarsman leert je niet alleen oog te krijgen voor wat er op een foto allemaal te zien is maar ook voor wat er ontbreekt


    Veel van de nieuwsfoto’s hebben wereldleiders of gewelddadigheden tot onderwerp. Kunstfoto’s, reclamefoto’s of portretten boeien Aarsman als te geconstrueerd minder. Van Bush stelt Aarsman vast dat hij altijd onnozel op foto’s staat. De collectie bewijst zijn gelijk. Op een foto voor het Witte Huis blijken de varens als functie te hebben dat zij de fotografen aan het zicht onttrekken. Het zijn overigens kunstvarens merkt Aarsman op. Het gezelschap op de foto staat in een geforceerde opstelling. Bij nadere beschouwing is een lint in het gras waarneembaar waar de gasten achter moeten blijven. Er dient afstand te blijven tot de president en de vice-president.

    Soms is de boodschap te vinden in een combinatie van foto’s. De Filipijnse ex-president Estrada bezoekt komend uit de gevangenis, waar zijn loopbaan hem gebracht heeft, in een maand tijd vier keer zijn zieke moeder in het hospitaal. Hij poseert medeleven en draagt daarbij steeds een ander jasje. Goede strategie voor een comeback ben je geneigd te denken.

    Wapengekletter is een onuitputtelijke bron voor nieuwsfoto’s. Tijdens een charge van de ordepolitie in Nepal ontdekt Aarsman tussen de agenten degene die het bevel voert. Hij draagt een andere kleur helm en heeft een walkietalkie ter beschikking om instructies uit te delen. In de marge valt die ene agent op die in plaats van zich te richten op het strijdgewoel zijn aandacht richt op de camera. Intrigerend is de foto van een voetafdruk met bloed op de stoep in Egypte. Het bloed kan niet afkomstig zijn van de eigenaar van de voet zo volgt uit de redenering van Aarsman. Dan zou de spreiding anders zijn. Er is een bom ontploft en een vluchter is in een plas bloed gestapt. De les is dat na een bomaanslag in het Oosten een plein bezaaid is met slippers, want die zijn ongeschikt om hard op weg te hollen.

    Zelfs oorlog kan vertederend zijn. Bij een huiszoeking in Irak kijkt een jongetje vol bewondering naar de indrukwekkende uitdossing van de Amerikaanse militair wiens camouflagepak overigens sprekend overeenkomt met het patroon van de gordijnen in de huiskamer.

    Wat zal de blijvende les zijn die Ik zie ik zie mij te bieden heeft? Ik heb ontdekt foto’s tot dusver vooral als een totaalbeeld bekeken te hebben. Door nauwkeurig naar de samenstellende onderdelen te kijken, ontdek je meer. Verder benadrukt de analyse in het boek de beperkingen van een foto. Beelden zijn suggestief maar ook misleidend. Je krijgt slecht een fractie van een seconde gepresenteerd binnen een bepaald kader. De werkelijkheid is geen foto. Eerder nog een film. Als krantenlezer is de vraag interessant wat zich net buiten het kader van de foto bevindt. Waarom staat de fotograaf waar hij staat en welke implicaties brengt dat mee? Interessant is verder de afweging wat zich net voor en net na het moment van de foto afspeelt. Een fascinerend boek.